Zachte vogelnesten verspreiden katoenplant

Katoenvezels komen niet van plantenstengels, maar van de zachte pluisjes rond de zaden. Lange tijd dachten biologen dat die pluizen door de wind verspreid werden, net zoals bij onze paardenbloemen. Maar muisvogels zijn wel erg tuk op katoenzaden als nestbekleding.

Nest van de gespikkelde muisvogel.

Onderzoekers van de Universiteit Wageningen en van de Univer­sity of Pretoria in Zuid-Afrika bestudeerden de gespikkelde muisvogel en de roodwangmuisvogel in hun natuurlijke habitat in Swaziland, waar katoen in het wild voorkomt. Ze markeerden katoenzaden die nog aan de plant hingen, zodat ze die konden volgen tot in vogelnesten.

Nest van de roodwangmuisvogel. Credit: Universiteit Wageningen

Wat bleek? De muisvogels in het studiegebied verzamelden katoen van verschillende planten voor hun nest, en die planten stonden soms meer dan een kilometer verder. Als de nesten na het uitvliegen van de jongen opdroogden en uiteenvielen, verspreidden de katoenzaadjes zich op de grond onder de boom.

Grappig detail: muisvogels stelen blijkbaar ook katoen uit de nesten van de buren. De onderzoekers gaan ervan uit dat katoenzaden zo nog verder van de moederplant verspreid geraken. Ze stellen dan ook dat ‘nestverspreiding’ of caliochorie belangrijker is dan gedacht, en willen onderzoeken of katoenplanten zijn geëvolueerd naar meer vezels voor een betere zaadverspreiding door vogels