Eos Blogs

Hoe ouder, hoe wijzer? Jonge en oude wespen denken anders en dat zie je zelfs in hun hersenen!

Wespen staan bekend als lastige zomergasten op een barbecue, maar er schuilt veel meer achter deze insecten dan we soms denken. In ons onderzoek ontdekten we bijvoorbeeld dat ze verrassend goed kunnen leren en onthouden. Afhankelijk van hun leeftijd pakken ze dezelfde taak op een totaal andere manier aan en dat verschil kan je zelfs terugzien in hun hersenen.

Sommige wespensoorten zijn sociaal, net als honingbijen en mieren. Ze leven samen in kolonies met een duidelijke taakverdeling: de koningin legt de eieren, werksters doen al het andere werk. Die werksters veranderen van taak naarmate ze ouder worden. Jonge wespen blijven vooral in het nest, oudere trekken eropuit om voedsel te zoeken. Omdat iedereen maar een deel van het werk doet, worden zulke kolonies vaak gezien als een soort ‘superorganisme’. Dat roept een interessante vraag op: als je maar één taak hebt, hoe slim moet je dan als individu eigenlijk zijn?

Wespen van Pavlov

Ondanks veel onderzoek naar leren en geheugen bij honingbijen en hommels, weten we nog verrassend weinig over wespen. Dat is jammer, want ecologisch zijn ze minstens even belangrijk. Ze vangen muggen, ruimen kadavers op en bestuiven planten. Van honingbijen weten we dat ze een dans-taal gebruiken om de locatie van voedsel te delen. Bij sociale wespensoorten zien we dit fenomeen niet.  Zij zoeken voedsel op hun eentje, zonder hulp van de rest van de kolonie. Dat betekent dat ze zelf snelle beslissingen moeten kunnen nemen.

In ons experiment gaven we wespen van verschillende leeftijden een simpele, maar duidelijke opdracht. We plaatsten ze één voor één in een klein Y-vormig doolhof. Aan het einde van elke arm zat een kleur: blauw of geel. Eén kleur leverde suikerwater op, de andere gewoon water. Vervolgens gingen we na hoe goed de wespen konden leren en of ze ook konden onthouden bij welke kleur ze de beloning konden vinden.

De wespen gingen in een doolhof op zoek naar voedsel.

Uit onze data bleek dat jonge en oude wespen een andere strategie gebruikten. Jonge wespen namen hun tijd en liepen traag door het doolhof, maar kozen opvallend vaker de juiste kleur. Oudere wespen maakten sneller een keuze, maar met als gevolg dat ze vaker fout zaten. Met andere woorden, we vonden een ‘speed–accuracy trade-off’, waarbij jonge wespen gingen voor nauwkeurigheid en oudere voor snelheid. Dit valt mogelijks te verklaren doordat een oudere wesp die voedsel zoekt soms tijd kan winnen door snel te beslissen en toe te slaan, zelfs als dat af en toe fout loopt. Wie te lang twijfelt, kan een voedselbron verliezen aan een concurrent. Ondanks het verschil in het nemen van beslissingen bleef het kortetermijngeheugen wel vrij stabiel. Zowel jonge als oude wespen konden na twee uur nog de juiste kleur kiezen die ze eerder geleerd hadden.

Hersenen in beweging

Naast gedrag keken we ook naar de hersenen van de wespen die in ons doolhof hadden gezeten. We maakten Micro-CT scans van hun kop en vergeleken zo het volume van verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij zicht, geurvermogen en geheugen. We zagen dat bijna alle hersenregio’s relatief groter werden met de leeftijd. Dat wijst op hersenplasticiteit waarbij de hersenen blijven veranderen naarmate een wesp ouder wordt en andere taken uitvoert.

Onderzoek als dit toont aan dat wespen vernuftiger in elkaar zitten dan je misschien zou denken. Ze kunnen leren, onthouden en hun gedrag aanpassen naarmate ze ouder worden. Hun hersenen zijn plastisch, ondanks de relatief kleine omvang ervan en hun leven in een strak georganiseerde samenleving. Misschien verdienen wespen daarom toch wat meer waardering. Zodat je ze niet langer ziet als zomerse lastposten, maar als nuttige insecten die ook gebruikt worden als model om intrigerende vragen over gedrag, hersenen en sociale evolutie te beantwoorden.