Artificieel licht zorgt ervoor dat vrouwelijke muggen in de herfst langer eitjes blijven leggen. Slecht nieuws, want dat betekent meer last van muggenbeten.
De wereld baadt in kunstlicht. Nog maar weinig plekken op aarde zijn echt donker. Al dat artificieel licht heeft een grote impact op dieren en planten. Die zien hun dagritme en hun fotoperiodieke systemen, mechanismen die hun gedrag en fysiologie reguleren op basis van de lengte van de dagen, verstoord.
Om na te gaan welk effect artificieel licht en de extra warmte van een stedelijke omgeving op muggen hebben, vergeleken Amerikaanse onderzoekers twee groepen noordelijke huismuggen (Culex pipiens), de soort die in België het meest voorkomt. Gedurende de herfstmaanden september en oktober onderging een groep natuurlijke licht- en temperatuuromstandigheden. De andere werd continu aan kunstlicht vergelijkbaar met een gangbare buitenlamp blootgesteld.
Biologische sluimerstand
Onder normale omstandigheden vertraagt het ritme waarmee vrouwelijke muggen zich voortplanten naargelang de dagen korter worden. Op een gegeven punt schakelen ze over naar een soort biologische sluimertoestand, de diapauze. Onder meer hun voortplanting valt stil. Dat betekent dat ze dan niet meer prikken, want vrouwelijke muggen zuigen bloed omdat ze de hoogwaardige eiwitten nodig hebben om eitjes te leggen.
Uit het onderzoek bleek dat artificieel licht wel degelijk gevolgen had voor de vrouwelijke muggen. Ze vertonen minder tekenen van een intredende diapauze en hun follikels waarin eitjes rijpen waren groter. Hun reproductiecyclus zette zich dus langer door wanneer ze blootgesteld werden aan kunstlicht.
Licht had ook duidelijk meer impact dan stedelijke warmte. Muggen in een warmere setting maar zonder blootstelling aan kunstlicht, gingen vooralsnog in diapauze, zij het iets later. Bij zo'n 40 procent van de muggen onder kunstlicht daarentegen trad hun biologische sluimerstand niet in, ook al zakte de temperatuur.
Dat de gevolgen van artificieel licht zich sterker laten voelen dan die van warmte, mag niet verwonderen. Temperatuurschommelingen zijn onder natuurlijke omstandigheden gangbaar. Maar de daglengte varieert volgens een vast patroon. De genetische mechanismen gebaseerd op de lengte van de dagen zijn dus veel minder flexibel.