Aders zijn grootste risicofactor voor hersenschade bij premature baby’s

Beter zicht op kwetsbare aders voorkomt hersenschade bij te vroeg geboren baby’s en maakt zorg op maat mogelijk.

 

Wanneer een baby te vroeg geboren wordt - vóór 32 weken- zijn de hersenen nog volop in aanbouw. Bovendien zijn hun bloedvaten op dat moment zo dun en kwetsbaar dat een kleine schommeling in bloeddruk al tot een hersenbloeding kan leiden.

Om de gezondheid van de hersenen van te vroeg geboren baby’s te controleren en hersenbloedingen te voorkomen, focussen artsen wereldwijd al bijna een halve eeuw op de slagaders die bloed aanvoeren naar hun hersenen. Maar uit nieuw onderzoek blijkt dat ze daardoor de belangrijkste gevaren vaak over het hoofd zien.

Een nieuwe studie van kinderarts en neonatoloog Fleur Camfferman (VUB/UZ Brussel) brengt ons dichter bij het antwoord op de vraag waarom de ene vroeggeboren baby hersenschade oploopt en de andere niet. Door niet naar de aanvoer van bloed naar de hersenen te kijken, maar naar de afvoer van bloed uit de hersenen via de aders, kunnen artsen veel sneller zien welke baby’s extra bescherming nodig hebben.

‘Onze studie toont aan dat we aan de stroomsnelheid in de aders kunnen zien of het brein in de problemen komt’, vertelt Camfferman. ‘Als het bloed niet vlot weg kan, stijgt de druk en kunnen de vaatjes knappen, net zoals een afvoerpijp die de druk niet aan kan.’

Zorg op maat

Dankzij deze nieuwe kijk kunnen artsen risicokinderen mogelijk veel sneller herkennen en wordt de weg vrijgemaakt voor een behandeling die precies is afgestemd op de noden van elk patiëntje. Tot nu toe kregen bijna alle premature baby’s dezelfde standaardbehandeling op basis van hun gewicht of geboortedatum. Maar omdat die behandeling ook nadelen kan hebben, pleit Camfferman voor een persoonlijkere aanpak. ‘Als de arts via een echo ziet dat de doorbloeding stabiel is, kan hij of zij besluiten dat een behandeling misschien niet nodig is. Bij baby's waar de metingen een risico tonen, kan de arts juist besluiten om juist wel te starten met medicatie en extra rust in te bouwen, door bijvoorbeeld een isolatiebox te gebruiken of meer huid-op-huidcontact met de ouders te stimuleren’, vertelt ze.

Omdat baby’s op de intensive care enorme hoeveelheden data genereren, kan de centrale registratie van deze data met behulp van AI-modellen in de toekomst wellicht helpen om patronen te zien die voor het menselijk oog onzichtbaar zijn. Een computerprogramma zou een arts een seintje kunnen geven wanneer een baby extra ondersteuning nodig heeft.

Camfferman pleit ook voor een betere technische opleiding van kinderartsen die zelf echo’s maken aan het bed. Precisiemetingen werken alleen als ze met de juiste instellingen van de apparatuur en met de grootste zorg worden uitgevoerd.