Maakt testosteron je een betere soldaat?

Amerikaanse militairen zouden vanaf hun dertigste systematisch hun testosterongehalte moeten laten testen. Wie een laag testosteron heeft, zou vrijwillig een hormoontherapie kunnen krijgen om ‘topprestaties’ te garanderen. Hoe nuttig is dat?

Volgens Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth moet die hormoontherapie de gevechtskracht van Amerikaanse soldaten versterken: hij noemt het een ‘heilige plicht’ om soldaten in topvorm te houden. Bij endocrinologen Dirk Vanderschueren (KU Leuven) en Guy T’Sjoen (UZ Gent) valt die logica niet in goede aarde. Volgens hen mist het plan elke wetenschappelijke basis en brengt het onnodige gezondheidsrisico's met zich mee.

Laag testosteron

‘Een laag testosteron op zich zegt weinig’, legt Guy T'Sjoen uit. ‘Zo'n waarde moet altijd onderzocht worden, omdat er verschillende aandoeningen aan ten grondslag kunnen liggen.’ Pas wanneer iemand zowel klachten als een bewezen hormoontekort heeft, kan testosterontherapie overwogen worden.

Ook Dirk Vanderschueren benadrukt dat er geen universele testosteronwaarde bestaat. De gevoeligheid voor het hormoon verschilt sterk van persoon tot persoon. ‘Twee mannen kunnen dezelfde fysieke prestaties leveren met heel verschillende testosteronwaarden’, zegt hij. ‘Het lichaam heeft voor iedereen zijn eigen biologisch evenwicht, dus hoe zouden ze die ideale waarde dan bepalen?’

Geen bewijs voor betere prestaties

De redenering van de Amerikaanse defensieminister is dat extra testosteron soldaten sterker en fitter maakt, wat hen beter zou laten presteren. Volgens beide experts is daar nauwelijks wetenschappelijk bewijs voor.

‘Het idee dat meer testosteron automatisch leidt tot meer spierkracht of uithoudingsvermogen is nooit overtuigend aangetoond’, zegt T'Sjoen. ‘Training, voldoende beweging en gezonde voeding en hebben een veel grotere invloed.’

Bij mannen met een bewezen testosterontekort toont onderzoek hormoontherapie vooral een verbetering van libido en seksuele functie. Pas bij zeer hoge doseringen, zoals sommige bodybuilders gebruiken, nemen spiermassa en kracht duidelijk toe. Maar dan gaat het volgens de endocrinologen om prestatiebevorderende doping, niet om geneeskunde.

Geen ‘oorlogshormoon’

Ook de gedachte dat testosteron militairen agressiever of strijdvaardiger maakt, vinden de experts weinig geloofwaardig. ‘Testosteron is geen oorlogshormoon’, zegt T'Sjoen. ‘Gedrag in oorlogssituaties wordt veel sterker beïnvloed door persoonlijke normen en waarden, groepsdruk en leiderschap.’

Volgens hem past het voorstel bovendien in een bredere trend waarbij hoge testosterongehaltes wordt voorgesteld als hét symbool van mannelijkheid, terwijl de variatie tussen gezonde mannen nochtans erg groot is. T'Sjoen wijst erop dat testosterontherapie in de Verenigde Staten inmiddels een miljardenindustrie is geworden, ondanks het beperkte wetenschappelijke bewijs voor voordelen bij gezonde mannen.

Gezondheidsrisico’s

Waar de voordelen onzeker zijn, zijn de risico's volgens beide experts wel duidelijk. Het toedienen van testosteron van buitenaf onderdrukt de eigen hormoonproductie. ‘Het lichaam reageert door de natuurlijke testosteronproductie stil te leggen of sterk te verminderen’, legt Vanderschueren uit. ‘Daardoor komt ook de zaadproductie stil te liggen. Je maakt deze mannen dus potentieel tijdelijk onvruchtbaar.’ Daarnaast verhoogt testosteron het risico op bloedverdikking, wat de kans op hart- en vaatproblemen kan vergroten.

Volgens Vanderschueren en T'Sjoen is de conclusie dan ook helder: gezonde militairen systematisch screenen en testosteron toedienen om hun prestaties te verbeteren is medisch onvoldoende onderbouwd en brengt onnodige gezondheidsrisico's met zich mee.