Hoe verbeelding zich afspeelt in de hersenen

Tot nu toe werd gedacht dat verbeelding voortkomt uit een samenhang van afzonderlijke zintuiglijke aspecten. Maar het is veel meer dan dat, stelt nieuw onderzoek.

We hebben allemaal een beeld van hoe een appel eruitziet, een stoel, een glas. En wanneer we een boek lezen, kunnen we de hele setting visualiseren. Dat hele proces van hoe we ons iets inbeelden, speelt zich af in verschillende delen van de hersenen. Nieuw onderzoek zegt dat het zich zelfs eerder zou afspelen in de meer algemene delen van de hersenen in plaats van in zintuiglijke gebieden. Je kunt je iets inbeelden zonder je visuele hersengebieden te gebruiken.

Het proces achter verbeelding

‘Verbeelding begint bij het activeren van de concepten’, vertelt Marius Peelen. Hij is professor sensomotorische neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Om te weten hoe een kasteel eruitziet bijvoorbeeld, denk je aan de kennis die je daarover hebt. En die kennis bestaat uit meerdere aspecten. Je hebt het visuele aspect, maar ook andere dingen. Waar vind je zo’n kasteel, wat kan je er doen, et cetera. De tweede stap van verbeelding is om je daar een voorstelling bij te maken.’

Onderzoekers baseren zich al lang op de reinstatement-theorie. Die stelt dat het proces van verbeelding berust op reactivatie van de zintuigen. Je denkt terug aan wat je op een eerder moment hoorde, voelde, en zag om er zo weer een helder beeld van te krijgen.

Nu gaan onderzoekers aan de Northwestern University in Chicago een stapje verder in die theorie. Zij zeggen dat verbeelding eerder in de meer algemene delen van de hersenen gebeurt in plaats van in zintuiglijke gebieden. Dat baseren ze op resultaten van een studie die ze uitvoerden.

Verschillende netwerken

Proefpersonen moesten zich daarbij verschillende scènes inbeelden zoals een kasteel op een heuvel, terwijl hun hersenactiviteit gemeten werd in een fMRI-scanner. Dan werd er gekeken welke netwerken tegelijkertijd actief waren bij het zich inbeelden van dat kasteel.

Hoe proefpersonen zich iets inbeelden is ook vrij subjectief, want iedereen heeft een ander beeld van hoe een kasteel eruitziet

Afhankelijk van hoe we ons iets inbeelden, wordt er volgens de onderzoekers een verschillend netwerk in het brein geactiveerd. Als proefpersonen aan scènes dachten, dan gebruikten ze het default network. Als ze dachten aan spraak of innerlijke spraak gebruikten, dan was het taalnetwerk actief. Het default network is het netwerk in ons brein dat actief is wanneer we niet gefocust zijn op wat er rond ons gebeurt. Het speelt onder andere een rol bij creativiteit en zelfreflectie. ‘Voor het definiëren van de netwerken gebruiken de onderzoekers fMRI-scans van de proefpersonen in rust, wanneer ze misschien aan hun vakantie dachten of aan de boodschappen die ze nog moesten doen. Dan heb je spontaan gegenereerde activiteit. Er gebeurt dus van alles in de hersenen, en het is niet zo dat je echt rust, maar het wordt niet gecontroleerd door de onderzoeker. Je kijkt naar een gebiedje in de hersenen in rust, en je volgt de fluctuatie in activiteit. Dan zoek je naar andere gebieden die op dezelfde momenten actief zijn. Zo kan je netwerken van gebieden definiëren, maar de onderzoekers weten dan nog niet wat die netwerken doen en welke rol ze spelen bij inbeelding. Daar is verder onderzoek voor nodig’, stelt Peelen.

Nuance

Hoe proefpersonen zich iets inbeelden is ook vrij subjectief, want iedereen heeft een ander beeld van hoe een kasteel eruitziet. Dat maakt het moeilijk om te verklaren waarom iemand zegt dat het beeld heel levendig was. ‘Misschien was die persoon net naar een kasteel geweest, of had die net iets meer concentratie. Proefpersonen kunnen ook lui zijn: ze kunnen een idee hebben van een kasteel op een heuvel, maar zonder dat idee specifiek uit te werken. In eerdere studies keken onderzoekers naar meer specifieke voorstellingen of inbeeldingen, zoals het inbeelden van een plaatje van een specifiek kasteel’, besluit Peelen.

‘Eerder onderzoek ging er dan ook vanuit dat een levendig beeld in je hoofd automatisch betekent dat je visuele hersengebieden in actie schieten. Deze studie toont dat dat niet per se zo is. Daarin is deze studie overtuigend. Je kunt je prima iets in algemene zin voorstellen zonder dat je veel activiteit in het visuele systeem ziet’, aldus Peelen.