Kan AI helpen bij rouwverwerking? ‘Het digitale leven na de dood wordt een hele industrie’

De dood is anno 2025 een gepasseerd station, stellen ze bij het Amerikaanse bedrijf Eternos. In navolging van Jezus Christus kan de mens nu eindelijk opstaan uit de dood – het enige wat je nodig hebt, is je data. Je WhatsApp-berichten, een aantal foto’s, bewegend beeld misschien. Ze worden ingeladen op de servers van Eternos et voilà: daar ben je weer. Als chatbot, of avatar.

Beeld: In de Amerikaanse documentaire Eternal You wordt een man door camera's gescand en omgezet in een digitale avatar. Credit: Konrad Waldmann

Only one Man in history has ever beaten death, but what if… you could be next? (…) Because death is overrated. Het is een zin uit een reclamefilmpje van het bedrijf Eternos. Niemand die je hoeft te missen, want jij bent er nog, en je kunt bewegen. En praten natuurlijk. Als je partner nog vragen heeft, dan kan ze die stellen. Als je kinderen herinneringen met je willen ophalen, dan kunnen ze dat. Als een goede vriend iets wil weten over het hiernamaals, dan hoeft hij zijn laptop maar open te klappen. Ze hebben allemaal de mogelijkheid om contact met je te maken, want wat ze terugkrijgen, is jou. Je gezicht, je stem, je manier van praten, het is allemaal precies zo als het ooit was. Niet van echt te onderscheiden. En, altijd oproepbaar.

Als de factuur betaald is, tenminste.

De Amerikaanse documentaire Eternal You, gemaakt in 2024, schijnt licht op dit digitale leven na de dood, dat mede mogelijk is gemaakt door artificiële intelligentie. Zelflerende algoritmes leren razendsnel alles wat er te leren valt over een persoon, en het resultaat is bijvoorbeeld een chatbot die de mond van de nabestaanden open doet vallen.

‘Hoe kunnen ze dat nou weten?’ vraagt een verbaasde vrouw in de film, tot tranen toe geroerd. Ze heeft het met een chatbot over mensen die zij en haar partner al kennen sinds de jaren 1990. Of, kenden, beter gezegd: haar geliefde is er niet meer. Of toch wel?

‘Die verdomde AI schrijft berichten zoals hij’, zegt ze. ‘De manier van praten, de afgekorte woorden. Hoe kunnen ze dat allemaal weten?’

De verrassingen blijven komen, al zijn ze niet allemaal positief. Even later in de documentaire spreekt ze over een ervaring waarbij haar partner eerst vertelt dat hij in de hel is, omringd door verslaafden. Daarna vertelt hij op ernstige toon dat hij aan het spoken is bij een behandelcentrum, en van plan is háár te achtervolgen. Ze klapte de laptop meteen dicht.

Het is al geen toekomstmuziek meer, het doorleven na de dood – The New York Times kwam een aantal maanden geleden met een artikel over Peter Listro, een man van 83 met bloedkanker die zijn vrouw en zoon niet in de steek wil laten. Samen met een commercieel bedrijf werkt hij aan zijn digitale avatar. In Engeland is er ook iemand die zich eraan heeft gewaagd; in de Benelux zijn er nog geen gevallen bekend. Maar dat het digitale leven na de dood een hele industrie gaat worden, is geen lukrake voorspelling. Megabedrijven als Amazon, Disney en Microsoft hebben al patenten aangevraagd, en een veelvoud aan tech bro’s uit Silicon Valley slingeren vol bravoure profetische teksten de wereld in.

‘Dat je lichaam er niet meer is, betekent niet dat je hier niet meer bent’, bijvoorbeeld.

‘De dood is nu een realiteit, maar wij denken dat we die realiteit kunnen veranderen’

In Eternal You vertelt Justin Harrison, een jonge en ambitieuze CEO binnen de grief tech, dat zijn vrouw vond dat hij doorsloeg in zijn bedrijfsfilosofie. Het is nu zijn ex-vrouw, voegt hij daaraan toe. Want, hij blijft geloven, en hij ziet een toekomst waarin het leven altijd doorgaat. ‘De dood is nu een realiteit,’ zegt hij, ‘maar wij denken dat we die realiteit kunnen veranderen.’

Diepmenselijk

Katleen Gabriels is een moraalfilosoof en techniekfilosoof aan de Universiteit van Maastricht. Ze doet onderzoek naar de ethische en maatschappelijke impact van digitale technologieën zoals algoritmes, AI en het internet. De film Eternal You heeft ze natuurlijk gezien – zo’n zes keer – en stelt dat het moeilijk is om te beoordelen of de mogelijkheid tot een digitale resurrectie iets zorgwekkends dan wel positiefs is. Net als met alle andere nieuwe technologieën is het waarschijnlijk beide, zegt ze. ‘Dat mensen willen voortbestaan na hun dood hoeft ons niet te verbazen’, aldus Gabriels. ‘Cicero zei al dat filosoferen leren sterven is. Het idee van digitaal willen voortbestaan, dat heeft ook iets fundamenteel menselijks. Daar heb ik wel begrip voor. Je moet de dood aanvaarden, maar dat is niet meer vanzelfsprekend. Bij de bedrijven die zich hierop richten, zie je dat ze een oplossing zeggen te bieden voor een diepmenselijk probleem. Dat vind ik lastiger, want je kan de dood of rouwen niet zomaar ‘oplossen’.’

Commerciële bedrijven die het mogelijk maken om herinneringen op te nemen en na je overlijden toegankelijk te maken voor nabestaanden, is ook niet iets nieuws, weet Gabriels. De app Here after biedt die mogelijkheid, bijvoorbeeld; een eerste versie van die app werd gemaakt in 2017. ‘Voor veel mensen is dat een voortzetting van iets dat al bestond’, aldus Gabriels. ‘Dat is niet per se verkeerd.’ Zo kan een oma die een recept wil nalaten het via de app inspreken.

Hiernamaals

Maar, zegt ze ook: ‘Nabestaanden zijn natuurlijk wel kwetsbaar. Je ziet in de documentaire dat er soms wordt ingespeeld op een schuldgevoel bij de mensen die achterblijven, en als ze niet meer betalen, is de overledene nóg eens weg. Daar moeten we als maatschappij voorzichtig mee omgaan; we moeten mensen bescherming kunnen bieden.’ Ze ziet daarnaast een probleem bij religieuze mensen, die veel waarde kunnen hechten aan de informatie die de chatbot of avatar geeft over het hiernamaals. ‘De ontwikkelaars in Eternal You zien het louter als commercieel product. Die houden daar geen rekening mee, en dat is problematisch.’

Een medewerker werkt het uiterlijk van een digitale avatar bij. Credit: Max Preiss

Gabriels beschrijft twee visies die terugkomen in de AI-gestuurde technologieën. De ene is technosolutionisme: het geloof dat maatschappelijke en menselijke problemen fundamenteel opgelost kunnen worden met technologische middelen. Transhumanisme gaat nog verder – het idee dat de mens zijn biologische grenzen, zoals ziekte, veroudering en zelfs de dood – moet overstijgen met behulp van technologie. Als het gaat om de eerste visie, dan stelt ze dat AI de dood en het rouwen natuurlijk niet zal oplossen, maar misschien kan technologie helpen bij rouwverwerking. ‘Alles is afhankelijk van hoe gezond het rouwproces is. Als technologie het rouwproces blokkeert of doet stagneren, dan vind ik het heel lastig. Maar als dit mensen ook helpt om verder te raken, dan lijkt me dat een positieve kans’, aldus Gabriels. Het commerciële aspect en het winstbejag van bedrijven kijkt ze met lede ogen aan, aan de andere kant. Maar, stelt ze: ‘Rouw en commercie gaan al veel langer hand in hand. Je ziet nu ook dat mensen een voicemail expres niet deleten. Of een Facebook-pagina maken. En je hebt ook al langer grafzerken met QR-codes, bijvoorbeeld.’

Oplossing voor de dood

Een van Gabriels studenten, Pascalle Paumen, heeft voor haar onderzoeksmaster een duik genomen in dit onderwerp, door onder andere verschillende aanbieders onder de loep te nemen, en zich onder te dompelen in documentaires en krantenartikelen over het onderwerp.

Ze zag inderdaad dat sommige bedrijven een oplossing zeggen te bieden voor rouw. Of, inderdaad, voor de dood. Waar de ene categorie bedrijven zich vooral richt op herinneringen opslaan voor de nabestaanden, richten andere zich op het dóórleven als avatar of chatbot. Ze onderzocht ook hoe de bedrijven zich uitlaten over rouw, hoe de media hierop reageert, en welke aannames over het rouwproces hierin verscholen zitten.

‘Ik zag dat een zekere groep aanbieders de taal van heling gebruikt’, vertelt Paumen. ‘Rouw is een wond, is de gedachte, de dood doet pijn en laat je gewond achter – AI-technologie kan een digitale pleister zijn. Een therapeutisch hulpmiddel om van rouw te herstellen. Andere diensten gebruiken niet de taal van heling – maar stellen dat de dood zélf genezen kan worden. AI vormt een remedie tegen de dood. Het gaat over het behouden van je nalatenschap voorbij je levensduur. Deze technologieën zijn meer gericht op het voortzetten van de band met de overledene.’

Als het gaat om de vraag hoe dit het rouwproces gaat beïnvloeden, zijn veel media negatief, ontdekte Paumen. ‘Normale’ rouw zou gaan over het verwerken van emoties, acceptatie vinden in het verlies en iemand loslaten. Maar andere media stellen juist dat dit kan helpen om afsluiting te vinden. ‘Veel van de discussie draait om het idee dat rouw een eindpunt moet hebben’, zegt Paumen. ‘De vraag is dus: gaan deze technologieën helpen, of niet?’

Het is een ingewikkelde vraag, vindt Gabriels. Voor rouw is er in onze maatschappij soms al weinig ruimte – een veelgehoorde klacht van rouwenden is dat ze al snel het idee hebben dat ze er al overheen zouden moeten zijn. ‘Vroeger had je in de samenleving duidelijke rituelen’, stelt Gabriels, ‘en zag je ook aan kleding dat iemand in rouw was. Nu zie je dat mensen het ongemakkelijk vinden als iemand na een jaar nog steeds in rouw is. Rouw wordt heel snel gemedicaliseerd. Bij een overlijden ‘in de eerste graad’ krijg je bijvoorbeeld een aantal dagen rouwverlof, maar als je erna nog niet kan werken, moet je langs de arts. Zo wordt rouw iets medisch, terwijl het iets diepmenselijks is.’ Gaan nieuwe technologieën deze trend niet versterken?

Afgesneden

Leoniek van der Maarel is een Nederlandse rouwtherapeut, opleider en mentor voor professionals die mensen in rouw willen helpen. Ze heeft al 25 jaar haar eigen praktijk, en biedt – alleen op verzoek – een dienst aan waarbij mensen met hun overleden dierbare kunnen praten via een beeldscherm. Met deepfake-technologie en iemand die achter de schermen de avatar woorden geeft, kan een nabestaande in gesprek komen met de overledene. Het wordt nog niet vaak aangevraagd, vertelt Van der Maarel; zelf biedt ze het hoe dan ook niet aan aan mensen die ze zelf al begeleidt als therapeut.

Als ‘rouwexpert’ ziet zij alle nieuwe ontwikkelingen in haar vakgebied als iets positiefs. ‘Ik denk dat het veel kan betekenen, omdat ik ook weet wat een verlies doet met een mens’, aldus Van der Maarel. ‘De dood is ontzettend moeilijk voor mensen, juist omdat je zo afgesneden bent. Je kan nooit meer iets vragen. Je blijft achter met gevoelens, met gedachten, met schuld, met wat dan ook. Je kan nog van alles uitgewerkt hebben met iemand voordat die stierf, maar dan kan er nog net op het sterfbed iets gebeuren waardoor je denkt: hoe gaat het nu met hem of haar?’

Het gebrek aan antwoorden kan fnuikend zijn voor rouwenden, stelt ze, en juist op dat gebied kunnen de nieuwe technologieën een waardevolle bijdrage leveren. ‘Mensen willen informatie’, weet Van der Maarel. ‘Het mooie hiervan is dat de vragen stoppen op een gegeven moment. Daarom verwacht ik ook niet dat mensen heel vaak een deepfake willen doen. Je zou kunnen zeggen: hoe eerder de antwoorden komen op al die vragen die mensen kunnen hebben, hoe eerder ze rust vinden.’

De ervaring van de mensen die het doen is eigenlijk altijd wel positief, aldus Van der Maarel. ‘Ik heb één keer een negatieve ervaring gehad, dat was bij iemand die niet goed was gescreend. De gebruikers van de deepfake zeggen regelmatig: dit is precies hem of haar! En: ‘Ik heb nu meer rust, ik heb de antwoorden die ik zocht.’ Je kunt misschien denken: je weet toch dat het nep is? Maar als je ernaast zit, bij iemand, dan is het ongelooflijk om te zien wat het met mensen doet. Daarbij, je pikt eruit wat je eruit wil pikken. Zaken die je hoort die niet stroken met jouw ervaring of herinnering, die laat je achterwege, of daarvan wordt dan gezegd ‘daaraan merkte ik dat het Jan niet is’.’

‘Nabestaanden zijn kwetsbaar. Je ziet dat er soms wordt ingespeeld op een schuldgevoel bij de mensen die achterblijven’

Toch zou je kunnen denken: het is niet écht. Of het nu een medium is, of een stemacteur, of artificiële intelligentie – uiteindelijk is het nooit en te nimmer echt authentiek te noemen, want iemand is er niet meer. Op de vraag of dat erg is, schudt Van der Maarel haar hoofd. ‘Nee, sterker nog, het is een voorwaarde dat mensen wéten dat het niet echt is. We moeten niet vergeten dat de mens een weldenkend wezen is. Oók een mens in rouw is een weldenkend wezen. Die denkt na zo’n sessie: ‘Dat was wel raar.’ Want hij of zij is wel dóód. Mensen vergeten dat echt niet. Mensen denken soms dat nabestaanden dan om de haverklap een laptop openklappen, maar ik denk niet dat dat zo is. Mensen weten wel dat ze het moeten accepteren, en dat ze verder moeten. Veel mensen hebben het idee dat mensen in rouw niet meer kunnen nadenken, lijkt het. Dat de rouwende heel lang de overledene via de computer wil blijven ontmoeten. Maar die grote vragen, die houden op een bepaald moment op, daarmee verdwijnt dan ook de behoefte aan een deepfake. Daarbij, wij hebben niet het recht om een ander op te leggen hoe die moet omgaan met het verlies van een dierbare.’

Hoe commerciële partijen omgaan met data, is nog wel een punt van belang, stelt Gabriels tot slot. Ze kan zich voorstellen dat mensen hierover afspraken vast gaan leggen in hun testament – wie die data mag gebruiken, bijvoorbeeld, of dat alles vernietigd moet worden. Want ook al is voortleven een optie, niet iedereen zal er zin in hebben. Daarbij: voor de zoon van God was het misschien gratis, maar voor de mens niet.