Met specifieke danspasjes geven bijen aan waar er voedsel te vinden is. Die dans is geen eenrichtingsverkeer, blijkt uit een nieuwe studie. De reactie van het publiek is cruciaal.
De bijendans is een complexe communicatievorm waarmee honingbijen aan nestgenoten aangeven waar zich een voedselbron bevindt. De bijen beschikken over meerdere danspasjes, die verschillen naargelang de afstand van de voedselbron vanaf het nest of de kast.
Dit onderzoek richt zich op de kwispeldans, waarmee bijen aanwijzingen geven over een voedselbron verder dan honderd meter. Tijdens deze dans bewegen de bijen in een halve cirkel, gevolgd door een recht stukje dat ze kwispelend met hun achterlijf afleggen. De hoek van dat rechte lijntje, ten opzichte van de rechte lijn naar boven op de raat, geeft de richting van de voedselbron ten opzichte van de zon aan. Met de duur van het gekwispel signaleert de honingbij de afstand.
Lange tijd werd gedacht dat deze complexe communicatievorm eenrichtingsverkeer was. Maar een recente studie onderzocht of de samenstelling en de grootte van het ‘publiek’ de uitvoering van de dans beïnvloedt. In een eerste experiment haalden Chinese onderzoekers toekijkende bijen van de ‘dansvloer’ weg. Tijdens het tweede experiment zetten ze een groot aantal jonge werkbijen in het publiek. Die jongere bijen hebben nog geen ‘buitendienst’ en zijn dus niet geïnteresseerd in de aanwijzingen.
Wanneer er veel oplettende toeschouwers zijn, kan de kwispelende bij het dansje perfect uitvoeren. Maar wanneer het publiek afneemt of niet oplet, moet de bij meer moeite doen om de aandacht te trekken. De biologen zagen dat de kwispelende bijen de dans in die gevallen daarom minder nauwkeurig uitvoeren en meer bewegen. De informatie over de toekijkende bijen vergaren ze waarschijnlijk uit een combinatie van aanraking en leeftijdsspecifieke geursignalen.
Dit onderzoek laat zien dat de bijendans beïnvloed wordt door het publiek. De onderzoekers vergelijken dit met een straatartiest die harder, maar allicht minder zuiver gaat zingen wanneer de toeschouwers weglopen of op hun smartphone kijken.
Bron: Universiteit van de Chinese Academie van Wetenschappen, Beijing
Beeld: DONG Shihao