Bewogen geschiedenis

250 jaar na de Amerikaanse onafhankelijkheid blijft het ideaal van vrijheid centraal staan, maar de invulling ervan blijkt historisch selectief en omstreden.

250 jaar geleden scheurden dertien Britse kolonies aan de oostkust van Noord-Amerika zich af van hun moederland. Dat gebeurde formeel door de Declaration of Independence van 4 juli 1776, die geldt als de stichtingsakte van de Verenigde Staten. De Onafhankelijkheidsverklaring, voornamelijk van de hand van Thomas Jefferson, is een revolutionaire tekst. De gevleugelde openingspassage stelt dat alle mensen gelijk geboren zijn, en recht hebben op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Vrijheid zal in de geschiedenis van de VS een sleutelbegrip blijven, bijwijlen nogal rekbaar. De verklaring zelf maakt bijvoorbeeld geen melding van slavernij – toen een gangbare praktijk. Jefferson gaf achteraf toe dat er in de draftversie een veroordeling opgenomen was, die door onenigheid sneuvelde.

Wél vermeld in de Onafhankelijkheidsverklaring: de inheemse bevolking, die ‘meedogenloze wilden’ werden genoemd. Tegen het einde van de achttiende eeuw waren de inheemse volken al verzwakt door de import van Europese ziektes als pokken, mazelen en difterie. Voor de founding fathers maakten ze geen deel uit van de nieuwe staat, onder andere omdat ze een verdere kolonisatie van het onmetelijke land ten westen van de Appalachen in de weg stonden. Eos-medewerker Teake Zuidema woont al jaren in de VS en hij gidst ons in de nieuwste Eos door de bewogen geschiedenis van de oorspronkelijke naties. Het is een verhaal van landonteigeningen, opsluiting in reservaten, verplichte kostscholen, niet-nagekomen verdragen en bloedige confrontaties.

Vandaag hebben inheemse Amerikanen gemengde gevoelens bij de USA250-vieringen. Omwille van het historisch onrecht, maar ook vanwege hun onzekere toekomst onder de huidige Amerikaanse regering. Conflicten over oliewinning en pijpleidingen in heilige gebieden zijn er vanouds, maar de hernieuwde focus op fossiele brandstoffen en mijnbouw leidt tot extra spanningen over landrechten, milieuvervuiling en bescherming van de eigen gronden. Bovendien voert president Trump een ideologische strijd. Alles wat maar enige kritiek inhoudt op het ‘grootse Amerikaanse verleden’ is verdacht als woke en moet dus verdwijnen. Een voorbeeld: de nationale parken, volgens collega Zuidema een van de grote succesverhalen van de VS, halen op websites en infoborden alle verwijzingen naar het lot van inheemse culturen die er oorspronkelijk leefden weg.

Het is eigen aan autocratische leiders om gebeurtenissen en figuren te bewieroken die het patriottisch narratief ondersteunen. Veelzeggend is het voornemen van president Trump om een tijdens antiracistische protesten vernield beeld van Christoffel Columbus een ereplaats te geven op het domein van het Witte Huis. De Genuaan is voor de vele Italo-Amerikanen een held, maar voor de inheemse bevolking staat hij symbool voor kolonialisme en uitbuiting. Je kan proberen geschiedenis naar je hand te zetten, maar ten langen leste laten historische feiten zich niet zo makkelijk manipuleren.