Als we zelf obstakels moesten overwinnen om iets te bereiken, willen we anderen dat besparen, zou je denken. Maar dat is niet altijd zo. Als we denken dat we hard voor iets moesten werken, willen we namelijk dat anderen dat ook moeten doen.
Niet alle obstakels ervaren we op dezelfde manier, volgens Chinese en Amerikaanse onderzoekers. Maar hoe we ze ervaren, bepaalt wel of we anderen die obstakels ook toewensen of niet. Als we denken dat we ergens hard voor gewerkt hebben, vinden we het idee dat iemand anders het als het ware in de schoot geworpen krijgt namelijk onrechtvaardig.
Indirect vs. instrumenteel
Om die dynamiek beter te begrijpen, verdelen de onderzoekers obstakels in twee categorieën uit voorgaand onderzoek: indirecte (circumstantial) en instrumentele (instrumental) obstakels. Indirecte obstakels hebben geen duidelijk verband met het behaalde doel. Instrumentele obstakels hebben dat wel. We zien het dus, met andere woorden, als deel van de verdienste dat we iets bereikt hebben óndanks het obstakel. Dat onderscheid is echter subjectief. Eenzelfde situatie kan dus op twee verschillende manieren gezien worden.
Als je, bijvoorbeeld, een marathon loopt terwijl het regent, kan je dat als twee aparte zaken zien: weer of geen weer, je hebt toch maar een medaille verdiend. Maar evengoed zie je die twee als verbonden. Dan heb je een marathon gelopen ondanks de regen en is de regen een instrumenteel obstakel dat je moest overwinnen. Moest het niet geregend hebben, waren die 42 kilometer een stuk makkelijker geweest.
Het pulling-up-the-ladder-effect gaat over de nood om je eigen verdiensten in ere te houden door anderen het even moeilijk te maken
Als iemand anders dan ook een marathon gaat lopen en een medaille kan krijgen, wil je misschien wel stiekem dat het dan ook regent. Anders zou je de medaille, volgens deze studie, plots een stuk minder waard vinden.
De onderzoekers noemen dat het pulling-up-the-ladder-effect of de nood om je eigen verdiensten in ere te houden door anderen het even moeilijk te maken. Om dat te onderbouwen hebben de onderzoekers drie experimenten gedaan.
Drie experimenten
In het eerste experiment testten de onderzoekers het verschil tussen mensen die wel of geen obstakels hebben ervaren. Daarvoor werden 204 Amerikanen ondervraagd over hun attitudes tegenover migratie. Van hen waren 100 mensen geboren in de VS en 104 mensen die de Amerikaanse nationaliteit pas later hebben verkregen door een immigratieprocedure.
De tweede groep wou, na het lezen van een artikel over immigratie in de VS, de regels liefst behouden of zelfs verstrengen, hoewel ze zelf een migratieachtergrond hadden. Wel vertoonden ze meer empathie ten opzichte van de migranten. Het lijkt dus alsof medeleven niet altijd met steun hoeft samen te gaan, volgens de onderzoekers.
Mensen die een instrumenteel obstakel hebben gekend en dat actief moesten overwinnen om iets te bereiken, willen dat obstakel dus niet meteen wegnemen voor anderen
Het volgende experiment onderzocht het verschil tussen indirecte en instrumentele obstakels. De onderzoekers lieten 353 studenten puzzels oplossen terwijl ze luisterden naar een vervelend geluid. Aan één groep vertelden de onderzoekers dat ze tokens kregen om bij een loterij in te zetten omdat ze alle puzzels correct hadden opgelost. Het obstakel werd zo dus instrumenteel gemaakt. Aan de andere groep gaven ze de tokens zonder dat verband met de puzzels te leggen. Daar was het obstakel dus slechts indirect aanwezig.
Vervolgens moesten de deelnemers aangeven of ze akkoord zouden gaan als de volgende groep het vervelende geluid niet zou horen tijdens het puzzelen, maar wel tokens zou krijgen. De eerste groep, waarbij het geluidsobstakel als instrumenteel werd voorgesteld, was merkbaar minder akkoord dan de tweede groep. Zij zagen het doorwerken ondanks het geluid immers als een deel van hun verdienste.
Bij het laatste experiment peilden de onderzoekers naar de waarde die mensen hechtten aan hun verdienste bij een instrumenteel obstakel. Daarvoor moesten 270 studenten ook enkele puzzels oplossen. De ene groep kreeg daarbij vervelende geluiden te horen, de andere rustgevende geluiden. Dit keer zouden hun namen toegevoegd zijn aan een loterij waarmee ze een T-shirt konden winnen naarmate ze de puzzels juist hadden opgelost.
De onderzoekers onderzochten dan voor hoeveel geld de studenten hun T-shirt zouden doorverkopen. Als de volgende groep minder puzzels zou moeten oplossen dan zij, zouden de deelnemers die het vervelende geluid hoorden hun T-shirt voor minder geld doorverkopen. De eigen prestatie, het winnen van de T-shirt, verloor dus aan waarde omdat de moeilijkheidsgraad van het obstakel volgens hen zakte. Voor de groep die het fijne geluid hoorde, bleef de waarde gelijk.
Mensen die een instrumenteel obstakel hebben gekend en dat actief moesten overwinnen om iets te bereiken, willen dat obstakel dus niet meteen wegnemen voor anderen. Als ze dat zouden doen, zou hun verdienste naar hun gevoel namelijk dalen in waarde. Dat is niet het geval bij een indirect obstakel omdat het verband tussen de verdienste en het obstakel niet zozeer gelegd wordt en je verdienste dus ook niet zo snel aan waarde kan verliezen.