Haaien en roggen zijn gevoelig voor de elektromagnetische velden rondom stroomkabels van windmolenparken. Het effect op de groei en het gedrag van deze dieren lijkt mee te vallen, al blijven de gevolgen op lange termijn onduidelijk.
Dankzij een bijzonder zintuig, de zogenoemde ampullen van Lorenzini, kunnen haaien en roggen elektrische signalen waarnemen. Die signalen dienen om zich te oriënteren, of om prooien op te sporen. ‘Er waren vermoedens en anekdotisch bewijs dat de elektromagnetische velden die stoomkabels opwekken een invloed hebben op dit specifiek zintuiglijk vermogen van deze dieren’, vertelt doctoraatsonderzoeker Annemiek Hermans, verbonden aan de vakgroep Mariene Dierenecologie van Wageningen Universiteit. ‘Maar een precies beeld ontbrak tot nog toe.’
Om na te gaan of haaien en roggen stroomkabels vermijden of net ertoe aangetrokken worden, onderzocht Hermans DNA uit stalen zeewater afkomstig uit windmolenparken. ‘Daarnaast keken we in het labo hoe ze reageren op kabels, en of er effecten zijn op de groei van embryo's en jonge dieren.’
Ander zwempatroon
Het DNA-onderzoek liet alvast zien dat haaien en roggen de windmolenparken niet vermijden. Hermans vond vijf soorten haaien en roggen terug, een indicatie dat deze mariene ruimtes nog steeds gebruikt worden. ‘Het laboratoriumonderzoek liet wel effecten zien. Zo zijn er veranderingen in het aantal zwembewegingen, al verschilt de uitkomst sterk naargelang soort en geslacht. Ook is er een impact op de groei van de embryo. Maar het verschil is klein, en vermoedelijk valt dit effect op zee binnen de natuurlijke variatie.’
‘Het zijn vooral veranderingen in het zwemgedrag die mij zorgen baren. Hondshaaien zijn haast een kwart minder actief, maar hun zwemsnelheid ligt wel hoger bij bewegingen. Bij stekelroggen verschilt het naargelang het geslacht. Vrouwtjes worden actiever, mannetjes net niet. Wat we niet weten is de intensiteit van deze effecten in het wild. Het is mogelijk dat een dier hierdoor tijd en energie verliest die het eigenlijk zou moeten gebruiken om voedsel of een partner te vinden. Onderzoek met zenders kan hier meer uitsluitsel over geven.’
Veilig tussen de molens
De paper bevat ook enkele voorzorgsmaatregelen om de impact te beperken, zoals het vermijden van paai- en kraamgebieden, of het bundelen van kabels. ‘Maar het is zeker niet zo dat windmolenparken op zee per definitie slecht zijn voor haaien en roggen’, nuanceert Hermans. ‘In Nederland en België is het verboden te vissen in de buurt van windmolens. Dat wordt zelfs beter gecontroleerd dan in mariene natuurgebieden. Het positieve effect van molenparken op zee als schuilplaats waar er geen druk is van de visserij, weegt op tegen de bijkomende stress veroorzaakt door de elektromagnetische velden van kabels, vermoed ik.’