EOS Blogs

De verdwijntruc van de Nutri-Score

In het kort

De Nutri-Score werd strenger, waarna het stilletjes van sommige verpakkingen verdween.

De eenvoud van de Nutri-Score is zijn grote troef, maar ook zijn grootste beperking: het label wordt nog te vaak gelezen als een algemeen oordeel over gezond of ongezond.

De discussie gaat dus niet alleen over één letter op een verpakking, maar ook over welke informatie consumenten te zien krijgen — en of die verplicht zichtbaar moet zijn.

Wie in de supermarkt een vertrouwde fles drinkyoghurt, een pak ontbijtgranen of een proteïnereep uit het rek neemt, heeft het misschien al gemerkt. Jarenlang stond er vooraan op sommige verpakkingen een geruststellende groene letter. Vandaag is dat kleurrijke logo bij een deel van die producten verdwenen. Achter die verdwijntruc schuilt een hevig debat.

Een logo voor snelle keuzes

De Nutri-Score werd in 2017 in Frankrijk ingevoerd en groeide uit tot een van de bekendste voedingslabels in Europa. Het systeem geeft producten een score van A tot E, met kleuren van donkergroen tot donkerrood.

Het label is gemaakt voor een heel herkenbaar moment: iemand staat in de supermarkt, heeft weinig tijd, ziet twintig soorten ontbijtgranen, tien soorten pizza’s en wordt ondertussen aan de mouw getrokken door een kind dat naar een heel assortiment koekjes wijst. Dan is een voedingswaardetabel in kleine letters achteraan op de verpakking, met calorieën, zout, koolhydraten en vetten, niet bepaald efficiënt. De Nutri-Score probeert die informatie samen te vatten in één herkenbaar teken.

Achter die letter zit een berekening. Suiker, zout, verzadigd vet en energie duwen de score naar beneden. Vezels, eiwitten, fruit, groenten, peulvruchten, noten en sommige oliën kunnen de score verbeteren. De bedoeling is om in één oogopslag de betere keuze binnen eenzelfde soort product te herkennen.

Achter die eenvoud schuilt een eerste valkuil. De Nutri-Score wordt vaak onderuitgehaald met voorbeelden die op het eerste gezicht overtuigend lijken. Olijfolie scoort minder gunstig dan cola zero. Ambachtelijke kaas komt slechter uit dan industriële ontbijtgranen. Gerookte zalm haalt een lagere score dan frietjes. Voor veel mensen klinkt dat als bewijs dat het systeem niet deugt. Alleen is de Nutri-Score niet ontworpen om zo gebruikt te worden. Het vergelijkt niet de plaats van een voedingsmiddel in het volledige eetpatroon. Het label is vooral bedoeld om producten te vergelijken die je op hetzelfde moment zou kunnen kiezen: de ene olie met de andere, het ene ontbijtgraan met het andere, de ene drank met de andere. Binnen die context kan het wel nuttige informatie geven. Wie dorst heeft, twijfelt niet tussen olijfolie en frisdrank. Wie ontbijtgranen koopt, wil wel weten welk pak minder suiker en meer vezels bevat, niet of pizza als alternatief geserveerd kan worden. 

De Nutri-Score werkt alleen goed als consumenten het begrijpen. Een pizza met een B blijft een pizza. Een ontbijtgraan met een A wordt geen kom havermout met fruit. Een voedingspatroon dat uitsluitend uit A-producten bestaat, is niet noodzakelijk gezond, en een E betekent niet dat iets nooit meer gegeten mag worden. Het label vereenvoudigt voedingsinformatie, maar neemt de nood aan gezond verstand niet weg.

Toch is de verwarring begrijpelijk. Een groene A stelt ons gerust. Een rode E geeft ons een schuldgevoel. Een kleur op de voorkant van een verpakking weegt vaak zwaarder dan de kleine lettertjes op de achterkant. Daarom moet de Nutri-Score vooral goed worden uitgelegd.

De vaste meetlat van 100 gram

Nog een valkuil is minder bekend: de berekening gebeurt per 100 gram of 100 milliliter. Dat is een van de meest bekritiseerde keuzes van het systeem. Bij producten die we in kleine hoeveelheden gebruiken, zoals olie, kaas, sauzen of mosterd, kan de score daardoor streng lijken. Niemand drinkt immers 100 milliliter olijfolie in één keer.

Toch is rekenen per portie niet vanzelf eerlijker. Portiegroottes worden vaak door fabrikanten zelf voorgesteld. Een portie ontbijtgranen van 30 gram lijkt op papier voldoende, maar veel mensen gieten zonder nadenken meer in hun kom. Een koekje kan als één portie gelden, ook al eet bijna niemand alleen het koekje waarvoor de tabel werd berekend. En wat weerhoudt een fabrikant ervan om zijn koekjes kleiner te maken om een betere score te verkrijgen?

De 100 gram-regel is dus grof, maar controleerbaar. Iedereen gebruikt dezelfde meetlat. Dat maakt producten binnen eenzelfde categorie makkelijker vergelijkbaar. De keerzijde is dat de consument zelf nog altijd moet nadenken over hoeveel hij werkelijk eet en hoe vaak een product op tafel komt.

Waarom de score strenger werd

Het oorspronkelijke algoritme kreeg kritiek omdat sommige producten er wel erg gunstig uitkwamen. Vooral dranken, ontbijtgranen en zuivelproducten konden soms profiteren van de berekening. Een product met veel suiker kon toch nog een goede score halen dankzij eiwitten of vezels. Voor een consument voelde dat misschien logisch — melkdranken, yoghurt, ontbijtgranen, dat klinkt toch gezond? — maar voor voedingswetenschappers begon het te wringen.

Daarom werd het systeem herzien. In België, Nederland, Duitsland en Zwitserland ging de nieuwe versie begin 2024 in. Frankrijk volgde in 2025. De update is strenger voor onder meer suiker, zout en zoetstoffen. Vezels en eiwitten blijven meetellen, maar ze kunnen minder makkelijk een minder gunstige samenstelling maskeren.

De nieuwe berekening verandert verschillende productgroepen. Vezelrijk volkorenbrood onderscheidt zich duidelijker van witbrood. Sommige producten met veel zout of suiker zakken. Plantaardige oliën met weinig verzadigd vet scoren beter dan vroeger. Lightfrisdranken worden minder gunstig beoordeeld dan in het oude systeem, niet omdat ze suiker bevatten, maar omdat het algoritme zoete dranken zonder suiker niet op gelijke hoogte met water wil plaatsen. De redenering is dat water de voorkeursdrank moet blijven, en dat een voedingslabel de gewenning aan zoete smaken niet onbedoeld moet ondersteunen.

De meest zichtbare verschuiving zit echter bij drinkbare zuivel en plantaardige dranken.

Waarom drinkyoghurt plots anders scoort

In het oude systeem werden drinkyoghurts, gezoete melkdranken en sommige plantaardige drinks vaak beoordeeld volgens regels die gunstig konden uitpakken. Eiwitten uit melk of soja hielpen de score, terwijl suiker niet altijd zwaar genoeg doorwoog.

In de nieuwe berekening vallen zulke producten onder de categorie dranken. Dat lijkt een technisch detail, maar in de supermarkt maakt het veel uit. Water blijft de enige drank die een A kan krijgen. Melk kan nog gunstig scoren, maar gezoete melkdranken, drinkyoghurts en sommige plantaardige alternatieven zakken sneller naar C, D of E.

Daar zit een voedingskundige redenering achter. Een drinkyoghurt wordt niet op dezelfde manier gegeten als een potje yoghurt met een lepel. Vloeibare calorieën gaan makkelijker en sneller naar binnen en verzadigen minder. Bovendien worden zulke producten vaak als tussendoortje of snelle drank gebruikt, ook door kinderen. Net daarom woog de oude groene A of B zwaar: die stelde consumenten gerust op het moment dat het product in de praktijk vaak meer als dorstlesser of zoete snack dan als basisvoedingsmiddel werd gebruikt.

Voor producenten is die nieuwe indeling minder aantrekkelijk. Een product dat jarenlang met een groene letter op de voorkant stond, kan plots oranje of rood kleuren. Daarmee verandert niet alleen de score, maar ook het beeld dat een consument in enkele seconden van het product krijgt.

Wat als de score tegenvalt?

De reactie van sommige voedingsbedrijven liet niet lang op zich wachten. Zolang de Nutri-Score gunstig uitviel, was het label bruikbaar. Het paste bij een gezond imago en gaf consumenten snel vertrouwen. Maar sinds de strengere berekening bepaalde producten lager doet scoren, kiezen sommige merken ervoor om het logo opnieuw weg te laten.

Danone is daarvan het bekendste voorbeeld. Het bedrijf behoorde vroeger tot de voorstanders van de Nutri-Score, maar kondigde aan het label te verwijderen van drinkyoghurts en plantaardige dranken, terwijl het op andere zuivelproducten behouden zou blijven. Volgens Danone leidt de nieuwe indeling tot verwarring, omdat drinkbare en lepelbare varianten van hetzelfde product anders kunnen scoren.

Die kritiek is niet helemaal onbegrijpelijk. Een consument die twee producten met vergelijkbare ingrediënten ziet, kan zich afvragen waarom het ene gunstiger scoort dan het andere. Tegelijk is het precies de bedoeling van de update om het verschil tussen drinken en lepelen mee te nemen. Een flesje wordt nu eenmaal anders geconsumeerd dan een potje.

Daarmee verschuift de discussie van wetenschap naar vertrouwen. Als een label alleen zichtbaar blijft zolang het de verpakking helpt, verliest het een deel van zijn waarde. Voor de consument ontstaat een onvolledig beeld: sommige producten tonen een letter, andere niet. De afwezigheid van het label zegt dan misschien iets, maar alleen voor wie weet waarom het verdwenen is.

Ook andere merken uitten kritiek of verwijderden het logo van bepaalde producten. Dat betekent niet dat elke producent ongelijk heeft. Er zijn reële discussiepunten over porties, productcategorieën, traditionele voedingsmiddelen en de grenzen van één algoritme. Maar de timing van sommige terugtrekkingen maakt het moeilijk om de commerciële logica te negeren.

Wat het label niet vertelt

De Nutri-Score kijkt naar voedingskundige samenstelling. Niet naar alles wat voeding gezond of ongezond kan maken.

Dat onderscheid wordt belangrijker nu ultrabewerkte voeding steeds vaker aandacht krijgt. Onderzoekers gebruiken daarvoor vaak het NOVA-systeem. Dat deelt voedingsmiddelen in volgens de mate van bewerking. Aan de ene kant staan onbewerkte of weinig bewerkte producten zoals fruit, groenten, eieren, melk, noten en peulvruchten. Aan de andere kant staan ultrabewerkte producten met industriële ingrediënten, aroma’s, emulgatoren of textuurmiddelen.

Nutri-Score en NOVA beantwoorden dus verschillende vragen. De Nutri-Score kijkt naar suiker, zout, verzadigd vet, energie, vezels, eiwitten en bepaalde ingrediënten. NOVA kijkt naar hoe sterk een product industrieel is bewerkt.

Daardoor kan een product een redelijke Nutri-Score halen en toch ultrabewerkt zijn. Denk aan een vezelrijke reep, een eiwitdrink of een plantaardige vervanger met een lange ingrediëntenlijst. Omgekeerd kan een ambachtelijke cake weinig industrieel bewerkt zijn en toch slecht scoren door boter, suiker en calorieën.

Die spanning maakt de Nutri-Score niet nutteloos, maar wel beperkt. Wie het label gebruikt, moet het naast andere informatie leggen: de ingrediëntenlijst, de portie, de mate van bewerking en vooral het geheel van wat iemand eet. Sommige onderzoekers pleiten daarom voor een extra signaal bij ultrabewerkte producten, bijvoorbeeld een zwarte rand rond het bestaande logo die aangeeft dat een product ultrabewerkt is. Dat zou voor consumenten meer context geven, maar voor veel producenten ook minder comfortabele informatie zichtbaar maken. Ook daar volgt meteen een nieuwe discussie: vanaf wanneer is een product precies ultrabewerkt?

Werken voedingslabels wel?

We moeten niet naïef zijn: voedingslabels veranderen niet plots wat mensen graag eten. Wie zin heeft in chips, laat zich niet altijd tegenhouden door een rode letter. Smaak, prijs, gewoonte, promoties, kinderen en merkvertrouwen spelen mee. Zeker voor wie weinig budget heeft, is de beste Nutri-Score niet altijd de eerste zorg.

Toch zijn labels meer dan versiering. Onderzoek toont dat ze de perceptie van producten kunnen beïnvloeden. Een A of B maakt een product aantrekkelijker en gezonder in de ogen van consumenten; een D of E kan het omgekeerde doen. In veldexperimenten verschuift de verkoop ook enigszins in de richting van producten met een gunstigere score.

De impact blijft wel afhankelijk van de omgeving. Een label heeft meer effect als gezonde producten betaalbaar zijn, als promoties niet vooral ongezonde keuzes naar voren schuiven en als consumenten en hun kinderen niet voortdurend worden aangesproken door marketing. Een logo op de verpakking kan helpen op het moment van aankoop, maar het lost de voedselomgeving niet alleen op.

Chili toont een andere aanpak

Een nuttig contrast komt uit Chili. Daar koos de overheid in 2016 niet voor een kleurenschaal, maar voor zwarte waarschuwingslabels op producten met veel suiker, zout, verzadigd vet of calorieën. Die waarschuwingen werden gekoppeld aan beperkingen op kindermarketing en verkoop op school.

Het Chileense systeem doet iets anders dan de Nutri-Score. Het vergelijkt niet subtiel binnen productgroepen, maar waarschuwt wanneer een product veel bevat van voedingsstoffen waarvan mensen best niet te veel binnenkrijgen. Juist omdat het verplicht is en deel uitmaakt van breder beleid, zet het meer druk op zowel consumentenkeuzes als productformulering.

Voor Europa is Chili geen blauwdruk die zomaar kan worden overgenomen. De Europese voedselmarkt is juridisch en cultureel veel versnipperder, met sterke gevoeligheden rond traditionele producten, porties en nationale voedingsgewoonten. Maar Chili toont wel dat labels meer impact krijgen wanneer ze verplicht zijn en worden gekoppeld aan breder beleid, zoals regels rond kindermarketing en verkoop op school.

Europa raakt er niet uit

De Europese Commissie beloofde binnen de Farm to Fork-strategie werk te maken van een geharmoniseerd voedingslabel op de voorkant van verpakkingen. De Nutri-Score leek lange tijd een belangrijke kandidaat. Een verplicht Europees systeem kwam er voorlopig niet.

De redenen zijn bekend: verdeeldheid tussen lidstaten, kritiek vanuit de voedingsindustrie en gevoeligheden rond traditionele producten zoals kaas, ham en olie. Sommige landen vrezen dat een eenvoudige kleurcode te weinig rekening houdt met culinaire context of porties. Gezondheidsorganisaties vinden dan weer dat Europa te lang aarzelt.

De discussie speelt intussen ook in de rechtszaal. In Frankrijk trok Lactalis naar de Conseil d’État tegen het besluit waarmee de vernieuwde Nutri-Score werd ingevoerd. Volgens het zuivelconcern is het label wel formeel vrijwillig, maar ontstaat er in de praktijk maatschappelijke en commerciële druk om mee te doen. De Franse rechter legde de zaak in juni 2026 voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De uitspraak kan belangrijk worden voor landen die de Nutri-Score aanbevelen, waaronder België.

Het resultaat is voorlopig een half systeem. België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Luxemburg, Spanje en Zwitserland gebruiken of ondersteunen de Nutri-Score, maar het label blijft grotendeels vrijwillig. Daardoor is het zichtbaar genoeg om discussie uit te lokken, maar niet verplicht genoeg om overal dezelfde informatie te geven.

Voor consumenten is dat lastig. Op het ene product staat een letter, op het andere niet. Soms omdat een producent niet meedoet, soms omdat de verpakking nog niet werd aangepast, soms omdat het label commercieel niet langer aantrekkelijk is. Wie snel wil kiezen, krijgt dus niet altijd hetzelfde soort informatie.

De les van het verdwenen logo

De Nutri-Score is geen perfect systeem, daar is iedereen het over eens. Hij veralgemeent en vereenvoudigt voeding tot één letter, terwijl voeding persoonlijk is en afhangt van veel factoren. Maar de beperkingen van het label zijn geen reden om het zonder meer af te schrijven. Voor veel consumenten blijft de voedingswaardetabel achteraan de verpakking moeilijk. Een eenvoudige score kan helpen, vooral wanneer producten sterk op elkaar lijken.

De recente verdwijning van het logo laat vooral zien hoe kwetsbaar vrijwillige transparantie is. Zolang een label het gezonde imago van een product ondersteunt, is het welkom. Wanneer dezelfde berekening na een wetenschappelijke update minder gunstig uitvalt, wordt de verleiding groot om het logo weg te laten.

Net op dat moment heeft de consument de informatie nodig. Een voedingslabel hoeft niet perfect te zijn om nuttig te zijn. Het moet vooral zichtbaar blijven, ook wanneer de boodschap minder goed uitkomt.