Rouwen is voor iedereen anders. Het raakt verschillende gebieden in onze hersenen die we linken aan emotieregulatie, de controle over ons denken, doen en beloning.Bestaat er dan wel een ‘juiste’ manier om te rouwen, vraagt columnist en neurowetenschapper Annabel Nijhof zich af.
Er is iets wat ik al even op wil schrijven, maar nog niet heb gedurfd – tot nu, bijna een jaar later. Mijn beste vriend is overleden. En dat hoort niet, zeker niet op je zesendertigste. Maar helaas trekt het leven zich soms weinig aan van wat ‘hoort’. Hij wist al een tijdje dat hij ziek was, maar ineens ging het verschrikkelijk snel. Ik bleef, samen met de vele anderen die van hem hielden, verpletterd achter. Verpletterd en geconfronteerd met een vraag die zich moeilijk laat beantwoorden, maar vooral laat ervaren: hoe doe je dat, rouwen?
In antwoord daarop denkt bijna iedereen aan het psychologische model van psychiater Elisabeth Kübler-Ross, dat vijf stadia van rouw beschrijft: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Toch merk ik dat het leven zich ook van die vijf stadia weinig aan lijkt te trekken. Op sommige dagen ben ik boos, op andere vol ongeloof en ontkenning, soms voel ik niets en soms juist alle vijf de ‘stadia’ tegelijk.
Dat onderschrijven ook onderzoekers: een rouwproces is uniek voor elke persoon en zeker niet rechtlijnig. De vijf stadia hebben wel degelijk elk een plaats binnen rouwverwerking, maar niet iedereen beleeft ze allemaal of in dezelfde volgorde. Het model, dat eigenlijk werd ontworpen voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn, heeft bovendien niet kunnen verklaren dat voor sommige mensen rouw een aanhoudend probleem blijft dat hun dagelijks leven belemmert. Zo’n ‘langdurige rouwstoornis’ is sinds 2022 een erkende psychiatrische diagnose, al zijn experts verdeeld over het nut daarvan en pleiten sommigen voor meer ruimte voor rouw in de samenleving. Gezien ik vorig jaar bijna direct mijn leven weer moest oppakken (voor ‘beste vrienden’ bestaan er geen rouwregelingen), weet ik nu: ja, alle extra ruimte, tijd en begrip is welkom.
Alle extra tijd, ruimte en begrip om te rouwen zijn welkom
Net omdat rouw soms langdurige, complexe vormen aan kan nemen, zijn sommige onderzoekers geïnteresseerd in wat er in de hersenen gebeurt. Dit jaar verscheen een studie die het hersenonderzoek naar rouw van de afgelopen twintig jaar samenvatte. Rouw blijkt een ontregelende impact te hebben op hersengebieden die we linken aan emotieregulatie, de controle van ons denken en doen, en beloning. Specifiek bij langdurige rouw lijkt dit zelfs tot permanente veranderingen te kunnen leiden, wat het risico op geheugenproblemen op lange termijn zou kunnen vergroten. We hebben dus wel degelijk baat bij een beter begrip van rouwprocessen – en gelukkig zijn er nieuwe inzichten.
Tegenwoordig spreken psychologen niet meer over vijf stadia, maar over een heen-en-weerbeweging tussen verlies- en herstelprocessen. Die beweging gaat levenslang door, maar verandert met het verstrijken van de tijd. Aanvankelijk staat vooral het doorleven van het verlies op de voorgrond. Maar ook later kunnen bepaalde voorwerpen, muziek of zelfs geuren (ik draag zelf soms bewust het parfum van mijn vriend) opnieuw een plotse confrontatie met het verlies en een hevig verlangen naar de overledene veroorzaken. Aan de andere kant is er het herstelproces: een focus op de toekomst, op de draad oppakken. Dat gaat vaak samen met vernieuwde inzichten over jezelf, het leven en wat ertoe doet, want studies laten zien dat mensen ook positieve aspecten van rouw ervaren.
Zo begon ikzelf ineens aan een tweede master en met trainen voor een halve marathon – dat laatste vooral omdat ik dat samen doe met andere goede vrienden die mijn verdriet delen. Want de grootste troost haal ik uit het delen van herinneringen, van het gemis en van de liefde die we onverminderd voor hem voelen. Uiteindelijk zit daar het belangrijkste antwoord op de vraag ‘hoe doe je dat, rouwen?’: dat doe je samen.