Wanneer werden onze voorouders zo groot als wij?

Twee miljoen jaar geleden waren sommige mensachtigen niet groter dan een tienjarig kind. Vandaag ligt de gemiddelde lengte in België rond 1,80 meter voor mannen en 1,65 meter voor vrouwen. Hoe kwam die groei tot stand?

Beeld: Twee museumbezoekers bekijken een model van de Homo erectus.

Britse onderzoekers brengen nu een genuanceerd antwoord. Onze voorouders werden inderdaad langzaam zwaarder, maar de echte groeispurt voltrok zich op één cruciaal moment in de evolutie van het geslacht Homo.

Fossielen onder de loep

De onderzoekers namen 386 fossielen onder de loep, afkomstig van 21 soorten mensachtigen, waaronder de moderne mens en verschillende uitgestorven verwanten. Via statistische modellen volgden ze hoe de lichaamsomvang evolueerde, rekening houdend met ontbrekende botten, meetfouten, eerdere bevindingen en onderlinge verwantschap tussen soorten.

Daaruit bleek dat mensachtigen wel degelijk geleidelijk zwaarder werden, maar nauwelijks merkbaar, met gemiddeld één kilo per miljoen jaar. De echte omslag gebeurde veel sneller en veel recenter: zo'n 2 tot 2,5 miljoen jaar geleden.

Groeispurt

Rond twee miljoen jaar geleden veranderde het plaatje echter aanzienlijk. In het fossielenbestand verschijnen dan grotere mensachtigen, waaronder soorten als Homo ergaster en Homo erectus. Met een gemiddeld gewicht van ongeveer zestig kilogram of meer waren zij qua postuur vergelijkbaar met veel mensen vandaag. Ter vergelijking: veel eerdere mensachtigen, zoals soorten uit het geslacht Australopithecus, wogen vaak rond de veertig kilogram en waren qua gestalte eerder te vergelijken met een hedendaags kind.

Die groeispurt was waarschijnlijk geen toeval. De latere mensachtigen begonnen een leven dat vroeg om een groter lichaam: ze legden enorme afstanden af, joegen op groter wild, aten meer vlees en trokken door uitgestrekte, wisselende landschappen. Een zwaarder postuur was daarbij geen last, maar een troef. Het zorgde voor meer uithoudingsvermogen, grotere energiereserves en betere overlevingskansen.