Column

Help, ik kan niet slapen

Zo nu en dan een slechte nacht is geen probleem, maar als je structureel slecht slaapt, kun je spreken van insomnie. Hoe zit dat?

“Goedemorgen dokter, ik heb Thomas aan de lijn. Hij wil u graag spreken omdat hij slecht slaapt”, zegt mijn secretaresse. “Verbind hem maar door, dan spreek ik hem meteen”, antwoord ik haar. “Goedemorgen dokter”, zegt Thomas* vrolijk tegen me. Ik bel u omdat ik al paar nachten niet goed slaap, maar twee uur per nacht.”

Slaapproblemen komen vaak voor, zowel in de algemene bevolking (12-20 procent) als bij mensen met een psychiatrische stoornis (40-90 procent, afhankelijk van de stoornis). Sommige mensen lukt het niet om in slaap te vallen; anderen worden ’s nachts vaak wakker of ontwaken
’s ochtends veel te vroeg.

Slaapproblemen gaan gepaard met een verhoogd risico op lichamelijke problemen zoals hart- en vaatziekten, maar ook op psychiatrische stoornissen zoals depressie, angst en alcoholverslaving. Als behandelaar is het op de lange termijn van groot belang om aandacht te hebben voor een goede nachtrust, om deze problemen te helpen voorkomen.

Zo nu en dan een slechte nacht is geen probleem, maar als je structureel slecht slaapt, kun je spreken van insomnie. Dan heb je al minstens drie maanden problemen met in- en doorslapen, wat gevolgen heeft voor je functioneren overdag. Je bent moe, prikkelbaar of kunt je niet meer goed concentreren.

“Ik ben hele nachten aan het klussen. Mijn vrouw wordt er gek van”

Bij Thomas is dat niet het geval. Hij slaapt slechts sinds een paar nachten niet goed, dus er is geen sprake van insomnie. Ik wil er het fijne van weten. “Hoe komt het dat het niet lukt om te slapen?”, vraag ik hem. Waarop hij aangeeft dat hij wel wil slapen, maar dat het niet lukt. ”Ik heb zoveel ideeën en energie, dokter, veel te doen. Misschien is het door onze verhuizing gekomen. Ik ben hele nachten aan het klussen. Mijn vrouw wordt er gek van, omdat ik haar wakker houd”.

Thomas heeft een bipolaire stoornis, en het soort slaapproblemen bij mensen met een bipolaire stoornis is afhankelijk van hun stemming. Episodes met verhoogde stemming – (hypo)manie – worden afgewisseld met episodes met verlaagde stemming – depressie. Bij een depressie hebben mensen vaak last van negatieve gedachten en piekeren. Ze willen wel slapen, maar het lukt niet. Tijdens een (hypo)manie kunnen ze evenmin slapen, maar dat voelt niet aan als een probleem. Ze hebben namelijk veel energie, veel ideeën en veel te doen: er is helemaal geen tijd om te slapen. In beide gevallen is het van belang om het slaappatroon te herstellen. Doe je dat niet, dan kan de stemming nog meer ontregeld raken en het functioneren verder verslechteren.

Het onderscheid tussen deze twee vormen van slaapproblemen is van groot belang. Bij een (hypo)manie kan slaapmedicatie aangewezen zijn. Bij een depressie hebben leefstijladviezen en cognitieve gedragstherapie de voorkeur.

Thomas weet dat hij moet ingrijpen om erger te voorkomen en heeft gelukkig op tijd aan de bel getrokken. We bespreken wat hem zou helpen om meer rust in te bouwen en het slapen te herstellen. Zijn ervaring is dat bepaalde medicatie hem goed helpt om de vicieuze cirkel te doorbreken. Na enkele dagen hebben we een belafspraak om het effect te evalueren. “Hoe gaat het Thomas, slaap je al wat meer?” “Als een roosje, dokter.”

*Thomas is niet de echte naam van de patiënt.