Het aanhoudende hete en droge weer doet onze landbouw weer puffen. Voorlopig is de situatie nog niet dramatisch, maar voor landbouwers wordt risicospreiding cruciaal.
Deze week waren de kinderen op avonturenkamp en mijn man op fietsweekend. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om af te spreken met vrienden die ik wat uit het oog verloren was om bij te praten. Het zo'n typische warme zomeravond op het terras van een café, waarin we uitwisselden over 'waar we nu juist mee bezig waren'. Toen ik vertelde dat ik onderzoeker was bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en werkte rond het thema water en landbouw, kwam spontaan de volgende vraag: "En ... hoe zit het nu met de voedselproductie hier in Vlaanderen met het veranderend klimaat? Moet ik me zorgen maken?"
Voorlopig is de situatie in Vlaanderen nog niet dramatisch. Droogte meten we met de Standardized Precipitation Evapotranspiration Index, een weersindex die de hoeveelheid neerslag met de verdamping over een periode van drie maanden vergelijkt. Momenteel flirt de zogenoemde SPEI-3 met de droge ondergrens (eind juli 2026, zie afbeelding hieronder). Er zijn plaatselijk wel al zeer droge situaties, vooral in de provincie West-Vlaanderen en in het oosten van de provincie Luik. We moeten dus alert zijn en zeker geen water verspillen. In de landbouw zijn tot nu toe vooral vroege aardappelen en maïs de pineut. Maar ook voor groenten of fruit die veel water vragen kan de situatie problematisch worden als er captatieverboden zijn of komen en de landbouwer onvoldoende eigen waterreserves heeft. Tijdens lange periodes van droogte daalt niet alleen het bodemvocht, maar ook het waterpeil in de waterlopen. Als dat peil te fel zakt, dan kan er een verbod komen om water uit die waterloop te onttrekken. Dit wordt een captatieverbod genoemd.
Risicoanalyses van het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (CERAC) geven aan dat de impact van droogte en andere weersextremen de komende decennia verder zal toenemen. Het probleem lijkt in andere regio's van Europa echter nog een stuk groter dan hier. Een recente analyse van de Europese Investeringsbank (EIB) schat in Europa wel een stijging van 42 tot 66% in de gemiddelde jaarlijkse verliezen door extreme weersomstandigheden. Droogtestress is ook in Vlaanderen een belangrijke oorzaak van opbrengstverlies, maar de impact hangt sterk af van het type gewas en de timing van de droogte ten opzichte van het groeistadium van de plant. 'Het belang van de timing zien we dit jaar bijvoorbeeld bij maïs.', zegt Thijs Vanden Nest, boerderijmanager bij ILVO. 'Droogte en warmte sloegen toe tijdens de bloei. Daardoor komt het vullen van de maïskorrels in het gedrang. Ook bij vroege aardappelen zijn er opbrengstverliezen.'
Het belang van de timing zien we dit jaar bijvoorbeeld bij maïs. Droogte en warmte sloegen toe tijdens de bloei. Daardoor komt het vullen van de maïskorrels in het gedrang. Ook bij vroege aardappelen zijn er opbrengstverliezen. Thijs Vanden Nest
Niet elke regio in Vlaanderen staat voor dezelfde uitdaging. In de Kempen zijn zandbodems gevoelig voor droogte omdat ze weinig water vasthouden. In de Polders houden kleibodems water beter vast, maar spelen uitdagingen rond verzilting van water in sloten en beschikbaarheid van kwalitatief irrigatiewater. Het regent er doorgaans ook minder. In de golvende Vlaamse Ardennen neemt het risico op erosie toe wanneer intense buien volgen op een droge periode. Een droge bodem neemt immers het water moeilijker op, zodat er dan plots veel water kan gaan afstromen op korte tijd en voor modderstromen zorgen.
Irrigatie is de klassieke oplossing om droogtestress te verminderen en zo opbrengst- en/of kwaliteitsverlies te beperken of te vermijden. Irrigatie is dus essentieel voor veel landbouwbedrijven. Maar ook dat wordt steeds complexer in Vlaanderen. Langere droogteperiodes vergroten de vraag naar water in die periodes, terwijl oppervlaktewater en grondwater in Vlaanderen net dan ook onder druk staan. Vermits overheden altijd een verbod op wateronttrekkingen uit waterlopen kunnen opleggen (wat nu ook op veel plaatsen gebeurt) en het moeilijk is om vergunningen te krijgen voor grondwater, investeren steeds meer landbouwers in bekkens voor regenwateropvang of buffering van oppervlaktewater tijdens de winter. Maar ook die reservoirs zijn niet de heilige graal. Ze kunnen maar een beperkt aantal irrigatiebeurten afdekken en worden moeilijk vergund omdat ze ook negatieve effecten hebben op het landschap.
Een belangrijke sleutel voor een robuust landbouwbedrijf ligt dus bij weerbaarheid op lange termijn.
Dat betekent:
- investeren in gezonde bodems met een hoger waterbergend vermogen
- water beter vasthouden in de ondergrond (drainage beperken tot waar het echt nodig is en dynamisch inzetten)
- inzetten op natuurlijke bufferzones in het landschap
- via veredeling huidige en nieuwe teelten droogtetoleranter maken
- en risicospreiding.
Een ruime vruchtwisseling en voldoende diversificatie spreiden niet alleen economische risico's, maar ook de kwetsbare momenten in het groeiseizoen. Dat vraagt investeringen, kennis en soms een andere bedrijfsvoering, maar het maakt landbouwbedrijven minder afhankelijk van één extreem weergebeuren. De uitdaging voor Vlaanderen is dus niet enkel leren omgaan met droogte, maar landbouwsystemen ontwikkelen die bestand zijn tegen zowel droogte, hitte als overvloedige neerslag. Wie vandaag investeert in bodemgezondheid, waterbeheer en diversificatie, investeert eigenlijk in de klimaatbestendigheid van zijn of haar bedrijf van morgen.
Onderzoek water en landbouw bij ILVO
Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) is actief op allerlei fronten rond het thema water en landbouw.
Ontdek meer over dit thema, de lopende projecten, de betrokken onderzoekers en wat we voor jou kunnen doen op onze website.