Eos Pipet 2026

Isabel Brosius onderzocht mpox-virus tijdens de uitbraak

Aan het begin van een grote uitbraak van een nieuwe mpox-variant in de Democratische Republiek Congo besloot infectioloog Isabel Brosius (ITG) om meteen naar de regio af te reizen. 

Stemmen op Isabel Brosius of een van de andere laureaten kan via de poll onderaan dit artikel. Of klik hier om direct naar de poll te gaan.

In 2023 waren onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde net veldwerk aan het afronden in de Democratische Republiek Congo toen plots alle alarmbellen afgingen. Van lokale gezondheidsautoriteiten kregen ze te horen dat er in Zuid-Kivu in het oosten van het land gevallen van mpox waren gemeld, terwijl de ziekte daar nooit eerder was voorgekomen. Bovendien ging het om opvallend veel getroffenen, wat deed vermoeden dat het virus van mens op mens werd overgedragen en niet van dier op mens zoals dat in Congo tot dan toe meestal het geval was.

‘Een goede beschrijving van de ziekte is belangrijk, die vormt de basis voor strategieën om de ziekte in te dijken’

‘We deden al langer onderzoek naar mpox en we hadden al sterke samenwerkingen opgebouwd, dus we waren ideaal gepositioneerd om de situatie ter plaatse te gaan bestuderen’, vertelt infectioloog Isabel Brosius. Twee jaar eerder was ze bij het ITG aan de slag gegaan bij het Outbreak Research Team, een groep van wetenschappers die altijd paraat staan om naar hotspots van epidemieën waar ook ter wereld af te reizen.

Toen de onderzoekers ter plaatse kwamen, bleken al meer dan honderd mensen de ziekte doorgemaakt te hebben, met griepachtige symptomen, pijnlijke zweertjes en gezwollen klieren. Plaatselijke zorgverleners hadden hun handen vol met het verzorgen van de patiënten en bovendien was er in het regionale ziekenhuis geen infrastructuur om wetenschappelijk onderzoek uit te voeren.

Het team zette alles in gang om er een diagnose-, behandel- en onderzoekscentrum op te zetten met een lokaal testlab en een gratis behandelcentrum. Zo konden alle patiënten verzorgd worden terwijl het onderzoeksteam cruciale informatie over het virus kon verzamelen op het moment dat de uitbraak nog bezig was.

Op zoek naar puzzelstukjes

Als klinisch onderzoeker probeerde Brosius meteen allerhande puzzelstukjes over de nieuwe virusvariant bijeen te sprokkelen om zo snel mogelijk zoveel mogelijk inzicht te krijgen in het verloop van de ziekte. ‘Een goede beschrijving van de ziekte is belangrijk, omdat die de basis vormt voor strategieën om de ziekte in te dijken, zeker in lage- en middeninkomenslanden, omdat daar minder diagnostische middelen beschikbaar zijn en zorgverleners bijgevolg vaak moeten werken op basis van gevalsbeschrijvingen’, zegt ze.

Het onderzoek leverde meteen duidelijke informatie op over de nieuwe virusvariant, waarvan gevreesd werd dat die veel ernstigere ziekte zou veroorzaken dan de variant die zich in 2022 verspreidde. ‘Als je kijkt naar de literatuur van voor en na 2022, zie je dat er sindsdien gigantisch veel onderzoek is opgezet, omdat iedereen plots inzag dat dit virus zich veel breder kon verspreiden dan alleen in Afrika’, vertelt Brosius. ‘Toch bleek het, ondanks dat inzicht, opnieuw moeilijk om snel middelen en ondersteuning te mobiliseren om onderzoek snel op te starten bij deze nieuwe uitbraak. De Wereldgezondheidsorganisatie nam de bevindingen op in de wereldwijde mpox-richtlijnen die gezondheidsautoriteiten waar ook ter wereld in staat stellen een goede risico-inschatting te maken en zich beter voor te bereiden op eventuele lokale gevallen.’

Vanuit Zuid-Kivu breidde de ziekte zich uit naar naburige landen Burundi, Rwanda en Oeganda waar telkens honderden mensen getroffen werden, en vervolgens naar andere landen in Oost-Afrika en ook naar Europa en de VS. ‘We weten dat het mpox-virus voorkomt in twee grote genetische groepen, ook wel clades genoemd: clade 1, die vooral in Centraal-Afrika voorkwam, en clade 2, die vooral in West-Afrika voorkwam’, aldus Brosius. ‘Tot 2022 gingen onderzoekers ervan uit dat infecties met clade 1 meestal ernstig verlopen, met veel complicaties en een hoog sterftecijfer, terwijl clade 2 een milder ziektebeeld geeft. De eerste keer dat het virus zich ook buiten Afrika tussen mensen verspreidde, ging het om clade 2b. Later bleek dat ook een subgroep van clade 1, clade 1b, zich tussen mensen kan verspreiden, en vaak niet het verwachte ernstige ziektebeeld geeft. Bij elke nieuwe uitbraak is het daarom cruciaal om snel te bepalen hoe ernstig en dodelijk de infecties zijn en hoe de virusvariant zich verspreidt.’

Iedereen is vatbaar

Ook in 2022, toen in België honderden mensen het virus opliepen, voerde Brosius onderzoek uit en trad ze op als een van de adviseurs in de nationale risicobeoordelingsgroep. Ze wilde vooral achterhalen hoe de ziekte zich tussen mensen verspreidt. Daarom zette ze een cohort op van mensen die nauw contact hadden gehad – al dan niet seksueel – met iemand waarbij de ziekte net was vastgesteld. ‘We verzamelden systematisch stalen bij deze mensen, na hun risicocontact met een mpox-patiënt, maar nog vóór ze zelf symptomen vertoonden. Zo konden we nagaan of de kans op besmetting inderdaad groter is bij seksueel contact dan bij ander nauw contact, en of patiënten al besmettelijk zijn vóór ze klachten ontwikkelen.’

Op dit moment werkt Brosius aan een publicatie over de verschillende lichaamsvochten waarin het virus terug te vinden is. Zo wordt duidelijk welke stalen bruikbaar zijn voor diagnose, zelfs zonder zichtbare huidletsels, en krijgen we ook meer inzicht in hoe het virus wordt overgedragen.

Het onderzoekscentrum dat werd opgezet en de onderzoeksprotocollen die werden uitgewerkt, boden ondertussen een platform, waardoor andere onderzoekers de effecten van mpox op het oog en tijdens de zwangerschap in detail konden vastleggen. De lopende cohorten zullen ook bijkomend inzicht geven in hoe goed mpox-vaccins werken in de praktijk. In de toekomst wil Brosius graag een formele vergelijking maken tussen alle subvarianten van het mpox-virus. ‘Het idee leeft nu sterk dat de ziekte zich alleen verspreidt tussen mannen die seks hebben met mannen’, vertelt ze. ‘Het klopt dat zij bij de wereldwijde clade 2b-uitbraak in 2022 buitenproportioneel getroffen waren, maar de uitbraak van clade 1b laat zien dat in een andere context ook andere groepen getroffen worden. In principe is dus iedereen vatbaar en spelen veel factoren een rol. Hoe beter we alle verschillende factoren in kaart brengen, hoe beter we de risico’s bij een nieuwe uitbraak kunnen inschatten en kunnen voorspellen hoe het virus zich zal gedragen. Bovendien hoop ik dat we de lessen die we uit deze ziekte trekken, ook kunnen toepassen op andere opkomende infectieziekten zodat we sneller kunnen reageren wanneer er een nieuwe dreiging opduikt.’

Isabel Brosius

Isabel Brosius (1984) is algemeen internist, infectioloog en klinisch onderzoeker aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, consulent infectieziekten aan het UZ Antwerpen, en doctoraats­onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen. Ze is een van de contactpersonen voor wetenschappelijke communicatie over uitbraakgevoelige infectieziekten, waaronder mpox, bij het ITG en geeft lezingen over uitbraakonderzoek.