Vlaam­se die­ren­wel­zijns­prijs voor scrip­tie over vogels die tegen ramen vliegen

Elk jaar raken duizenden vogels gewond na een botsing tegen een raam, vaak met dodelijke afloop. Angel Molendijk maakte haar bachelorproef over deze 'raamslachtoffers'. Haar onderzoek is vandaag bekroond met de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs. 

Foto boven: een roodborstje dat tegen een raam botste, wordt verzorgd in het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in Oostende.

Het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in Oostende houdt al sinds 1984 gegevens bij over de gewonde vogels die in het opvangcentrum worden binnengebracht. De verzorgers noteren van elke patiënt onder andere het gewicht, de gezondheidstoestand, de vindplaats en de oorzaak van de verwondingen, zoals in dit geval “raamslachtoffer”. Angel Molendijk, student dierenzorg aan de Hogeschool VIVES, bestudeerde het bijzondere archief voor haar scriptie: ‘Van elke vogel wisten we het jaartal, het seizoen, de soort, en of de vogel uiteindelijk aan zijn verwondingen overleed of succesvol kon worden vrijgelaten. En dat voor een periode van veertig jaar, waardoor we trends doorheen de tijd konden analyseren.’

Die kennis is broodnodig, want eigenlijk weten we niet hoe groot het probleem is. Het enige cijfer dat we hebben voor Vlaanderen komt van Vogelbescherming Vlaanderen. Zij maakten in 2025 bekend dat er tussen 2014 en 2024 minstens 20.874 raamslachtoffers zijn binnengebracht in Vlaamse vogelopvangcentra. Die cijfers tonen volgens Angel Molendijk enkel het topje van de ijsberg. ‘Het gaat alleen over de vogels die levend gevonden werden en effectief door iemand naar een opvangcentrum zijn gebracht. Volgens internationaal onderzoek blijft de helft van de botsingen onopgemerkt. De meeste raamslachtoffers worden nooit gevonden, veel kadavers worden bijvoorbeeld snel opgegeten door aaseters.'

Angel Molendijk ontdekte in de data van VOC Oostende dat het aantal raamslachtoffers toeneemt. ‘Er worden elk jaar duidelijk meer vogels binnengebracht. Aanvankelijk dacht ik dat dat kwam doordat mensen sneller geneigd zijn een gewonde vogel naar een opvangcentrum te brengen. Maar niet alleen de absolute cijfers stijgen: ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opgevangen vogels neemt toe. Dat wijst er toch op dat er meer botsingen plaatsvinden. De toename is vermoedelijk het gevolg van maatschappelijke trends zoals meer verstedelijking, de vraag naar grotere ramen in woningen en appartementen en toenemende lichtvervuiling.’

Vooral trekvogels zijn kwetsbaar. Molendijk: ‘De houtsnip bijvoorbeeld, die ’s nachts laag over land vliegt, vertegenwoordigt maar liefst zeventien procent van alle slachtoffers in het archief van VOC Oostende. Trekvogels zijn vaak vermoeid en komen terecht in een stedelijke omgeving waar ze zich minder goed kunnen oriënteren.’

Ook jachttechnieken beïnvloeden het risico. Molendijk: ‘Een goed voorbeeld is de sperwer. Die maakt laag boven de grond snelle achtervolgingsvluchten op kleine vogels en wordt relatief vaak slachtoffer van raamimpact. Andere roofvogels, zoals de torenvalk, jagen vooral op kleine zoogdieren en worden veel minder vaak slachtoffer.’

Opvallend: één op zes raamslachtoffers staat op de Vlaamse Rode Lijst. ‘De piepkleine goudhaan, bijvoorbeeld, werd tien keer vaker als raamslachtoffer geregistreerd dan op basis van waarnemingen verwacht. Raamimpact blijkt dus niet alleen een kwantitatief probleem, maar ook een bedreiging voor kwetsbare soorten.’

Je leest een uitgebreide reportage over raamslachtoffers in het meinummer van Eos magazine.