Aanmaak van hersencellen kan geheugen schaden

Waarom maken volwassen mensen niet veel nieuwe hersencellen meer aan? Een onderzoek naar zangvogels biedt een verklaring.

Elke dag vervangt het menselijk lichaam miljarden cellen. Toch is er één deel van het menselijk lichaam dat daar niet aan meedoet: het brein. Dat is zo bij alle zoogdieren. Maar bij andere dieren, zoals vogels en vissen, maken de hersenen wel nieuwe hersencellen aan – een proces dat neurogenese wordt genoemd.

Verouderde en beschadigde hersencellen veroorzaken allerlei problemen. Volgens sommige wetenschappers kunnen we die schadelijke veranderingen in theorie ongedaan maken, door neurogenese ook bij mensen te activeren. Een nieuwe studie waarschuwt dat die activatie in de praktijk destructief kan uitpakken.

Het onderzoek analyseerde, met Callaway in het achterhoofd, de hersenen van zebravinken en kleine zangvogels die hun hele leven nieuwe hersencellen aanmaken. Met een elektronenmicroscoop bekeken ze hoe de nieuwe cellen hun bestemming in de hersenen bereiken.

Eerder gingen onderzoekers ervan uit dat structuren in de hersenen die ‘gliale steigers’ worden genoemd, de nieuwe neuronen naar de juiste plek leiden. Maar dit onderzoek toont aan dat de ze zich rechtstreeks door bestaande zenuwbanen heen boren en dat ze stijver zijn dan de zachte, ‘volwassen’ neuronen.

“Nieuwe hersencellen lijken tijdens hun verplaatsing het bestaande weefsel te vervormen,” zegt onderzoeker B­enjamin Scott, neuroloog aan de universiteit van Boston. “Het is denkbaar dat ze bij zoogdieren verbindingen zouden verbreken die de basis vormen van opgeslagen herinneringen.”

Mensen en andere zoogdieren zijn mogelijk zo geëvolueerd, dat neurogenese bij volwassenen wordt beperkt om belangrijke langetermijnherinneringen te behouden. Omdat zoogdieren en vogels zo verschillend zijn, is er meer onderzoek nodig om meer inzicht te krijgen in die hypothese.