Eos Blogs

Wat als je pancreas langzaam stilvalt?

Je eet voldoende, maar valt toch af. Je stoelgang verandert. Je bent uitgeput. Soms ligt de oorzaak niet in je eetlust, maar in je pancreas.

De pancreas, ook wel alvleesklier genoemd, is ongeveer twaalf tot vijftien centimeter lang en ligt diep in de buik, achter de maag. Dit orgaan vervult vervult twee belangrijke functies.

Enerzijds maakt de pancreas verteringsenzymen. Die komen via een klein afvoerkanaal in de dunne darm terecht. Daar helpen ze voedsel afbreken: vetten, eiwitten en koolhydraten worden in kleinere bouwstenen geknipt, zodat je lichaam ze kan opnemen.

Anderzijds maakt de pancreas hormonen, waaronder insuline. Die helpen de hoeveelheid suiker in je bloed regelen.

Je kan de pancreas dus vergelijken met een fabriek met twee productielijnen: één voor de spijsvertering en één voor de bloedsuikerregeling. Wanneer de pancreas beschadigd raakt, kunnen die twee productielijnen geleidelijk minder goed gaan werken. Vaak gaat dat zeer langzaam en daardoor blijft het probleem lang onder de radar.

Wanneer de pancreas zichzelf blijft ontsteken

Bij een pancreasontsteking, of pancreatitis, raken enzymen die normaal pas in de darm actief worden al in de pancreas geactiveerd. Daardoor begint het orgaan als het ware zichzelf te verteren.

Een acute ontsteking ontstaat bijvoorbeeld door galstenen of overmatig alcoholgebruik, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen. Sommige mensen krijgen één aanval en herstellen goed. Bij anderen keert de ontsteking terug.

Elke nieuwe ontsteking kan extra schade veroorzaken. Na verloop van tijd wordt gezond pancreasweefsel vervangen door littekenweefsel. Dat proces noemen we chronische pancreatitis. De pancreas wordt dan minder soepel en verliest geleidelijk een deel van zijn productiecapaciteit.

Waarom vetrijke stoelgang een alarmsignaal kan zijn

Een van de gevolgen is exocriene pancreasinsufficiëntie. Dat betekent dat de pancreas onvoldoende verteringsenzymen afgeeft aan de darm.

Vooral de vertering van vetten komt dan in de problemen. Vetten leveren veel energie en bevatten vitamines die het lichaam nodig heeft. Zonder voldoende enzymen worden ze niet goed afgebroken en blijven ze grotendeels in de darm aanwezig.

Dat kan leiden tot steatorroe, beter bekend als vettige stoelgang. De ontlasting kan bleek, volumineus of moeilijk doorspoelbaar zijn en sterk ruiken. Dat klinkt misschien banaal, maar het vertelt een belangrijk verhaal: het lichaam verliest voedingsstoffen die het eigenlijk nodig heeft.

Niet elke verandering in stoelgang wijst op een probleem met de pancreas. Toch is aanhoudende vettige stoelgang, zeker in combinatie met gewichtsverlies of buikklachten, een reden om medische hulp te zoeken.

Hoe kan je afvallen terwijl je voldoende eet?

Dat is precies het verwarrende aan exocriene pancreasinsufficiëntie. Iemand kan een normale eetlust hebben en toch gewicht verliezen.

De reden is eenvoudig: eten is niet hetzelfde als voedingsstoffen opnemen. Je kan voldoende eten, maar als het lichaam de vetten, eiwitten en andere voedingsstoffen niet goed kan verteren, bereiken ze de bloedbaan onvoldoende. Het lichaam krijgt dan minder energie binnen dan het nodig heeft. Het spreekt reserves aan en verliest spiermassa. Daardoor kan iemand vermageren zonder bewust minder te eten.

Ook vermoeidheid komt vaak voor. Die kan het gevolg zijn van een tekort aan calorieën, maar ook van tekorten aan vitaminen en mineralen. Vooral vetoplosbare vitamines: A, D, E en K kunnen onvoldoende worden opgenomen wanneer vetten onverteerd door de darm passeren.

Een tekort dat je niet altijd aan de buitenkant ziet

Voedingstekorten ontstaan niet altijd plots. Ze kunnen langzaam groeien, terwijl de klachten vaag blijven: minder kracht, spierkrampen, concentratieproblemen of een voortdurend gebrek aan energie.

Daarom kijken artsen bij een vermoeden van pancreasinsufficiëntie niet alleen naar het gewicht. Ook de stoelgang, voedingsstatus, bloedwaarden en voorgeschiedenis zijn belangrijk. Een ademtest, stoelgangonderzoek of beeldvorming kan aanvullende informatie geven.

De behandeling richt zich op de oorzaak en op het tekort aan enzymen. Veel patiënten krijgen pancreasenzymen in capsules bij de maaltijden. Die vervangen de enzymen die de pancreas niet meer voldoende aanmaakt. De timing en dosis zijn belangrijk: de enzymen moeten samen met het voedsel in de darm terechtkomen.

Het doel is niet om zo weinig mogelijk vet te eten. Het doel is om voedsel opnieuw goed te kunnen verteren en voedingsstoffen op te nemen.

De tweede productielijn: insuline

De pancreas heeft nog een andere taak. In kleine groepjes cellen, de eilandjes van Langerhans, worden hormonen gemaakt. De bekendste is insuline, die ervoor zorgt dat glucose uit het bloed naar lichaamscellen kan gaan.

De pancreas mag dan diep achter de maag liggen, de gevolgen van zijn achteruitgang worden uiteindelijk overal voelbaar

Wanneer chronische ontsteking ook deze cellen beschadigt, kan de insulineproductie dalen. Dan stijgt de bloedsuikerspiegel en kan diabetes ontstaan. Bij pancreasziekte spreekt men soms van pancreatogene diabetes, of diabetes type 3c.

Die vorm van diabetes kan complex zijn, omdat niet alleen insuline, maar ook andere hormonen en de spijsvertering verstoord kunnen zijn. Een patiënt kan dus tegelijk problemen hebben met de opname van voedsel én met de regeling van de bloedsuiker. De twee productielijnen van de pancreas zijn dan allebei getroffen, maar niet noodzakelijk in dezelfde mate of op hetzelfde moment.

Waarom vroeg herkennen belangrijk is

Een pancreas die langzaam achteruitgaat, geeft niet altijd een duidelijk alarmsignaal. Klachten worden soms toegeschreven aan stress, ouder worden of gevoelige darmen. Intussen kan het lichaam al langere tijd te weinig energie en vitamines opnemen.

Daarom is het belangrijk om naar het patroon te kijken: vettige ontlasting die weken of maanden aanhoudt, geleidelijke vermagering zonder dat je minder eet, of vermoeidheid die blijft duren en samengaat met spijsverteringsklachten.

De pancreas mag dan diep achter de maag liggen, de gevolgen van zijn achteruitgang worden uiteindelijk overal voelbaar. Wie de signalen eerder herkent, kan sneller de juiste hulp zoeken.