De onvrede over de Amerikaanse psychiatriebijbel DSM, met zijn driehonderd verschillende labels, is groter dan ooit. Op 2 april kwamen behandelaren en andere deskundigen in Amsterdam bijeen om te brainstormen over een toekomstige diagnostiek.
De kritiek op de DSM is niet van gisteren. Al tientallen jaren hekelen psychiaters het handboek met alle stoornissen vanwege de onophoudelijke vloed aan nieuwe aandoeningen. Maar ook omwille van de overlap tussen de diagnostische ‘hokjes’ en de geringe aandacht voor de sociale omgeving van cliënten.
Een radicaal andere aanpak is nodig, vinden onderzoekers van het LUMC Curium, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarom nodigde het centrum verspreid over twee dagen meer dan vijftig psychiaters, filosofen, sociologen, juristen, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van kennisinstituten uit om te brainstormen over een nieuwe diagnostiek. Vooreerst gericht op jongeren, maar evengoed relevant voor de behandeling van volwassenen.
De eerste brainstormsessie vond op donderdag 2 april plaats in het Trippenhuis van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), die hiervoor subsidie beschikbaar heeft gesteld.
De deelnemers maken deel uit van verschillende, innovatieve bewegingen in de psychiatrie, die in de afgelopen jaren al experimenteerden met nieuwe diagnostiek. Een van die innovaties is bijvoorbeeld de patroondiagnostiek, waarbij behandelaren samen met de cliënt zoeken naar patronen die de klachten in stand houden. Een andere vernieuwing vormen de ‘ecosystemen’ in wijken, waar GGZ-behandelaren samenwerken met huisartsen, sportclubs, kerken, zelfregiecentra, et cetera. In die ecosystemen wordt alles ingezet wat helpt: van EMDR tot yoga, van voetballen tot natuurwandelingen.
‘Psychische klachten zijn niet louter een probleem van het individu, zoals de DSM suggereert, maar hangen onlosmakelijk samen met het gezin waar je uit voortkomt en de samenleving waarin je opgroeit’
Hoe kan het dat de huidige diagnostiek, die zo onder vuur ligt, nog steeds bestaat? Dat is een van de vragen op de brainstormsessie, onder de creatieve en speelse leiding van ontwerpers van de (mede-organisator) TU Delft. En: wat is er nodig om een nieuwe psychiatrie mogelijk te maken? Doel van de bijeenkomst is om de ‘vernieuwers’ met elkaar in gesprek te brengen over de belangrijkste pijlers van betrouwbare diagnostiek.
Een van die pijlers, waar veel experts het over eens zijn, is de context, zegt Laura Nooteboom, hoofd onderzoek bij LUMC Curium en initiator van de brainstormsessie. ‘Psychische klachten zijn niet louter een probleem van het individu, zoals de DSM suggereert, maar hangen onlosmakelijk samen met het gezin waar je uit voortkomt en de samenleving waarin je opgroeit. Die context moet je als behandelaar meewegen in een diagnose.’
Onlangs kondigde de Amerikaanse beroepsvereniging APA aan dat de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) op de schop gaat. Dat in de nieuwe editie meer aandacht komt voor de oorzaken van aandoeningen en voor dimensies in plaats van categorieën, zoals al het geval is bij autismespectrumstoornis.
Dat doet niets echter niets af aan de behoefte aan een nieuwe diagnostiek, zet Nooteboom. ‘Het gaat ons niet alleen om de indeling van stoornissen, maar om de dwingende en verkeerde manier waarop de classificaties in de praktijk worden gebruikt. Je hoort vaak ‘ik kan me niet concentreren vanwege m’n ADHD’, maar dat klopt niet. Labels verklaren niets maar beschrijven alleen maar.’
De brainstormsessies moeten eind dit jaar uitmonden in een whitepaper, dat in een vakblad zal worden gepubliceerd. Nooteboom: ‘Zie het als een blauwdruk van wat we in Nederland beschouwen als goede diagnostiek.’