Eos Opinie

De wetenschap zit midden in een polycrisis

De academische wereld kampt met verschillende interne en externe uitdagingen. Hoe komt zij al die moeilijkheden te boven? Professor Jean‑Claude Burgelman doorgrondt de polycrisis van de wetenschap.

De vraag hoe het vandaag met de wetenschap gesteld is, laat zich niet in één zin beantwoorden. Sommige stemmen schetsen een haast apocalyptisch beeld. Maar wie de situatie met enige afstand bekijkt, ziet een dynamisch en groeiend onderzoekslandschap dat wordt geconfronteerd met ingrijpende en vaak onderling verweven uitdagingen. De wetenschap bevindt zich midden in een polycrisis die bestaat uit een veelheid aan gelijktijdige, elkaar versterkende problemen die diep in onze tijd verankerd zijn. Tegelijk vormt juist diezelfde wetenschap een onmisbaar onderdeel van de oplossing voor de bredere mondiale onrust.

Bloei en veerkracht

Laten we om te beginnen de wijdverbreide gedachte nuanceren dat de wetenschap in verval zou zijn. Wie naar de cijfers kijkt, ziet juist het tegenovergestelde: veel indicatoren wijzen erop dat de de wetenschap bloeit. Het academische landschap is vandaag intrinsiek mondiaal, en het aantal universiteiten, onderzoekers, financieringsstromen én wetenschappelijke publicaties groeit in een ongezien tempo.

Landen als China leveren inmiddels een substantieel aandeel van de wereldwijde, kwaliteitsvolle onderzoeksoutput. Ze maken daarbij gebruik van het enorme potentieel van een bevolking van 1,4 miljard mensen, waarvan steeds meer jongeren toegang hebben tot hoger onderwijs en onderzoeksfaciliteiten.

De globalisering van de wetenschap creëert ongekende mogelijkheden: internationale samenwerking krijgt nieuwe vormen, onderzoeksteams worden diverser, en innovaties verspreiden zich sneller dan ooit. Het toont hoe flexibel en veerkrachtig de wetenschap als systeem is. Van een neergang is dan ook geen sprake, nog nooit in de menselijke geschiedenis was de schaal en reikwijdte van wetenschappelijke activiteit zo groot als vandaag.

De keerzijde

Ondanks de indrukwekkende wereldwijde groei staat de wetenschap onder druk, deels door dynamieken binnen het systeem zelf, deels door krachten van buitenaf.

De academische gemeenschap kampt nog altijd met een opstapeling van excessen. Het publicatiesysteem dat vaak wordt gestuurd door de dominante en soms vertekenende invloed van de impactfactor, kan leiden tot perverse prikkels.

Tegelijk groeit de vraag naar maatschappelijke relevantie. Zoals een voorzitter van de European Innovation Council (EIC) het tijdens een workshop van het vakblad Frontiers kernachtig formuleerde: Ik ben het beu om financieringsvoorstellen te krijgen over hoe rijke, witte mensen langer dan 100 jaar kunnen leven.’ Deze uitspraak illustreert de bezorgdheid dat een aanzienlijk deel van het onderzoek mogelijk voorbijgaat aan de meest urgente mondiale uitdagingen, zoals de toekomst van onze planeet of sociale ongelijkheid.

Daarnaast verandert de opkomst van private wetenschap de dynamiek in het veld, met mogelijke gevolgen voor onderzoeksagenda’s en toegankelijkheid.

Daarbovenop krijgt de wetenschap te maken met een zorgwekkende ontkenning van haar waarde. Hoewel die ontkenning niet universeel is, is het wantrouwen in bepaalde toepassingen wel wijdverbreid. De covid‑19‑pandemie en de aanhoudende klimaatcrisis hebben duidelijk laten zien hoe wetenschappelijke consensus kan worden betwist, gepolitiseerd of zelfs volledig afgewezen door burgers en politieke leiders.

Hoewel dit verlies aan vertrouwen niet overal even sterk aanwezig is, vormt het een serieuze bedreiging voor evidence‑based beleid en voor het publieke begrip van wetenschap.

Wetenschap in gevaar

Naast die bekende uitdagingen dienen zich bedreigingen aan die de wetenschap zelf in een kwetsbare positie brengen.

Wetenschap wordt steeds vaker ingezet als instrument binnen geopolitieke strategieën. Begrippen als ‘soevereiniteit’ worden soms aangegrepen om internationale samenwerking te beperken en onderzoek belandt geregeld in het spanningsveld van economisch en technologisch gedreven machtsconflicten. Die politisering vormt een risico voor de samenhang van de wetenschap wereldwijd. Ook belemmert ze de vrije uitwisseling van ideeën, een kernvoorwaarde voor wetenschappelijke vooruitgang.

Het openlijk delen van kennis is fundamenteel voor de wetenschap. Toch bevindt naar schatting 60% van alle wetenschappelijke publicaties zich achter betaalmuren, wat aanzienlijke drempels opwerpt voor onderzoekers in minder welvarende regio’s, kleinere ondernemingen en het brede publiek. Bovendien valt het grootste deel van de wetenschappelijke data niet onder de FAIR-principes, die stellen dat wetenschappelijke gegevens goed vindbaar, toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar moeten zijn. Dat limiteert de bruikbaarheid van onderzoek en beperkt de mogelijkheid tot nieuwe ontdekkingen sterk.

De opkomst van kunstmatige intelligentie is een tweesnijdend zwaard. Data, vaak omschreven als het ‘nieuwe goud’ voor zowel AI als wetenschap, maken diepgaandere inzichten mogelijk. Tegelijk betekent dit dat toegang tot data die ooit bijna vanzelfsprekend was, niet meer altijd gegarandeerd is. De controle over grote datasets kan uitgroeien tot een bron van macht en invloed. Dat versterkt bestaande ongelijkheden binnen de wetenschap en remt open innovatie af.

De dubbele opdracht van de wetenschap

De wetenschap staat zelf midden in een polycrisis: ze kampt met interne uitdagingen die haar relevantie en werkwijze onder druk zetten, terwijl ze tegelijk wordt beïnvloed door de complexe, onderling verbonden crises die wereldwijd spelen.

Toch blijft wetenschap onmisbaar om deze polycrisissen te kunnen begrijpen, te beheersen en uiteindelijk op te lossen. Voor de komende twee decennia tekent zich daarom een dubbele opdracht af.

Ten eerste opereert de wetenschap vandaag digitaal, datagedreven en wordt steeds meer ondersteund door krachtige computersystemen. Die snel veranderende manier van werken moet minstens zo robuust, betrouwbaar en transparant worden als de ‘wetenschap 1.0’ waarop ze voortbouwt. Dat betekent dat kwesties rond data‑integriteit, algoritmische vooringenomenheid en gelijke toegang tot geavanceerde tools en infrastructuren actief moeten worden aangepakt.

In een wereld die minder vanzelfsprekend wetenschapsgedreven lijkt dan voorheen, moet de wetenschap daarbovenop werken aan het herstellen en versterken van haar internationale gezag. Dat vraagt om het vergroten van betrouwbaarheid, het aantonen van relevantie voor urgente maatschappelijke uitdagingen, het bevorderen van open communicatie en het actief betrekken van zowel publiek als beleidsmakers.

De toekomstige gezondheid van de wetenschap en daarmee ook die van onze planeet, hangt af van hoe effectief die kritieke uitdagingen worden aangepakt. Tegelijkertijd kunnen we zo de enorme kansen benutten die de mondiale wetenschappelijke gemeenschap biedt.

Dit artikel is gebaseerd op de openingsrede uitgesproken bij de start van de JRC Science Week in november 2025. Vertaling: Robin Hanssens.