Hoe een vulkaanuitbarsting de weg vrijmaakte voor de Zwarte Dood

Een vulkaanuitbarsting rond 1345 zou de Europese landbouw zodanig hebben ontwricht, dat die de perfecte omstandigheden schiep voor de ongehinderde verspreiding van de pest. Dat suggereren nieuwe historische klimaatdata.

Vanaf 1347 werd Europa getroffen door een ongekende epidemie. In amper vier jaar tijd stierven bijna twintig miljoen mensen aan de Zwarte Dood. De geschiedenis van Yersinia pestis, de bacterie die de ziekte veroorzaakt, is intussen goed bekend. In 2022 wist een onderzoeksteam haar oorsprong te situeren in Centraal-Azië, in het Tian Shan-gebergte op de grens van China, Kirgizië, Kazachstan en Oezbekistan. Via handelsroutes en scheepvaart bereikte de pest vervolgens de Italiaanse havens, vanwaar ze zich in een razend tempo over het continent verspreidde. Naar schatting overleed 70 tot 80 procent van de mensen die besmet raakten.

“Wat historici al eeuwen bezighoudt, is waarom deze pandemie zo uitzonderlijk hevig verliep en zich zo snel verspreidde, met een ongeziene sterfte tot gevolg,” zegt Isabelle Séguy, onderzoeker bij het Franse Ined. Onlangs brachten Martin Bauch van het Leibniz-instituut voor Oost-Europese geschiedenis en cultuur in Leipzig, en Ulf Büntgen van de Universiteit van Cambridge, een nieuw licht op dit donkere hoofdstuk uit de geschiedenis.

Binnen de geowetenschappen en klimatologie is al langer bekend dat krachtige vulkaanuitbarstingen het weer wereldwijd, gedurende meerdere seizoenen kunnen ontregelen. Zwavelhoudende aerosolen die in de hogere atmosfeer terechtkomen, weerkaatsen zonnestralen terug de ruimte in en veroorzaken tijdelijk een abnormale afkoeling. Zulke verstoringen gaan vaak gepaard met mislukte oogsten.

IJskernen uit Antarctica en Groenland bewaren sporen van zulke episodes. Zo werd rond 1257 een sterke piek aan vulkanische aerosolen vastgesteld, die overeenkomt met de uitbarsting van de Samalas-vulkaan in het huidige Indonesië. Ook rond 1345 duikt een gelijkaardige piek op, al is de verantwoordelijke vulkaan tot op heden onbekend. Tijdgenoten meldden bovendien een verminderde zichtbaarheid in de lucht, wat de aanwezigheid van aerosolen bevestigt.

Voedselcrisissen

Bauch en Büntgen stellen dat een of meerdere vulkaanuitbarstingen kort voor de uitbraak van de Zwarte Dood plaatsvonden, vermoedelijk in 1345 of 1346. Kronieken uit Frankrijk en Italië beschrijven uitzonderlijk koude en natte zomers. De landbouwproductie kelderde en grote delen van Europa kregen te maken met hongersnood. Opvallend is dat die voedselcrisissen gelijktijdig toesloegen in regio’s als Spanje, Frankrijk, delen van Italië, maar ook in Egypte en het Midden-Oosten. Dat wijst op een grootschalige, mogelijk wereldwijde klimaatverstoring, eerder dan op lokale misoogsten.

Tegen de tijd dat Yersinia pestis in 1347 Europa bereikte, was de bevolking al zwaar verzwakt. Dat kan mee verklaren waarom de sterfte zo hoog opliep. “Het verband tussen hongersnood en epidemieën is historici al lang bekend en wordt ondersteund door medische studies naar moderne hongersnoden,” aldus Séguy. “Ernstige ondervoeding tast niet alleen het immuunsysteem aan, maar dwingt vooral de armsten en dus kwetsbaarsten om te migreren. Zo worden zij, vaak onbewust, verspreiders van ziekten die ze onderweg oplopen, los van het feit dat hongersnood vaak samengaat met oorlog en onveiligheid.”

Volgens de onderzoekers volstond de graanproductie in Zuid-Italië niet om de zwaar getroffen regio’s te bevoorraden. Archiefmateriaal toont aan dat de graanprijzen ongekende hoogtes bereikten en dat overheden ingrepen door exportverboden in te voeren en import te organiseren. In die context sloten de republieken Venetië en Genua een verdrag om hun conflict met de Gouden Horde, het Mongoolse rijk van die tijd, te beëindigen. In april 1347 werd het embargo op graan uit het Zwarte Zeegebied opgeheven.

Snelle verspreiding

Dit samenspel van meteorologische en politieke factoren helpt verklaren waarom de epidemie zich eind 1347 eerst manifesteerde in grote Italiaanse havensteden. De bacterie werd vermoedelijk verspreid door vlooien die zich in graanstof in de scheepsruimen ophielden en zo mee aan land kwamen. Van daaruit bereikte de ziekte naburige gebieden. Zo stond Venetië in maart 1348 toe dat graan werd uitgevoerd naar Padua. Andere steden, zoals Rome en Milaan, bleven tijdens de eerste golf grotendeels gespaard, vermoedelijk omdat zij geen graan hadden ingevoerd uit het Zwarte Zeegebied. Marseille daarentegen werd al in december 1347 getroffen, waarschijnlijk via handelscontacten met Genua.

Ironisch genoeg droegen de Italiaanse steden, in hun poging om voedseltekorten te bestrijden, bij aan de snelle verspreiding van de tweede grote pestpandemie in Europa. De eerste dateerde uit de tijd van keizer Justinianus in de zesde eeuw. “Deze interpretatie wijkt af van de klassieke geschiedschrijving,” merkt Séguy op. “Daarin werd de pest traditioneel toegeschreven aan besmette ratten die via ‘Italiaanse’ handelsschepen uit Caffa waren meegebracht, een belangrijke Genuese kolonie op de Krim die tijdens een Mongools beleg zelf door de pest werd getroffen.”

Dankzij een interdisciplinaire aanpak, waarin inzichten uit de paleoklimatologie, economische geschiedenis en demografie werden samengebracht, ontstaat nu een genuanceerder beeld van de Zwarte Dood. “Deze epidemie zit diep verankerd in het collectieve geheugen,” besluit Séguy. “En door de covid-19-pandemie is ze voor een breed publiek opnieuw opvallend actueel geworden.”

Dit artikel verscheen eerder in Pour la Science. Vertaling: Robin Hanssens