Zo groot is de impact van soja, palmolie en kokosolie op de biodiversiteit

De teelt van oliehoudende gewassen zit in de lift. De ecologische impact van de productie van plantaardige olie is disproportioneel groot in vergelijking met andere teelten. Vooral soja, palmolie en kokosolie springen eruit.

Wereldwijd is het verbouwen van oliehoudende gewassen zoals soja, palmolie of zonnebloemen verantwoordelijk voor 1,5 procent van het verlies aan planten- en diersoorten. Dat is alvast de conclusie van een onderzoek onder leiding van professor Stephan Pfister, verbonden aan het ETH Zurich. Meer nog, dit verlies aan biodiversiteit als gevolg van het telen van oliegewassen is sinds 1995 met tachtig procent de hoogte in geschoten.

Oliehoudende gewassen vormen een brede categorie, en omvat teelten zoals sojabonen, palmen, zonnebloemen, koolzaad of olijven. De impact op biodiversiteit van verschillende gewassen loopt sterk uiteen, zo blijk. De drie grote boosdoeners zijn soja, palmolie en kokosolie. Samen zijn ze verantwoordelijk voor driekwart van het verdwijnen van dieren en planten gelinkt aan de teelt van oliegewassen.

De reden voor de disproportioneel hoge ecologische impact van deze drie teelten is simpel, aldus Pfister. ‘Het zijn stuk voor stuk gewassen die in tropische en subtropische regio’s gedijen, al wordt er ook heel wat soja in meer gematigde streken geteeld. De soortenrijkdom in de tropen ligt vaak een factor twee tot drie hoger in de tropen dan in een gematigd klimaat. Het kweken van soja in Brazilië of palmolie in Indonesië gaat samen met een groter verlies aan soorten dan bijvoorbeeld de teelt van zonnebloemen of koolzaad in gematigde streken.’

Aantrekkelijke teelten

De globale landbouwproductie stijgt jaar na jaar, dus ook die van oliehoudende gewassen. Hun groei verloopt echter sneller dan die van andere gewassen. ‘Het zijn aantrekkelijke opbrengsteelten. De vraag op de wereldvoedselmarkt is groot, en zwengelt nog aan,’ verduidelijkt Pfister. ‘Wel komt de groei voor het overgrote deel op rekening van twee gewassen, namelijk soja en palmolie. De teelt van palmolie bijvoorbeeld is bijna verdriedubbeld de laatste twintig jaar.’

‘De enige echte oplossing is minder verbruiken. Minder vlees, minder bewerkt voedsel, minder voedselverspilling ook’

Pfister zocht uit wat de sterk groeiende vraag naar oliehoudende gewassen drijft. Bevolkingsgroei speelt een rol, maar het is in de eerste plaats een toegenomen consumptie van plantaardige oliën die de wereldwijde vraag de hoogte in stuurt. ‘Dat gaat om meer dan het direct gebruik van oliën of verwerking in voedingsproducten. De productie van vlees steunt in grote mate op de teelt van soja. Een stijgende vleesconsumptie maakt dus dat de vraag naar soja blijft toenemen.’

Plantaardige oliën kennen ook heel wat non-food toepassingen. ‘Palmolie in cosmetica bijvoorbeeld,’ vertelt Pfister. ‘Of als grondstof in de biogebaseerde industrie, voor de productie van bioplastics en andere materialen. Dan zijn er de biobrandstoffen, hoewel de groei van deze industrie is afgezwakt. Maar in het algemeen neemt de vraag naar oliehoudende gewassen voor non-food nog sterker toe dan die vanuit de voedingsindustrie. Er is een stevige competitie voor deze teelten.’

Als de vraag naar oliehoudende gewassen langs alle kanten toeneemt, valt het verlies aan natuur en biodiversiteit dat het telen ervan met zich mee brengt nog wel in te dijken? Pfister wil voorzichtig optimistisch blijven. ‘Er valt een beetje winst te halen door een efficiëntere productie, al kan dat voor nieuwe problemen zorgen. Maar het is de consumptie van voeding en producten op basis van deze gewassen die de vraag aandrijft. De enige echte oplossing is minder verbruiken. Minder vlees, minder bewerkt voedsel, minder voedselverspilling ook.’