‘Verloren’ vingerafdruk van de meteoriet die de dino’s doodde

De meteorietimpact bij Chicxulub in Mexico maakte 66 miljoen jaar geleden een einde aan de dinosauriërs. Toch zijn de typische bewijzen daarvan niet overal gelijk verspreid. Zo is er een grote blinde vlek in oostelijk Azië. Wetenschappers hebben nu de vingerafdruk gevonden van een ongewoon element meegebracht uit de ruimte.

Hoe speur je een oeroude meteoriet op als je weet dat die bij de impact volledig verpulvert? Of waarvan het reliëf van de inslagkrater door erosie wordt weggesleten? Precies daarom was het een extreem moeilijke opgave om te bewijzen dat dino’s überhaupt uitstierven door een meteorietinslag. Andere grote uitstervingsgolven waren namelijk steeds te wijten aan klimaatomwentelingen.

Het rokende pistool zijn bijzondere elementen van de platinagroep zoals iridium. Die worden over het aardoppervlak uitgestrooid bij de inslag. Meteorieten en de aarde hadden ongeveer dezelfde samenstelling tijdens het ontstaan van het zonnestelsel, maar bij de aarde is iridium naar de aardkern gezonken, terwijl meteorieten als starre objecten onveranderd zijn gebleven. Daarom zijn meteorieten rijker aan iridium.

Osmium

Daar waar het ‘uitstervingslaagje’ – ofwel overgang van het krijt naar het paleogeen – goed bewaard is in sedimenten, is een iridiumpiek dé ultieme vingerafdruk van de meteoriet. Maar niet overal. In oostelijk Azië en ten noordwesten van de Stille Oceaan ligt een grote blinde vlek. Men vindt de krijt-paleogeengrens niet terug want er is geen iridiumpiek.

Gelukkig liet de ruimterots andere chemische sporen na. In sedimenten in Hokkaido detecteerden Japanse wetenschappers een piek in het element osmium, ook van de platinagroep, én tegelijkertijd een dip in de isotopenverhouding van osmium. Dat zijn onmiskenbare aanwijzingen voor een buitenaardse oorsprong. Vreemd genoeg is iridium niet aangerijkt. De vorsers konden nagaan dat vlak na de inslag erosie optrad en 30.000 jaar aan iridiumrijk sediment verdween. Maar dankzij de osmium-uitschieters hebben ze de krijt-paleogeengrens nu wel op de kaart gezet in Oost-Azië, een regio die ver verwijderd was van de plaats van de inslag, maar er toch de tekenen van draagt.

Bron: University of Tokyo, Japan