Aten mannen vroeger al meer vlees dan vrouwen? Een grootschalige studie stelt van wel, maar het verschil zit wellicht eerder in andere voeding zoals melk en kaas.
Een skelet vertelt veel over wat iemand allemaal at en hoe gezond diegene was. En wat onze voorouders allemaal aten, zegt dan weer veel hoe de samenleving in elkaar zat. Een grootschalige studie nam bestaande data onder de loep om verschillen in het voedingspatroon van mannen en vrouwen te onderzoeken.
De Franse onderzoekers keken naar de gegevens van meer dan 12.000 individuen. De data gaan over mensen die tot wel 10.000 jaar geleden leefden en zijn teruggevonden in verschillende Europese sites. Voor de analyse richtten ze zich op de data over koolstof- en stikstofisotopen in het collageen van botten. Isotopen zijn atomen van hetzelfde chemisch element met eenzelfde aantal protonen, maar met onderling verschillende aantallen neutronen in de atoomkern. De koolstof- en stikstofisotopen in botten bevatten de nuttigste data over wat een persoon allemaal at tijdens zijn leven.
Koolstofisotopen zeggen iets over het aandeel plantaardige voeding in het dieet. Stikstofisotopen daarentegen bieden meer informatie over het de hoeveelheid dierlijke proteïnen. ‘Isotooponderzoek is gebaseerd op het gezegde dat je bent wat je eet’, vertelt Lisette Kootker, aardwetenschapper van de Vrije Universiteit Amsterdam, die niet betrokken is bij dit onderzoek. ‘Alles wat je eet komt in je skelet terug.’
Ongelijkheid
Toch zijn de resultaten van isotopen onderzoek niet volledig zuiver: ze zijn gekoppeld aan lokale referentiewaarden, wat vergelijkend onderzoek moeilijk maakt. Daarom maakte de onderzoekers gebruik van de interdecielratio. Die wordt vaak gebruikt in de economie als indicator voor ongelijkheid, en vergelijkt in dit geval de groepen met het laagste en hoogste aantal. Zo wordt de spreiding tussen die twee uitersten weergegeven, wat in dit geval iets zegt over de voedings(on)gelijkheid in een samenleving.
Uit de analyse blijkt dat er in de hele periode consistent meer mannen behoren tot het hoogste deciel: het negende. Vrouwen worden meer vertegenwoordigd in het laagste deciel: het eerste. Dat wil dus zeggen dat vrouwen relatief minder dierlijke proteïnen in hun dieet hadden. Dat wil zeggen dat mannen al duizenden jaren meer vlees eten dan vrouwen. Bovendien werd die voedingsongelijkheid groter na de Bronstijd, die van ongeveer 3.500 v.Chr tot 800 v.Chr loopt.
‘Misschien aten de mannen vroeger niet zozeer meer vlees, maar wel meer zuivelproducten en eieren’
De conclusie dat mannen meer vlees aten dan vrouwen is volgens Kootker wellicht iets te kort door de bocht. ‘De studie stelt terecht dat dierlijke proteïnen waarschijnlijk het meest bepalend zijn voor de hoge stikstofwaarde bij mannen, maar ze koppelen dat meteen aan de vleesconsumptie. Ik denk dat het gewoon de consumptie van dierlijke proteïne in het algemeen is, en niet enkel en alleen maar vlees. Misschien aten de mannen vroeger niet zozeer meer vlees, maar wel meer zuivelproducten en eieren. Vlees en zuivel kan je isotopisch niet zo goed uit elkaar halen’, aldus Kootker.
Daarnaast is er in deze studie een seksebias waarmee rekening moet gehouden worden. Van de 12.000 individuen is de meerderheid al man. ‘Er is geen nette één op één verhouding. Het hoge stikstofniveau kan ook beïnvloed worden door tal van andere factoren, zoals het eten van granen die geteeld werden op bemeste gronden. Ook het eten van zeevis kan een impact hebben. Daarbovenop kunnen langere periodes van ziekte het stikstofniveau nog eens verhogen. Uiteindelijk hebben we het over overleden mensen. Gezonde mensen sterven in principe niet van de ene dag op de andere’, vertelt Kootker. De kans is groot dat de meerderheid van die mensen op het moment van sterven ziek of ongezond was.
Fysiek werk
Ondanks al die nuances, blijft het verschil in de inname van dierlijke proteïnen overeind staan. Daarvoor zijn verschillende verklaringen. ‘Mannen deden fysiek zwaarder werk, en hadden wellicht meer spieropbouw nodig. Zij hadden misschien meer behoefte aan dierlijke proteïnen dan de vrouwelijke populatie. Misschien waren er ook minder dierlijke proteïnen beschikbaar, en gingen die dan naar zij die het fysieke werk deden.’
‘Het is een boeiende studie, die gebruikmaakt van een mooie nieuwe statistische methode om naar isotopendata te kijken. Het laat zien dat we met grote hoeveelheden van die data biologische en sociale vragen kunnen gaan stellen en beantwoorden’, besluit Kootker.
Mannen aten meer eiwitten, en haalden die wellicht dus niet enkel uit vlees, maar ook uit zuivelproducten. Ook vandaag lijken mannen nog steeds meer vlees te eten dan vrouwen. Uit de nationale voedselconsumptiepeiling van Sciensano uit 2023 blijkt dat mannen meer bewerkt- en ook niet-bewerkt rood vlees eten dan vrouwen.