Suiker maakt ziek

De voorbije vijftig jaar is onze consumptie van geraffineerde suiker sterk gestegen omdat zoetstoffen aan vrijwel alle verwerkte voedingswaren worden toegevoegd. Dat dit onze gezondheid bedreigt, ligt vooral aan de opmars van gesuikerde dranken.

Eerder dit jaar verscheen in Nature een commentaarstuk van Robert Lustig, professor klinische pediatrie aan de universiteit van Californië. In het artikel trekt Lustig hard van leer tegen toegevoegde suikers – suikers die aan onze voeding worden toegevoegd. De consumptie ervan is de voorbije 50 jaar sterk gestegen, omdat aan vrijwel alle verwerkte voedingswaren suiker wordt toegevoegd. Dat er op dit ogenblik 30 procent meer mensen obees zijn dan dat er ondervoed zijn, is daar volgens Lustig niet vreemd aan. Maar waar de meeste mensen ervan overtuigd zijn dat suiker niets meer is dan een hoop lege calorieën – voedingswaren waarin geen enkele stof zit die ons lichaam nodig heeft om te functioneren en ons dus alleen maar dik maken – is er volgens Lustig veel meer aan de hand.

‘Uit een groeiend aantal epidemiologische studies blijkt dat een overmatige consumptie van suiker alle aandoeningen veroorzaakt die in verband worden gebracht met het metabool syndroom’, vertelt Lustig. Hij heeft het daarbij over een hoge bloeddruk, een  hoog triglyceridegehalte – een vorm van vetopslag in het bloed –, insulineresistentie – waardoor je lichaam wel insuline aanmaakt, maar die niet goed werkt – en suikerziekte. Fructose – een bestanddeel van toegevoegde suikers – zou bovendien dezelfde schadelijke effecten hebben op de lever als alcohol, zou het verouderingsproces bevorderen door lipiden, eiwitten en DNA te beschadigen, en zou recent ook in verband zijn gebracht met kanker en cognitieve achteruitgang. ‘Af en toe een klein beetje suiker kan geen kwaad, maar langdurig veel suiker opnemen is dodelijk’, stelt hij.

Populistisch
Volgens dr. ir. Sander Kersten, hoogleraar humane voeding aan Wageningen University, is Lustigs verhaal onvoldoende onderbouwd en populistisch. ‘Het is alom bekend dat een stevige lobby van suikerfabrikanten zich fel verzet tegen alle waargenomen negatieve effecten van suiker’, vertelt hij. ‘Maar Lustig gaat te ver in de andere richting door resultaten uit hun verband te rukken en conclusies te trekken die te kort door de bocht zijn.’

Met het lege calorieënverhaal is Kersten het eens. ‘Dat klopt helemaal en is in de voedingswetenschap ook het meest geaccepteerde argument tegen suiker. Toegevoegde suikers – dus niet de koolhydraten zoals brood, aardappelen en deegwaren die verwarrend genoeg ook suikers worden genoemd – leveren niks op, alleen maar een beetje energie, en dat kunnen we ook op gezondere manieren opnemen, bijvoorbeeld door fruit te eten waarbij je ook waardevolle stoffen zoals vitamines en vezels binnen krijgt.’

Voedingsexpert Patrick Mullie van de Vrije Universiteit Brussel beaamt dat. ‘We krijgen dagelijks gemiddeld 100 gram toegevoegde suikers binnen, wat overeenkomt met gemiddeld 400 calorieën. Als je weet dat we ons gewicht op peil kunnen houden door niet meer dan gemiddeld 2200 calorieën per dag op te nemen, en bijna een vijfde daarvan al bestaat uit geraffineerde suikers die geen greintje vezels, vitamines, eiwitten of mineralen bevatten, dan moet de rest van onze voeding al verdomd gezond zijn om evenwichtig te zijn.’

Kersten heeft het er vooral moeilijk mee dat Lustig bepaalde onderzoeksresultaten veel te sterk benadrukt, waardoor suiker in een wel heel negatief daglicht komt te staan. ‘Het is in dit verband heel belangrijk te weten dat er verschillende types onderzoek bestaan die niet allemaal even zwaar doorwegen’, vertelt hij. ‘Uit associatief onderzoek – waarbij een relatie wordt gelegd tussen de consumptie van voedingsmiddelen en het voorkomen van ziektes – blijkt soms dat mensen die veel suiker eten meer last hebben van allerlei aandoeningen. Maar het probleem met dat soort analyses is dat je vaak niet weet of het echt de suiker was die verantwoordelijk was voor de resultaten. Het is ook mogelijk dat andere dingen die met een hoge suikerconsumptie geassocieerd zijn een even grote of zelfs belangrijker rol hebben gespeeld. Dus associatieve studies hebben duidelijke beperkingen omdat ze heel lastig te interpreteren zijn, vooral als het een eenmalige studie betreft. Voor suiker bijvoorbeeld zijn de relaties die in dergelijke studies worden gevonden vaak heel zwak, maar die nuance vinden we niet in Lustigs betoog.’

Naast associatieve studies zijn er ook interventiestudies, waarbij een groep mensen een product krijgt en een andere groep niet, en je vervolgens gaat kijken wat het gevolg daarvan is. ‘Helaas zijn deze studies niet altijd even makkelijk uit te voeren bij mensen, waardoor onderzoekers gedeeltelijk zijn aangewezen op proefdieren’, vertelt Kersten. ‘Sommige van die studies laten inderdaad zien dat als je dieren heel veel suiker geeft, allerlei slechte effecten worden veroorzaakt. Helaas is het in de wetenschap niet geaccepteerd om die resultaten bij dieren zomaar te vertalen naar mensen, omdat proefdieren de onderzochte stoffen vaak anders verwerken dan mensen en je daardoor soms echt de mist in gaat. Dus het wordt absoluut niet breed gedragen dat suiker al die effecten heeft die Lustig aanhaalt.’

Fructosesiroop
Professor Luc Van Gaal en diëtiste Annemie Van de Sompel van de dienst endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten van het UZA zijn het niet helemaal met Kersten eens. En dat ligt grotendeels aan het feit dat Kersten ervan uit gaat dat HFCS of high fructose corn syrup – suikerstroop gemaakt op basis van mais die vooral in de VS wordt gebruikt – niet veel verschilt van de sucrose die vooral in België en Nederland aan voedingsmiddelen wordt toegevoegd. ‘Sucrose komt uit bieten of uit rietsuiker en bestaat voor de helft uit glucosemoleculen en voor de helft uit fructosemoleculen’, vertelt hij. ‘Ook in HFCS zit fructose en glucose, maar waar de moleculen in sucrose aan elkaar vastzitten, zitten ze in HFCS los van elkaar, dus qua samenstelling verschilt HFCS niet fundamenteel van sucrose. En doordat sucrose in de darmen wordt opgesplitst, komen uiteindelijk dezelfde stoffen het lichaam binnen.’

‘Sucrose is inderdaad een disacharide, waarbij aan elke molecule glucose een molecule fructose vast hangt’, stelt Van de Sompel. ‘Dit betekent dat voor elke snack die met 10 gram sucrose gezoet is, je 5 gram glucose en 5 gram fructose binnen krijgt. Eet je eenzelfde snack gezoet met HFCS – dat ook uit glucose en fructose bestaar, maar waar de onderlinge verhouding kan verschillen en heel vaak (vooral in frisdranken) een oplossing wordt gebruikt die meer fructose dan glucose bevat – dan krijg je meestal veel meer fructose binnen. En dat maakt een groot verschil, want fructose wordt in de lever verwerkt en geeft daar aanleiding tot een stijging van de triglyceriden. Deze vetten zetten zich vast op de bloedvatwanden en geven aanleiding tot hart- en vaatziekten. Hoe meer fructose we binnenkrijgen, hoe meer triglyceriden in ons bloed terechtkomen.’

Ook volgens Van Gaal is er een groot verschil tussen wat fructosesiroop en sucrose veroorzaken in het lichaam. ‘Er bestaan studies bij ratten waaruit is gebleken dat fructose een hoge bloeddruk opwekt. Van sucrose is dat effect niet bekend. Bovendien blijkt uit studies dat met fructose – en niet met sucrose – gezoete dranken leiden tot insulineresistentie en buikvet – het vet dat zich in de romp rond de vitale organen bevindt en dat bij een hoge hoeveelheid het risico verhoogt op hoge bloeddruk, hartziekten en diabetes type 2. En er is literatuur bekend over het verband tussen fructose en leververvetting, wat ervoor kan zorgen dat de lever minder goed gaat functioneren en uiteindelijk leidt tot levercirrose – wat Lustig het toxische effect op de lever noemt dat vergelijkbaar is met alcohol.

Dat fructose het verouderingsproces zou bevorderen, heeft Van Gaal daarentegen nog nergens gelezen en dat fructose een invloed zou hebben op het ontstaan van kanker al evenmin. ‘Toch niet rechtstreeks’, zegt hij. ‘Een tumor is meestal het gevolg van een puntmutatie, een verandering in het DNA. Zo’n puntmutatie kan veroorzaakt worden door genetische factoren of toxische elementen uit de omgeving, maar niet door fructose. Maar is er al een tumor in de maak en ben je insulineresistent, dan gaat die tumor zich wel sneller ontwikkelen dan als je dat niet bent. Want insuline is een anabool hormoon dat de groei bevordert.’ ‘Ook cognitieve achteruitgang werd gelinkt met insulineresistentie’, vertelt Van Gaal. ‘Insuline voorkomt dat zich in de hersenen plaques vormen van het hormoon amyloïde, die aanleiding geven tot de ziekte van Alzheimer. Ben je insulineresistent, dan valt die remmende factor weg en vormen die plaques zich vlotter.’  

Vloeibare calorieën
Mogen we daaruit besluiten dat fructosesiroop de grote boosdoener is en de toegevoegde suikers die hier worden gebruikt niet zo ongezond zijn, op het aanvoeren van lege calorieën na? ‘Je moet al heel veel sucrose binnen krijgen om dezelfde effecten te bekomen als wat fructosesiroop in de VS doet’, vertelt Van de Sompel. ‘Maar zulke grote hoeveelheden suiker krijg je wel makkelijk binnen als je vaak gesuikerde dranken drinkt, want dat zijn in ons voedingspatroon de grootste bronnen van suiker.’  

Het grote probleem met gesuikerde dranken – frisdrank, gesuikerde fruitsap en sportdranken – is dat je lichaam veel te makkelijk veel calorieën binnen krijgt. ‘Als je brood eet, moet dat een paar uren in je maag gekneed worden voordat het uiteindelijk in je bloed terecht komt’, legt Mullie uit. ‘Gesuikerde dranken daarentegen stromen heel snel door de maag en lopen onmiddellijk naar het bloed, waar het direct wordt omgezet. Ons lichaam neemt dat soort snelle vloeibare calorieën zo slecht waar, dat het normale feedbacksignaal dat ervoor zorgt dat we minder gaan eten niet wordt opgewekt en ons lichaam niet voor die energie gaat compenseren door onze eetlust te remmen.’

Dat we zelden te dik worden door te veel fruit te eten, maar wel door te veel fruitsap te drinken, is volgens Mullie net omdat we er alleen de calorieën uithalen. ‘Fruitsap heeft het verkeerde imago van gezond te zijn’, vertelt hij. ‘Wie fruit eet, krijgt minder energie binnen dan als hij fruitsap drinkt, en neemt meteen ook een hoop vezels op die ervoor zorgen dat we veel sneller verzadigd zijn en stoppen met eten, wat bij het drinken van fruitsap niet gebeurt. Een klein glaasje fruitsap bij het ontbijt kan uiteraard geen kwaad, want er zitten ook gezonde elementen in fruitsap zoals vitamine C, maar je mag geen liter sap drinken, want dan neem je evenveel calorieën op als met een liter frisdrank.’
‘Naarmate je meer hebt moeten kauwen en je dus meer hebt geproefd van wat je opneemt, kan je lichaam de opgenomen energie beter verwerken’, voegt dr. Paul Smeets van het Universitair Medisch Centrum Utrecht daaraan toe. ‘Het is heel duidelijk aangetoond dat mensen die met kleine slokjes of met een rietje drinken, uiteindelijk minder drinken dan anderen die een drankje met grote slokken achteroverslaan, omdat hun mond langer werd blootgesteld aan de smaak.’

Dat gesuikerde dranken leiden tot overgewicht blijkt ook uit een meta-analyse van Vasanti Malik van de Harvard School of Public Health. Malik analyseerde 30 studies en concludeerde dat net zoals de consumptie van gesuikerde dranken de voorbije decennia fel was gestegen, ook het voorkomen van overgewicht en obesitas drastisch was toegenomen. Het achterliggende mechanisme is ook volgens Malik de lage verzadiging van vloeibare suikers en de slechte compensatie van deze opgenomen energie in de daaropvolgende maaltijden. Hij pleit ervoor de consumptie van gesuikerde dranken in te perken.

Suikertaks
Ook Lustig wil de consumptie van gesuikerde dranken en snacks aan banden leggen en stelt voor om het probleem aan te pakken zoals dat met alcohol en tabak gebeurt. ‘Uit tal van onderzoeken is gebleken dat de meest succesvolle manier om het verbruik van ongezonde producten in te perken, erin bestaat ervoor te zorgen dat ze minder makkelijk te verkrijgen zijn’ zegt hij. Hij stelt onder andere voor om, net als in Canada en enkele Europese landen, een belasting op suikerrijke voeding te heffen.

Patrick Mullie is het met hem eens dat een suikertaks een goede oplossing zou zijn, maar wel onder bepaalde voorwaarden. ‘Het is totaal nutteloos zoete dranken en snacks te belasten om met dat geld bijvoorbeeld wegen aan te leggen’, vertelt hij. ‘Dat zijn gewoon extra belastingen waarmee je de gezondheid niet bevordert en waarmee je vooral de armere consumenten treft. Beter is het de opbrengsten te gebruiken voor maatregelen die overgewicht en obesitas voorkomen. Door bijvoorbeeld suikerrijke voeding extra te belasten en met dat geld gezonde voeding zoals groenten en fruit goedkoper te maken, zou het contrast tussen ongezonde en gezonde voeding groter worden en zou je gezond gedrag belonen.’

Van Gaal ziet dan weer geen heil in een taks: ‘Iets extra belasten of verbieden werkt meestal niet. Een pakje sigaretten kostte vroeger 10 frank en nu 6 euro, maar of dat het aantal rokers fel heeft beïnvloed, is nog maar de vraag. En als je alles moet belasten waaraan suiker werd toegevoegd, schiet er niks meer over. Met een suikertaks ga je bovendien de indruk geven dat suiker de grootste boosdoener is in onze voeding, terwijl het maar een klein onderdeeltje van het hele probleem van ongezonde voeding is.’ (Uit: Eos-magazine, nr. 5, mei 2012)