Jongerentaal bevat minder Engels dan we denken, ontdekte Melissa Schuring

‘Oh my god! Sick! Crazy!’ Gebruiken jongeren voortdurend Engelse woorden, zoals veel volwassenen denken? Melissa Schuring nam jongerentaal onder de loep en ontdekte dat het wel meevalt.

Stemmen op Melissa Schuring of een van de andere laureaten kan via de poll onderaan dit artikel. Of klik hier om direct naar de poll te gaan.

Beluister de podcast, of lees het portret hieronder.

‘Six seven!’ Nog niet zo lang geleden was deze uitspraak een hype onder kinderen en jongeren. De uitroep werd zelfs verkozen tot Kinder- én Tienerwoord van 2025. Andere kanshebbers waren onder meer cooked, good boy en lowkey. De verkiezing zal de zorgen van menig taalpurist hebben bevestigd: de jeugd gebruikt veel – te veel? – Engelse woorden. Maar daar komt het doctoraatsonderzoek van taalwetenschapper Melissa Schuring to the rescue.

De vrees voor de verengelsing zit diep verankerd in de taalpolitieke geschiedenis van Vlaanderen, legt Schuring uit. ‘Er is lang gestreden voor een betere positie van het Nederlands, denk aan de introductie van het Nederlands binnen overheidsinstanties en de taalstrijd aan universiteiten. In die context kan het Engels als een soort moderne bedreiging op het Nederlands gezien worden, een gevoel dat in Nederland bijvoorbeeld iets minder speelt.’

Hoe groot zijn die zorgen eigenlijk? In een ‘perceptie-onderzoek’, dat vooral peilde naar verwachtingen, stelde Schuring vast dat volwassenen denken dat het taalgebruik van jongeren relatief veel Engelse woorden bevat, vooral in de leeftijdsgroep van veertien tot twintig jaar. Ook bevroeg ze hen over het gebruik van Engelse woorden door personen met verschillende maatschappelijke rollen. Zo zouden mensen met ‘moderne rollen’ (rapper, voetballer) het meeste Engels gebruiken en mensen met een ‘traditioneel beroep’ (boer, slager) het minst.

Hebben volwassenen gelijk en zit jongerentaal echt boordevol Engelse woorden? Die perceptie werd in verschillende studies tegen het licht gehouden. Schuring onderzocht 26 kinderen in de leeftijd van zes tot dertien jaar oud. Dat leverde 114 uur aan opnamemateriaal op, zo’n zeven uur per kind. Een belangrijke bijdrage voor dit onderzoeksdomein, want tot nu toe bestond er nog geen grote database met spontane spraak van deze leeftijdsgroep.

‘Eerst hebben de kinderen met mij gesproken. Dat was online, omdat we toen echt in de coronapandemie zaten. Toen de regels weer wat minder strikt werden, kon ik de kinderen observeren terwijl ze met hun vrienden praatten’, vertelt ze. ‘Ze hebben ook nog een rollenspel gedaan, toneeltjes waarbij we hen de verschillende maatschappelijke rollen lieten spelen die we eerder bij volwassenen getoetst hadden.’ De methodologie rondom die toneeltjes, inclusief de perceptietest bij volwassenen, is nu gestandaardiseerd en al ingezet door andere taalwetenschappers, van Estland tot Argentinië.

De analyse van al die data focuste op zogenoemd vermijdbaar Engels, woorden waarvoor een goed Nederlands alternatief bestaat. Daaruit kwam een opvallende conclusie naar voren: kinderen en jongeren die met een volwassene in gesprek zijn, gebruiken maar weinig Engelse woorden. Drie procent van de zinnen bevat in dat geval een Engels woord. Wanneer ze onderling met elkaar praten, stijgt dat aandeel naar zeven procent van de zinnen. Het relatieve aandeel blijft dus vrij beperkt.

Engels hoort bij leeftijdsgenoten. Kinderen gebruiken het om de groep af te bakenen, om te bepalen wie er wel en niet bij hoort. ‘Door Engels te gebruiken kan je laten zien dat je cool bent. Bij een volwassene is dat niet nodig. Toen de jongeren met mij spraken, gaven ze soms zelfs een vertaling als ze per ongeluk toch een Engels woord uitspraken.’

‘Een belangrijk kenmerk van jongerentaal is evaluatie. Ze zijn voortdurend bezig met zeggen wat wel en niet leuk is. In die contexten zag ik het gebruik van Engels nog sterker stijgen, vooral bij positieve evaluatie. Denk aan cool, awesome en nice. Mogelijk komt het omdat het Engels hier als een soort bindmiddel werkt: een positieve evaluatie in het Engels brengt de groep nog dichter bij elkaar.’ Uit het rollenspelonderzoek bleek bovendien dat kinderen meer Engelse woorden gebruiken wanneer ze een moderne rol zoals rapper aannemen (25 procent van de zinnen bevat Engels) en minder wanneer ze een boer nadoen (vijf procent). Dat laat zien dat ze op de hoogte zijn van en voldoen aan de sociaal-culturele verwachtingen die volwassenen hebben over deze rollen.

Handgebaren

Waarom denken volwassenen vaak dat jongerentaal doorspekt is met Engelse woorden, terwijl dat in de realiteit erg mee blijkt te vallen? Daarvoor zijn verschillende hypotheses, legt Schuring uit. ‘Ten eerste valt één Engels woord in een zin vol Nederlandse woorden gewoon erg op. Verder kan dit ook komen doordat Engelse woorden vaak nadrukkelijker worden uitgesproken, met een bepaalde intonatie en bijkomende handgebaren. Daar is six seven een goed voorbeeld van. Elke keer dat je een kind hoort praten, valt dat Engelse woord erg op. Zelf dacht ik eerst ook dat ik veel meer Engels zou gaan horen tijdens de gesprekjes.’

‘Het is niet mijn job om naar trends te speuren. Jongeren zouden dat heel cringe vinden’

Schurings studie schopte het tot in het Vlaams Parlement, waar de zorg over de verengelsing van het hoger onderwijs aan bod kwam. ‘Hoewel dat een ander onderwerp is, zoomde minister Diependaele wat uit. Hij benoemde mijn onderzoek, met als boodschap dat het wel meevalt met de verengelsing onder jongeren. Heel leuk dat mijn onderzoek tot op dat niveau is doorgedrongen.’

Het onderzoek, dat inmiddels bekendstaat onder de naam Project OMG, kreeg ook al een publicatie op maat van jongeren zelf in de vorm van het doeboek Expeditie jongerentaal. ‘Daarmee wil ik jongeren inspireren om zelf taalonderzoek te doen, bijvoorbeeld door het taalgebruik op een koekverpakking of in hun eigen gesprekken te analyseren. Die data kunnen ze ook insturen, waar wij weer mee verder kunnen. Het is een soort burgerwetenschap voor kinderen. Er zijn al zoveel doeboekjes rondom STEM. Ik wil laten zien dat taal bestuderen ook een wetenschap is.’

In de toekomst wil Schuring nog dieper in dit onderwerp duiken: ‘Wanneer beschouwen kinderen een woord zelf eigenlijk als een Engels woord? Dat is belangrijk voor de labeling bij toekomstig onderzoek. Als jongeren het woord cool niet als Engels beschouwen, wie zijn wij dan om er conclusies over te trekken? Verder volgt er een onderzoek naar de negatieve kant van Engels in jongerentaal. Hoewel het niet vaak voorkomt, worden kinderen die een Engels woord niet kennen soms echt buitengesloten.’

Blijft een taalwetenschapper eigenlijk zelf goed op de hoogte van de nieuwste jongerentaal? ‘Het is niet mijn job om naar trends te speuren. Jongeren zouden dat heel cringe vinden. (lacht) Ik kijk vooral naar de processen die achter taalverandering schuilen. Heel interessant!’

Bio

Melissa Schuring (1998) studeerde Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en behaalde haar doctoraat in Nederlandse taalkunde aan de KU Leuven. Momenteel werkt ze als postdoc-onderzoeker sociolinguïstiek aan de VUB. Haar onderzoek richt zich op jongerentaal, met een focus op verengelsing.

Stem hier