Verdrijving, genocide en gedwongen assimilatie: dit betekende de Amerikaanse onafhankelijkheid voor de inheemse bevolking

De Declaration of Independence van 1776 bestempelde hen als merciless Indian savages. Geen wonder dat inheemse Amerikanen met zeer gemengde gevoelens naar de viering van het 250-jarige bestaan van de Verenigde Staten toeleven. ‘Met die erfenis moeten we vandaag nog steeds leven.’

Voor de eerste kolonisten zich in Noord-Amerika vestigen, leven er naar schatting vijf tot zeven miljoen inheemse Amerikanen in het gebied dat we nu kennen als de Verenigde Staten. Ze zijn georganiseerd in circa zeshonderd naties en kleinere stammen, elk met hun eigen cultuur. De meest complexe samenleving is waarschijnlijk de Iroquois League, een politieke federatie van zes stammen in het noordoosten van de huidige VS. Inheemse Amerikanen hebben geen weerstand tegen de besmettelijke ziekten die de Europeanen importeren. Het gevolg is dat bij veel stammen vijftig tot negentig procent van de bevolking bezwijkt aan pokken, mazelen, griep, kinkhoest of difterie. Deze massale sterfte verzwakt de volken en maakt het een stuk eenvoudiger voor de dertien Britse kolonies om hun grondgebieden over te nemen. Wanneer deze kolonies in 1776 de onafhankelijkheid uitroepen, betekent dit een verdere verslechtering van de situatie van de inheemse Amerikanen.

‘De Verenigde Staten van Amerika zijn van meet af aan gebaseerd op het verdrijven van de inheemse Amerikanen van hun grondgebieden’, zegt Philip Deloria, professor in de geschiedenis aan de Harvard University en lid van de Standing Rock Sioux Tribe. ‘De Declaration of Independence is een utopisch politiek document dat de gelijkheid van alle mensen propageert, maar tegelijkertijd de inheemse Amerikanen daarvan uitsluit. De inheemse Amerikanen maken geen deel uit van de nieuwe natie. Integendeel, ze worden in de Declaration of Independence weggezet als vijandige volken die veroverd en vernietigd moeten worden. Veel inheemse Amerikanen bekijken daarom 250 jaar onafhankelijkheid met gemengde gevoelens.’

Ako, een Comanche-man met zijn paard. Vrijwel alle paarden in Noord-Amerika stammen af van de mustangs die de Spanjaarden importeerden. De foto is gemaakt in 1892.

Voor de dertien kolonies in 1776 hun onafhankelijkheid uitroepen, hebben de inheemse volken vrijwel alle land ten oosten van het Appalachen-gebergte verloren. Wanneer de Britse regering steeds meer de controle over de rebelse kolonies dreigt te verliezen, tekent koning George III in 1763 een proclamatie die het kolonisten verbiedt gebieden ten westen van de Appalachen te bezetten. Hij werpt zich zo tegen wil en dank op als beschermer van de resterende inheemse territoria. De proclamatie veroorzaakt echter grote woede in de kolonies. Veel kolonisten maken juist aanspraken op grond ten westen van de Appalachen. De poging van de Britse kroon om de expansie van de kolonisten in toom te houden wordt een belangrijke drijfveer achter het streven naar onafhankelijkheid. Een van de belangrijkste figuren die aanspraak maakt op indiaanse gronden is niemand minder dan George Washington, de man die later gekozen zal worden als eerste president van de Verenigde Staten.

Inheemse Amerikanen, geen staatsburgers

Wanneer de Amerikaanse Revolutie (tussen 1765 en 1791) losbarst, zien de inheemse volkeren zich voor een groot dilemma geplaatst: steunen we de kolonisten in hun strijd om onafhankelijkheid of kiezen we de partij van de Britse koning? Verschillende volken maken verschillende keuzes. Het meest dramatisch is wel het uiteenvallen van de Iroquois-federatie. Dat gebeurt wanneer de Mohawk, Seneca, Onondaga en Cayuga partij kiezen voor de Britten, en de Oneida en Tuscarora meevechten met de opstandige kolonisten. De inbreng van de inheemse krijgers is niet zelden beslissend in de uitkomsten van de vele veldslagen. De inheemse naties die de kolonisten steunen in de hoop een betere plaats te krijgen in een onafhankelijk Amerika, komen echter zeer bedrogen uit. Wanneer in 1789 de Amerikaanse grondwet wordt aangenomen wordt duidelijk dat de inheemse Amerikanen geen staatsburgers zijn van de nieuwe natie.

Portret uit 1882 van drie zeer bejaarde leden van de Iroquois League die in de oorlog van 1812 nog met de Engelse troepen hadden meegevochten tegen het Amerikaanse leger. Ze poseren dan ook voor de Engelse vlag. Van links naar rechts: Sakawaraton (John Smoke Johnson), John Tutela en Young Warner.

Deloria: ‘Waar de Declaration of Independence een visionair, utopisch statement is, moet de Constitution of grondwet worden gezien als een handleiding hoe het land te besturen. De inheemse Amerikanen worden in de grondwet twee keer genoemd. Het eerste artikel bepaalt dat de inheemse Amerikanen die geen belasting betalen, en dat betreft vrijwel de hele groep, niet worden opgenomen in volkstellingen. De negatieve kant hiervan is dat ze niet meetellen als burgers. Aan de positieve kant betekent dit echter wel dat de grondwet impliciet erkent dat de inheemse volken zelfstandige politieke eenheden zijn. Dit wordt bevestigd in een ander artikel waarin staat dat het Amerikaanse Congres als enige de handel kan reguleren met buitenlandse naties, tussen staten onderling en met de indian tribes. Wettelijk gezien zijn de inheemse volken daarmee in zekere zin buitenlandse naties op het grondgebied van de VS.’

Na de overwinning van de kolonisten zijn er geen legale obstakels meer voor de nieuwe Amerikanen om de landen van de inheemse Amerikanen ten westen van de Appalachen te claimen. Het is het begin van de grote trek naar het westen waarbij de merciless indian savages stap voor stap van hun grondgebied worden verdreven of uitgemoord. In 1830 tekent president Andrew Jackson de Indian Removal Act, die bepaalt dat de overheid inheemse stammen van hun grondgebied kan verwijderen om ze onder te brengen in reservations. Deze reservaten zijn gebieden die voor de kolonisten niet interessant zijn en waar het voor de stammen onmogelijk is te voorzien in hun eigen levensbehoeften. De bewoners van deze Indian Reservations worden zo voor hun overleven volledig afhankelijk van de Amerikaanse overheid.

Het is belangrijk te weten dat de vele landonteigeningen en verdrijvingen veelal gepaard gaan met formele verdragen tussen de Amerikaanse overheid en de inheemse volken. Hoewel deze verdragen altijd ongunstig zijn voor de inheemse Amerikanen, gaat de overheid wel allerlei verplichtingen aan zoals het betalen van compensatie, het verlenen van hulp in de vorm van voedsel en bescherming, en de garantie dat de toegewezen reservaten altijd inheemse grond zullen blijven. Tussen 1778 en 1871 worden ongeveer 370 van dergelijke verdragen gesloten. Deloria: ‘De geschiedenis leert ons dat de overheid de bepalingen van al deze verdragen nooit is nagekomen.’

Gedwongen assimilatie

Terwijl de Verenigde Staten van Amerika zich in de negentiende eeuw ontwikkelen tot een van de machtigste naties van de wereld, blijft de blanke meerderheid van het land de inheemse Amerikanen die in de reservaten wonen en geen staatsburgers zijn zien als een groot probleem. Ze zijn een last voor de overheid en weigeren zich aan te passen aan de Amerikaanse samenleving en komen regelmatig in opstand tegen de overheid. Uiteindelijk leidt dit tot een ommekeer in het denken. De inheemse bevolking moet niet langer worden buitengesloten, maar moet zich juist aanpassen. Te beginnen bij de kinderen. Het motto van deze gedwongen assimilatie luidt: Kill the indian, save the man.

Op het einde van de achttiende eeuw beginnen de Amerikaanse overheid en religieuze instellingen met de oprichting van speciale scholen voor indiaanse kinderen. Kinderen vanaf vijf jaar worden, meestal zonder instemming van de ouders, uit de reservaten gehaald en overgebracht naar Indian Boarding Schools waar ze de rest van hun jeugd, op duizenden kilometers afstand van hun geboortegrond en familie, zullen doorbrengen. Hun haren worden kortgeknipt, ze krijgen Engelse namen, mogen hun eigen taal niet meer spreken, krijgen bijbelscholing en worden onderworpen aan een militaire discipline. De leraren hebben vaak nobele bedoelingen, maar bij vrijwel alle indiaanse kinderen veroorzaakt de culturele hersenspoeling en het misbruik trauma’s die ze de rest van hun leven zullen meedragen.

De viering van de powwow door een groot aantal inheems Amerikaanse volken is een manier om aspecten van de oorspronkelijke culturen over te dragen aan jongere generaties.

De Religious Crimes Code van 1880 – ook wel de Code of Indian Offenses – is een volgende poging tot het vernietigen van de inheemse culturen en de gedwongen bekering tot het christendom. Het Bureau of Indian Affairs, de instantie die toezicht houdt op de reservaten, moet ervoor zorgen dat traditionele dansen, rituelen en ceremonieën niet langer worden uitgevoerd. Spirituele leiders die het verbod negeren worden gestraft en rituele voorwerpen worden in beslag genomen. Het betekent dat vrijwel alle traditionele religieuze evenementen in de reservaten van de agenda verdwijnen. Alleen op vier juli zijn festiviteiten toegestaan. Veel stammen grijpen dit aan om onder de dekmantel van de viering van de onafhankelijkheid hun eigen rituelen op te voeren.

Zes inheemse meisjes in een Indian Boarding School. De gedwongen en vaak hardhandige aanpassing aan de blanke samenleving was voor vrijwel alle kinderen traumatisch.

De stammen komen regelmatig in verzet. In 1889 veroorzaakt Wovoka, een spirituele leider van de Paiute-stam een revival in de opvoering van de Ghost Dance. Wovoka heeft een visioen waarin hij ziet dat wanneer de inheemse volken het ritueel van de verboden Ghost Dance weer in ere herstellen hun hele wereld vernieuwd zal worden: de bizons zullen terugkeren op de prairies, de voorouders zullen terugkeren en de blanken zullen voor altijd verdwijnen. De Ghost Dance-beweging verspreidt zich snel onder de stammen van de Great Plains en de overheid stuurt het leger om een dreigende opstand de kop in te drukken. De komst van het leger leidt uiteindelijk tot de tragedie van Wounded Knee, waar Amerikaanse soldaten in de ijskoude winterochtend van 29 december 1890 op gruwelijke wijze honderdvijftig tot driehonderd Lakota, vooral vrouwen en kinderen, om het leven brengen.

Geschonden verdragen blijven geldig

De tragedie van Wounded Knee versterkt een diep wantrouwen bij de inheemse naties tegen alles wat de Amerikaanse overheid onderneemt. Pas vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw komt er enige verbetering in de relatie wanneer tribale overheden zeggenschap krijgen over rechtspraak, onderwijs en gezondheidszorg in de reservaten. De Indian Boarding Schools worden opgeheven of overgenomen door de stammen zelf. De American Indian Religious Freedom Act van 1978 geeft de inheemse naties weer het recht hun eigen rituelen op te voeren. Een groot struikelblok in de relatie met de federale overheid blijven de honderden verbroken verdragen.

‘Dat een verdrag reeds tientallen keren is geschonden, betekent niet dat het daardoor plotseling ongeldig is’, zegt Deloria. ‘Dit is het argument waarmee inheemse Amerikanen sinds de jaren 1970 tientallen rechtszaken hebben aangespannen om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse overheid de wettelijke contracten die het heeft getekend ook zal naleven.’ De uitkomsten van deze rechtszaken vallen niet altijd gunstig uit voor de inheemse volkeren, maar er zijn ook overwinningen. Zo bepaalt de Supreme Court, Amerika’s hoogste gerechtshof, in 2020 dat een verdrag uit 1866, waarin de Muscogee Creek een aanzienlijk deel van de staat Oklahoma toegewezen kregen als hun grondgebied, nog steeds geldig is.

Tijdens het bloedbad van Wounded Knee van 29 december 1890 werden 150 tot 300 Lakota door het Amerikaanse leger gedood. De lijken werden in een massagraf begraven. De tragedie was een direct gevolg van de Indian Removal Act van 1830 die de inheemse Amerikanen dwong in reservaten te wonen.

Alle inheemse Amerikanen zijn sinds 1924 inmiddels ook volledige Amerikaanse staatsburgers met het recht om te stemmen. Daarnaast behouden de voormalige reservaten een uitzonderlijke status. Deloria: ‘De tribale naties hebben een aparte maar ook enigszins onduidelijke soevereiniteit binnen het Amerikaanse federale systeem, een positie die op zich best productief kan zijn. Je moet bedenken dat de inheemse stammen niet alleen door de grondwet werden uitgesloten van de nieuwe natie, maar dat deze volken gedurende het grootste deel van hun geschiedenis ook geen deel uit wilden maken van de Verenigde Staten.’

Volgens de census of volkstelling van 2020 zijn er in de VS 3,7 miljoen mensen die zichzelf volledig beschouwen als inheemse Amerikanen. Ook bestaan er 574 officieel door de overheid erkende stammen met een beperkt recht op zelfbestuur. Daarnaast zijn er nog eens zes miljoen Amerikanen met inheemse roots. ‘Sommigen van hen zullen de viering van America250 volledig omarmen’, zegt Deloria. ‘Maar de meeste inheemse Amerikanen hebben grote bedenkingen. De Declaration of Independence was het begin van een geschiedenis waarin de inheemse Amerikanen ontzettend veel geweld en onrecht is aangedaan. Met die erfenis daarvan moeten we vandaag nog steeds leven.’

Een danser in militaire kleding tijdens een powwow. Ondanks het wantrouwen tegen de federale overheid melden relatief veel inheemse jongeren zich aan voor het Amerikaanse leger. Bij de meeste inheemse volken staan de jonge krijgers in een hoog aanzien. Het is vaak ook de enige mogelijkheid om te ontsnappen aan de armoede.