Waarom religie theater nodig heeft

Met de verfilming van Margaret Atwoods The Testaments keert het universum van The Handmaid’s Tale dit jaar terug. De wereld van de rood geklede dienstmaagden in Gilead fascineert omdat ze iets fundamenteels toont over religie. Geloven doe je niet alleen met woorden en gedachten. Je voert geloof ook op.

Foto: © Victoria Pickering.

Wat maakt die wereld van Gilead zo fascinerend? Waarom keren miljoenen kijkers terug naar een wereld waarin religie alles bepaalt en vrouwen worden onderdrukt? Het antwoord ligt niet alleen in Atwoods politieke waarschuwing. Ook de manier waarop ze die wereld vormgeeft, speelt een belangrijke rol. Rode mantels, witte kappen, processies en indrukwekkende ceremonies maken Gilead tegelijk aantrekkelijk en verontrustend. Al dat spektakel heeft een functie. Het maakt macht zichtbaar en helpt haar in stand te houden. Overtuigingen en heilige teksten alleen volstaan niet. Religie zit niet alleen in wat je gelooft, maar ook in wat je ziet en doet.

Wie denkt dat Atwood hier iets nieuws vertelt, vergist zich. Al in de achttiende eeuw maakten Jean Frédéric Bernard en Bernard Picart zichtbaar hoe religie werkt. Hun boekenreeks Cérémonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde bracht religieuze gebruiken uit verschillende culturen samen. Hun ambitie was enorm: religies uit de hele wereld beschrijven én naast elkaar plaatsen, van het katholicisme en jodendom tot de islam en religies uit Azië en Amerika. Honderden prenten toonden ceremonies die de meeste lezers nooit zelf zouden meemaken.

Geloof krijgt overal een vorm die je kunt zien, volgen en meemaken

Lange tijd stond het werk vooral bekend als een groot overzicht van religies. Maar wie de prenten aandachtig bekijkt, ontdekt iets anders. Bernard en Picart tonen vooral hoe geloof vorm krijgt. Gelovigen knielen, bidden, dansen en lopen mee in processies. Ze dragen bijzondere kleding en verzamelen in kerken, tempels en andere heilige ruimtes. Daarbij vallen niet alleen de verschillen op. Dezelfde kenmerken keren overal terug. Gelovigen richten bijzondere ruimtes in, voeren vaste handelingen uit en gebruiken symbolen. Dat maakt al die religies natuurlijk niet hetzelfde. Hun overtuigingen en tradities verschillen soms sterk. Maar Bernard en Picart leggen wel iets gemeenschappelijks bloot: geloof krijgt overal een vorm die je kunt zien, volgen en meemaken.

Een vergelijking tussen Rome en Japan laat dat goed zien. Bernard en Picart plaatsen twee heel verschillende ceremonies naast elkaar. Een eerste prent toont een katholieke heiligverklaring in de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Een enorme stoffen overkapping overspant de kerk. Toeschouwers zitten op tribunes. Alles richt hun aandacht op het hart van de ceremonie. De kerk verandert tijdelijk in een theater.

© Rijksmuseum, Amsterdam (RP-P-OB-57.106).
© Rijksmuseum, Amsterdam (RP-P-1911-3176).

Een prent van een Japanse tempel lijkt op het eerste gezicht totaal anders. Toch gebeurt daar iets gelijkaardigs. Architectuur, beelden, kleding en gebaren bepalen waar bezoekers kijken. Ook hier krijgt geloof vorm door ruimte, beweging en spektakel. Twee heel verschillende religies gebruiken dus verrassend vergelijkbare middelen. Religie blijkt opvallend theatraal. Precies daarin schuilt de kracht van hun beelden. Ze tonen niet alleen wat gelovigen doen, maar sturen ook hoe de lezer naar die rituelen kijkt.

Gluren bij de buren

Die theatrale blik bleek geen toeval. Een vergelijking met hun bronnen toont wat Bernard en Picart overnamen, veranderden of weglieten. Vooral Picarts werk over het theater valt daarbij op. Hij kende die wereld goed en bracht haar zelf regelmatig in beeld. Die ervaring nam hij mee naar zijn religieuze prenten. Hij bepaalde wie centraal stond en waar de actie plaatsvond. Hij koos zelfs vanuit welke hoek de lezer naar de ceremonie keek. Net als in het theater bepaalde dat standpunt mee wat belangrijk leek en wat naar de achtergrond verdween. Ook koos hij waar de lezer als toeschouwer terechtkwam. Zijn kennis van het theater bepaalde dus mee hoe hij religie in beeld bracht.

Die theatrale blik kwam bovendien niet alleen voort uit Picarts ervaring als kunstenaar. Ook de wereld waarin Bernard en Picart werkten, bepaalde hoe zij naar religie keken. Bernard en Picart werkten in de Nederlandse Republiek. Daar leefden verschillende geloofsgemeenschappen naast elkaar. Er was meer ruimte voor verschillende godsdiensten en nieuwe ideeën dan in veel andere Europese landen. Daardoor konden ze verbanden leggen tussen tradities die totaal verschillend leken. Een katholiek ritueel zag er anders uit dan een joodse of islamitische ceremonie. Toch herkenden Bernard en Picart dezelfde patronen. Overal krijgen mensen te maken met geboorte en dood, hoop en angst, vreugde en verlies. Rituelen helpen om zulke ervaringen een vorm te geven. Zo konden Bernard en Picart verschillen tonen en tegelijk onverwachte overeenkomsten zichtbaar maken.

Achter verschillende religies en culturen schuilen vaak gelijkaardige menselijke verlangens

Maar precies omdat rituelen zulke ervaringen vormgeven en mensen samenbrengen, kunnen ze ook macht uitoefenen. Wie een ceremonie bepaalt, beslist ook wie centraal staat en wie aan de kant blijft. Rituelen bepalen wie spreekt, wie zwijgt en wie gehoorzaamt. Wie het ritueel controleert, bepaalt dus niet alleen wat anderen zien en doen. Die bepaalt ook welke overtuigingen zichtbaar mogen worden. Precies dat maakt Gilead zo beklemmend. Niet de rituelen zelf vormen het probleem. Er is geen ruimte meer voor andere ideeën of gebruiken. Er geldt nog maar één waarheid en iedereen krijgt daarin een vaste rol.

Bernard en Picart doen net het tegenovergestelde. Ze plaatsen verschillende religies naast elkaar en tonen zowel verschillen als overeenkomsten. Zo nodigen ze lezers uit om ook hun eigen gewoontes met andere ogen te bekijken. Wat voor ons vanzelfsprekend lijkt, hoeft dat voor iemand anders helemaal niet te zijn.

Ritueelverslaafde ketters

Drie eeuwen later is onze behoefte aan rituelen niet verdwenen. We zien ze bij diploma-uitreikingen, staatsbegrafenissen en nationale herdenkingen. Maar ook een festival kan soms verrassend veel op een ceremonie lijken. Duizenden mensen zingen dezelfde woorden, bewegen samen en delen voor even dezelfde emotie. Die momenten zijn niet religieus. Toch gebruiken we ook daar vaste handelingen, symbolen, muziek en bijzondere plekken. Ze helpen ons om ervaringen te delen en ons verbonden te voelen met anderen.

Misschien verklaart dat ook waarom de rituelen van Gilead ons zo sterk raken. We herkennen hun kracht, zelfs wanneer Atwood die in een angstaanjagende wereld plaatst. Grote gevoelens krijgen overal een andere vorm. Maar de behoefte om zulke ervaringen samen vorm te geven, blijft. Achter verschillende religies en culturen schuilen vaak gelijkaardige menselijke verlangens. Misschien heeft religie daarom theater nodig: om zichtbaar te maken wat we niet kunnen zien.

Steff Nellis dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2026. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.