Het overwinteringsgebied van bonte vliegenvangers ligt erfelijk vast

Trekvogels volgen nauwkeurige routes tussen hun broed- en overwinteringsgebieden, en die kunnen verschillen op de heen- en de terugweg. Hoe weten vogels waar ze moeten zijn? Is die kennis aangeboren, of leren ze die als jong?

Beeld: Bonte vliegenvanger met een datalogger op zijn rug. Credit: Richard Ubels

Koosje Lamers van de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht dat bij de bonte vliegenvanger, in een trackingexperiment dat jaren duurde. Ze kwam tot de conclusie dat de diertjes heel precies wisten waar ze naartoe moesten, zonder dat een andere vogel het hen had voorgedaan.

Onderzoek als dat van ons is zeldzaam’, vertelt Lamers. ‘Trekvogelonderzoek gebeurt zelden in zo’n internationale context en met zoveel populaties tegelijk. Een combinatie van een experiment en tracking, waar ook nog heel interessante resultaten uitkomen, dat is wel heel uniek...’ De bonte vliegenvanger is een vogel met een tamelijk brede verspreiding in Europa. Hij broedt van Spanje tot Zweden, en zelfs in Siberië. Overwinteren doet hij in de Guinea-Savannazone van West Afrika. ‘Het is een echt typische zangvogel die trekt over lange afstanden. Die lange migraties naar gebieden ten zuiden van de Sahara horen bij die strategie.’

Ik zag dat migratieroutes in de lente al een achtduizendtal kilometer zijn. En in de herfst doen ze er nog eens vierduizend kilometer bij. Waarom doen ze dat? Dat is ongelooflijk veel vliegen toch?

‘Dat is erg opvallend. Zulke grote omwegen worden niet vaak gevonden bij vogels, omdat het behoorlijk inefficiënt is. Dat kost ze veel tijd en veel energie. We weten natuurlijk niet precies waarom ze dat doen. We denken dat het niet per se nodig is, dat ze theoretisch ook een meer directe route kunnen volgen, zoals de withalsvliegenvangers.

We vermoeden dat die enorme omweg een gevolg is van het feit dat bonte vliegenvangers voor de laatste ijstijden alleen nog maar in Zuidwest-Europa en West-Afrika zaten. Oorspronkelijk broedden ze ongeveer waar de Spaanse bonte vliegenvangers nu voorkomen. De laatste eeuwen en decennia zijn bonte vliegenvangers ook nog extra uitgebreid naar het noorden en het oosten.

Twee jonge bonte vliegenvangers enkele dagen nadat ze zijn uitgevlogen. Ze worden nog steeds door hun ouders gevoed en over ongeveer anderhalve maand zullen ze vertrekken naar hun overwinteringsgebied. Credit: Richard Ubels

Vanuit de Spaanse populatie gezien is het helemaal geen lange omweg via Spanje, Portugal, langs de West-Afrikaanse kust naar hun overwinteringsgebieden. Maar als je dan verder langzaam, generatie op generatie, opschuift naar het noorden en oosten, dan wordt het opeens wel een heel lange route. Misschien is er nog niet genoeg tijd gepasseerd, evolutionair gezien, om voor aanpassingen in die route te zorgen.

Waarom zijn de overwinteringsgebieden van trekvogels belangrijk?

‘Om veel redenen. Het is een plek waar ze een groot deel van hun leven doorbrengen. Ze zijn langer in Afrika dan dat ze in Nederland of België of Zweden zijn. Dus voor hun levenscyclus is het super belangrijk dat die gebieden van goede kwaliteit zijn, dat ze daar veilig kunnen overwinteren.

En die gebieden zijn ook nog eens beperkend voor hun timing in het broedseizoen. Want voor ze vertrekken uit Afrika en de Sahara oversteken, moeten ze moeten flink opvetten en ruien. Het is best wel een gevaarlijk begin van de tocht. Daarom willen we graag beter begrijpen welke rol de overwinteringsgebieden spelen en hoe ze worden bepaald in de cyclus van zo'n trekvogel. Veel lange afstandstrekkers staan onder druk, ten opzichte van korte afstandstrekkers en standvogels gaan hun populaties harder achteruit.

Dat ligt aan verschillende dingen. Veel van de plekken die ze aandoen op hun tocht veranderen door menselijke invloeden. In de broedgebieden vervroegt de timing van de lente, wat het moeilijk maakt om op tijd terug te zijn en een nest te beginnen. Om op tijd dat nest te kunnen beginnen, moeten ze op tijd weg uit Afrika, en dus moeten de condities daar goed zijn.’

Wat hebben jullie eigenlijk gevonden? Jullie hebben eieren verwisseld tussen Nederlandse en Zweedse nesten?

‘Er zijn twee belangrijke resultaten. Ten eerste dat populaties van over heel Europa allemaal op een redelijk goed gedefinieerde aparte plek in de overwinteringsgebieden zitten. Dus je ziet Spaanse vogels bij Spaanse vogels, Siberische bij Siberische, Scandinavische bij Scandinavische en Nederlanders bij Nederlanders. En dat is best heel bijzonder, omdat ze allemaal diezelfde route volgen.

Met het experiment wilden we dus verder uitzoeken hoe dat werd bepaald. Daarvoor hebben we Nederlandse vrouwtjes naar Zweden verplaatst - in een busje gedurende de nacht. En we hebben eitjes verzameld in Nederland, en die aan Zweedse pleeghouders gegeven. We hebben verschillende jaren vogels die uit die kruisingen voortkwamen en uit die eitjes geboren werden, gevolgd met dataloggers. 

Daardoor zagen we dat Nederlandse vogels die zijn geboren in Zweden, overwinteringsgebieden hebben die dicht bij de Nederlandse overwinteringsgebieden liggen. Dus waar een bonte vliegenvanger overwintert, wordt grotendeels bepaald door iets wat aangeboren is: waarschijnlijk de genen. Want als vogels uit Nederlandse eieren die in Zweden uitkwamen, gewoon andere Zweedse vogels zouden volgen, dan zouden ze in de Zweedse overwinteringsgebied komen.

‘Als ik m'n experimentele vogels losliet met hun datalogger, zei ik nog wel eens tegen ze: ‘Kom naar me terug, dan maak ik je beroemd!’’

Jonge vogels moeten trouwens nog iets langer op de broedgebieden blijven. Ze moeten nog een volwassen verendek krijgen en opvetten. De meeste volwassen vogels zijn dan al weg. Dus als jonge bonte vliegenvanger kan je niet je ouders of je buren volgen.

We hebben ook drie jonge vogels kunnen tracken. Door ze eerst een poosje in families verder op te voeden konden we garanderen dat ze de meest dodelijke periode overleven, net na het uitvliegen. Als ze volwassen proporties hadden, hebben we ze losgelaten met een logger. Ook die jonge vogels hadden precies dezelfde overwinteringsgebieden als volwassen vogels van diezelfde categorie.

Als ik m'n experimentele vogels losliet met hun datalogger, zei ik nog wel eens tegen ze: ‘Kom naar me terug, dan maak ik je beroemd!’ Volwassen bonte vliegenvangers hebben namelijk maar de helft kans om het jaar erop terug te keren. Ze zijn maar klein, en hun leven is gevaarlijk. Dus je hoopt altijd ontzettend dat het de vogel die je dan in je handen hebt het lukt om de reis nog een keer te overleven. Gelukkig kwamen veel van m'n vogels terug!’ 

Even kritisch: lijden die vogels er niet onder als je die eieren zomaar verwisselt? Brengt dat de vogelpopulatie niet nog meer in gevaar?

‘We hebben natuurlijk vergunningen gekregen van de Zeeuwse en de Nederlandse dierproeveninstanties. En omdat er ook wel hier en daar experimenten zijn gedaan met het verplaatsen van eieren, weten we dat je eieren tijdelijk kan opslaan. Als je ze koel bewaart, kan je ze weer bij nieuwe ouders in het nest leggen en komen ze nog uit, omdat ze dan een beetje in de pauzestand staan.

Het zijn wel honderden eieren die je zo verplaatst, maar op het algehele niveau is dat een schijntje van de wereldwijde populatie bonte vliegenvangers. Vogels kunnen dat zelf ook deels opvangen. Want als je de eieren weghaalt bij een vrouwtje, gaat ze een tweede broedsel beginnen, als je het tenminste vroeg genoeg doet. Het zal niet zo leuk voor haar zijn, maar ze kan daarna nog jongen voortbrengen.

Je moet er wel voor zorgen dat je goed van tevoren onderzoekt hoe je dit kan doen op een manier die veilig is, en met zo min mogelijk negatieve aspecten. We deden wel een dierexperiment, maar we doen dat om de dieren beter te begrijpen en beter te leren hoe lange afstandstrekkers gaan reageren op alle veranderingen die op ze afkomen.’