Kleine zwanen overwinteren steeds dichter bij hun broedgebied aan de noordwestkust van Rusland. Niet de ervaren vogels, maar de jonge generatie drijft die verschuiving.
Fotocredit: Hans-Joachim Augst, Frederick Fleet en Wim Jongejan
De kleine zwaan is de kleinste van drie soorten zwanen die in Nederland en België voorkomen. Kleine zwanen broeden aan de noordwestkust van Rusland, en overwinteren in Noordwest-Europa. Vroeger was dat gemiddeld in Engeland en Nederland, nu is dat Noordwest-Duitsland. Ecoloog Hans Linssen onderzocht die verschuiving voor zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam en het Nederlands Instituut voor Ecologie. Hij en zijn collega’s bestudeerden de gps-data van zo’n honderdtwintig kleine zwanen, goed voor miljoenen locatiepunten verspreid over meerdere jaren. Uit dit onderzoek blijkt dat de zwanen hun trekgedrag voortdurend bijstellen op basis van de temperatuur. Tijdens zachte winters blijven ze honderden kilometers noordoostelijker. Als het toch veel kouder wordt, trekken ze alsnog verder door richting Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk.
Familieleven
Jonge zwanen trekken bijna een jaar lang samen met hun ouders op. Dat familieleven is van levensbelang. Slechts 38 procent van de jonge vogels die te vroeg hun ouders kwijtraken, overleefde het eerste jaar, tegenover 83 procent van de jongen die langer bij hun ouders bleven. Jonge zwanen volgen hun ouders ook tijdens hun eerste winter, maar verkennen daarna vaker nieuwe gebieden. Daardoor zijn het de jongere generaties kleine zwanen die de verschuiving van het overwinteringsgebied naar het noordoosten sturen.
De populatie van kleine zwanen daalt al jaren, maar daarbij speelt de veranderende wintertrek vermoedelijk geen rol. Wel verdacht is het feit dat slechts een derde van de volwassen vogels een broedpoging waagt. Hoe dat komt, is nog onbekend.