Ten oosten van de Nijl in Soedan liggen honderden millennia-oude graven. Ze dateren uit de tijd dat de Sahara nog geen kurkdroge woestijn was.
Beeld: Een groep grafmonumenten, waarvan sommige onlangs zijn vernield. Credit: Macquarie University
In het oosten van het Afrikaanse land Soedan hebben archeologen minstens 260 graven ontdekt die dateren uit het vierde en het derde millennium vóór Christus. Het gaat om cirkelvormige graven die ommuurd zijn – soms zijn de cirkels wel tachtig meter breed. Binnen de muren liggen resten van mensen, maar ook van veedieren zoals schapen en geiten. Dat laatste verraadt dat deze mensen nomaden waren, die met hun kuddes rondtrokken in het gebied. Ze leefden vóór de opkomst van de Egyptische beschaving, die vooral teerde op landbouw op de vruchtbare Nijloevers, terwijl dit gebied daar ver ten oosten van ligt.
Vandaag is het gebied – tussen de Nijl en de Rode Zee – een onherbergzame woestijn, maar zeker in het vierde millennium v.Chr. was het klimaat hier koeler en natter, waardoor er veel drinkplaatsen waren en vee er kon grazen. In de eeuwen daarna veranderde het klimaat, waardoor de Sahara ontstond, het enorme woestijngebied.
De graven liggen waar zich vroeger meren en rivieren bevonden. Volgens de archeologen wijst dat erop dat de nomaden het gebied ook al als vrij droog kenden – want anders zouden ze ook elders geleefd kunnen hebben. De ligging van sommige graven vertelt bovendien nog iets anders: ze liggen rond centrale graven. Mogelijk duidt dit op het bestaan van hiërarchie, iets wat nochtans veel meer met de latere Egyptische en Nubische maatschappij wordt geassocieerd.
Bron: Macquarie University, Australië