Deze kleine maar venijnige dinosauriër werd lang gezien als een jeugdige Tyrannosaurus rex, maar een speciaal bot bewijst dat het om een aparte soort ging.
Beeld: Skelet van een Nanotyrannus. Credit: North Carolina Museum of Natural Sciences
De wereld van paleontologen is al meer dan een halve eeuw verdeeld in twee kampen. Was de fijngebouwde Nanotyrannus lancensis een jonge snaak binnen de soort Tyrannosaurus rex, of ging het om een aparte diersoort? Beide dinosauriërs leken immers goed op elkaar en leefden gelijktijdig tijdens het maastrichtiaan, de laatste tijdsnede van het krijt. Ze leefden in Noord-Amerika, waar ze zijn opgegraven uit de beroemde Hell Creek-afzetting in Montana. Paleontologen raakten er maar niet uit of de subtiele verschillen in schedelvorm, aantal tanden en verhoudingen tussen de ledematen al dan niet wezen op volwassenheid.
Hoewel Nanotyrannus vrij klein en lichtgebouwd was, had dit exemplaar al een groeispurt achter de rug
Nieuw onderzoek maakt nu komaf met die splijtzwam: Nanotyrannus was helemaal geen tiener of dwergversie van de welbekende despoot der dino’s. Het was een vrijwel volgroeid exemplaar van een aparte soort binnen de tyrannosauroïden. Dat blijkt uit de studie van een skelet dat al in 1942 is opgegraven, maar aan nieuwe technologie is onderworpen. Eén bijzonder bot, het tongbeen, bezat voldoende details om de microstructuur onder de microscoop te kunnen zien. Net als jaarringen van bomen vertonen goed bewaarde beenderresten lijntjes die informatie bieden over groeisnelheid, levensfase en leeftijd.
Hoewel Nanotyrannus vrij klein en lichtgebouwd was, had dit exemplaar al een groeispurt achter de rug. Het dier was rond de twintig jaar oud toen het stierf. De vorm van hoofd en tanden van dit volwassen reptiel doen vermoeden dat het joeg op kleinere, minder taaie prooien dan zijn grotere neef. Deze nieuwe bevindingen doorbreken het klassieke maar simpele beeld waarin een almachtige T. rex de alleenheerschappij voerde. Het beest leefde naast verwante roofreptielen zoals Nanotyrannus in een diverser ecosysteem aan het einde van het krijt.
Bron: Princeton University, New Jersey, Verenigde Staten