Eeuwige studenten, zesjescultuur, het zijn termen die we tegenwoordig vaak tegenkomen als het over jongeren gaat. Maar volgens onderzoek kloppen die niet altijd. Perfectionisme is in opmars en steeds meer studenten zijn dus net hard en meedogenloos voor zichzelf. Dat gaat toch niet samen?
Een Brits-Canadees onderzoek heeft aangetoond dat studenten meer last hebben van perfectionisme dan vroeger. Ze deden daarvoor een meta-analyse van voorgaande studies tussen 1989 en 2025 op basis van 307 datasets met een totaal van 82.939 studenten aan universiteiten in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Canada. De studies in kwestie gingen na hoezeer de studenten perfectionistisch waren en in welke mate prestatiedrang en zelfkritiek daarin meespeelden.
Waarom is perfectionisme zo gevaarlijk?
Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Gent legt die twee hoofdaspecten van perfectionisme wat verder uit: ‘Prestatiegericht perfectionisme betekent eigenlijk dat je de lat heel hoog legt voor jezelf. Meer nog, je verwacht perfectie, anders is het niet goed. Dat gaat dus wel wat verder dan gewoon ambitie.’
‘Daarnaast heb je ook zelfkritisch perfectionisme,’ gaat hij verder. ‘Daar zit je wel echt in een risicogebied. De tendens om snoeihard te zijn voor jezelf als je de perfectie niet behaalt, is immers gevaarlijk voor je mentale welbevinden. Vaak koppel je dan je zelfwaarde aan de prestaties die je levert. Je voelt je dus als persoon werkelijk niets waard als je de dingen niet volledig foutloos kan. Jammer genoeg is die zelfkritiek ook het aspect dat het hardst in de lift zit.’
‘Er zijn genetische studies die aantonen dat perfectionisme voor een deel erfelijk is, maar ook opvoeding speelt een belangrijke rol’
Volgens de onderzoekers van deze studie zijn beide aspecten van perfectionisme tussen 1989 en 2025 toegenomen. Zelfkritisch perfectionisme steeg echter wel een stuk harder dan het prestatiegerichte deel. De gemiddelde student in 2024 was immers kritischer voor zichzelf dan 71% van de studenten in 1989. Vooral sinds 2000 is die stijging sterk toegenomen, terwijl de prestatiedrang steeds gelijkmatig is gestegen sinds 1989. Hoewel beide aspecten van perfectionisme vroeger dus al aanwezig waren, is de verhouding tussen de twee gewijzigd.
De drang om het perfect te doen gaat nu dus samen met de angst om te falen. De combinatie van die twee factoren is volgens de onderzoekers net het meest gevaarlijk voor onze mentale gezondheid, meer nog dan wanneer slechts één van de twee factoren uitgesproken naar voren komt. Zo is er volgens voorgaand onderzoek een verhoogd risico op onder meer depressie, angststoornissen en burn out.
Wat maakt ons zo perfectionistisch?
Volgens de studie zouden enkele tendensen in de maatschappij mee aan de basis kunnen liggen van het stijgende perfectionisme. De onderzoekers vonden een verband tussen de economische situatie van een land en de stijging in prestatiegericht perfectionisme. In tijden van economische stilstand of achteruitgang wordt de zelfopgelegde prestatiedruk groter dan voorheen. ‘Als we het gevoel hebben dat de plekken schaars zijn op de arbeidsmarkt, dan willen we zo perfect mogelijk zijn om toch een kans te maken,’ verduidelijkt Soenens.
Daarnaast vonden de onderzoekers ook een verband tussen inkomensongelijkheid en zelfkritisch perfectionisme. ‘Het gevoel dat de kloof tussen arm en rijk groter wordt, lijkt die zelfkritiek in de hand te werken,’ stelt Soenens. ‘Als mensen het gevoel krijgen niet mee te zijn met het peloton gaan ze hun eigenwaarde ook een stuk lager inschatten.’ Die ongelijkheid is natuurlijk wel groter in de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, waar een stuk minder sociale vangnetten voorzien zijn. Of dat effect dus hetzelfde is in België, behoeft nog wat meer onderzoek.
Maar uiteraard zijn er ook oorzaken op microniveau te vinden, volgens Soenens. ‘Perfectionisme is een complex samenspel van factoren. Er zijn genetische studies die aantonen dat het voor een deel erfelijk is, maar ook opvoeding speelt een belangrijke rol,’ legt hij uit. ‘Als je opgevoed wordt door kritische en controlerende ouders die je ertoe dwingen om bepaalde standaarden te halen, ontwikkelt perfectionisme zich sneller.’
‘Bij jongeren neemt het gevoel toe dat ouders perfectionisme van hen verlangen’
‘Eigenaardig genoeg zien we vandaag twee verschillende trends in de opvoeding ontstaan. Enerzijds is er vandaag betere communicatie tussen ouders en kinderen en meer openheid om moeilijke gevoelens te bespreken,’ zegt Soenens. ‘Ouders doen dus veel zaken goed, maar toch neemt bij jongeren het gevoel toe dat ouders perfectionisme van hen verlangen.’
‘Dit is natuurlijk een pure hypothese, maar misschien stralen ouders in hun betrokkenheid vooral uit dat ze hoge verwachtingen hebben bij school of hobby’s,’ meent hij. ‘Ze zijn betrokken bij schoolzaken, maar staan ook steeds vaker aan de zijlijn bij de naschoolse activiteiten, waar zo ook nog eens veel druk op kan komen te liggen.’
‘Vroeger, zo lijkt het mij toch, was er op school wel prestatiedruk, maar daarnaast had je als kind gewoon rust en vrijheid, no strings attached. Nu zie je dat eigenlijk alleen nog maar bij de jeugdbeweging, dat er niets moet. Al de rest van de activiteiten moeten in zekere zin tot iets leiden. Ik kan me voorstellen dat kinderen en jongeren daardoor nu potentieel ook meer last krijgen van perfectionisme,’ bedenkt Soenens zich nog.