De verspreiding van de landbouw over Europa verliep niet gelijkmatig. In België, Nederland en delen van Duitsland duurde het enkele duizenden jaren langer voordat jagers-verzamelaars landbouw volledig omarmden. Vrouwen speelden een belangrijke rol in dit proces.
De Nieuwe Steentijd (5300 tot 2000 v. Chr. in de Lage Landen) was voor Europa een tijd van diepgaande verandering. Volkeren uit het Nabije Oosten brachten de landbouw met zich mee. De jagers-verzamelaars, afstammelingen van de eerste mensen (Homo Sapiens) die Europa bereikten, gingen gradueel op in de nieuwe landbouwsamenlevingen.
De transformatie van jagers-verzamelaars naar landbouwsamenlevingen verliep niet gelijkmatig. In de regio's langs de Maas en de Beneden-Rijn namen jagers-verzamelaars pas later en in veel mindere mate landbouwpraktijken over dan elders in Europa. Dat blijkt uit een analyse van oud DNA afkomstig van archeologische vondsten gedateerd tussen 8500 en 1700 v. Chr.
Landbouwers uit het Nabije Oosten vonden wel degelijk hun weg naar de Lage Landen, vertelt onderzoeker Eveline Altena, archeogeneticus verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum. 'Boeren vestigden zich al vrij snel in Nederland en omgeving, maar enkel op lössgronden (erg vruchtbare bodems aangevoerd door de wind). Deze stukken land leenden zich beter om aan landbouw te doen. In natte gebieden hielden jagers-verzamelaars veel langer vast aan hun manier van leven. Het is dus vooral het landschap dat een grote rol heeft gespeeld. Stukken land die gunstig waren voor jagers-verzamelaars, zoals waterrijke gebieden, waren toen niet geschikt voor boeren. We vermoeden dat er in onze streken maar weinig competitie tussen beide groepen bestond.'
Het is niet zo dat boeren en jagers-verzamelaars helemaal geen contact hadden met elkaar, verduidelijkt Altena. 'We zien dat groepen die nog geruime tijd vasthielden aan jagen en verzamelen, wel degelijk elementen van het boerenbestaan overnamen. Het gebruik van aardewerk bijvoorbeeld, of marginale landbouw was een aanvulling op hun bestaan als jagers-verzamelaars.
Vrouwelijke lijn
Het contact tussen beide groepen bleef niet beperkt tot kennisuitwisseling. DNA typisch voor de vroege boeren sijpelde de gemeenschappen van jagers-verzamelaars binnen. 'Dat proces vond ook elders in Europa plaats, alleen verliep het hier beduidend trager.'
'We vermoeden dat er in onze streek maar weinig competitie tussen beide groepen bestond'
'Opvallend is dat de instroom van DNA van boeren in de richting van jagers-verzamelaars voornamelijk langs de vrouwelijke lijn verliep. Het waren dus vrouwen uit boerengemeenschappen die DNA, en hoogstwaarschijnlijk dus ook kennis over het landbouwleven, binnenbrachten bij de jagers-verzamelaars.'
Hoe de werelden van boeren en jagers-verzamelaars precies met elkaar verweven waren, en waarom het net boerenvrouwen bleken die bij jagers-verzamelaars belandden, is moeilijk te zeggen, aldus Altena. 'Het kan best dat er nog andere vormen van contact waren die niet hebben geleid tot genetische uitwisseling. Dat is voor ons natuurlijk lastig om te achterhalen. Bovendien ontbreekt het ons aan fossiel DNA van vroege boerengemeenschappen in ons onderzoeksgebied. Hun DNA is niet bewaard gebleven omwille van de aard van de bodems waarop zij zich vestigden, en dus ook begraven werden. Of de uitwisseling van DNA wederzijds was, weten we dus niet.'