De geboorte van een schattig olifantje in de zoo haalt altijd het nieuws. Toch worden populaties in onze dierentuinen steeds ouder. Geen goede zaak, want zo komt de conservatierol van dierentuinen in het gedrang.
Dierentuinen in Europa en Noord-Amerika delen gegevens over de levensloop en de verwantschap van hun dieren in een gezamenlijke database. Een analyse van deze informatie voor zoogdieren, die onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS verscheen, laat zien dat zowat alle soorten gemiddeld steeds ouder worden. Bovendien neemt het aandeel vruchtbare vrouwelijke dieren gestaag af. In sommige populaties zijn er haast geen meer van.
Vergrijzende populaties dreigen tot een groot probleem uit te groeien, aldus Marcus Clauss. Hij is verbonden aan de Universiteit van Zurich en gespecialiseerd in geneeskunde voor exotische dieren een van de onderzoekers van de nieuwe studie. ‘In deze context moet je populaties begrijpen als alle dieren van een bepaalde soort in de regio, bijvoorbeeld alle Aziatische olifanten in Europese dierentuinen. De beschikbare plek voor zo’n populatie is beperkt. Tegelijk leidt de verbeterde zorg voor de dieren voor een langere levensduur.’
Zonder jong om voor te zorgen, missen dieren een essentieel element van hun natuurlijk gedrag
Beperkte ruimte en langere levensduur maken dat populaties in dierentuinen zich cyclisch verjongen. Pas wanneer een dier sterft, is voortplanting toegelaten. Dat brengt risico’s met zich mee, vertelt Clauss. ‘Reproductie is geen wiskunde. Soms lukt het niet, soms zit je met te veel jonge dieren. Veel hangt af van de soort. Bij dieren die in groep leven in eenzelfde ruimte is er wel wat speling. Voor solitaire soorten zoals zwarte neushoorns of sommige beren ligt dat heel wat moeilijker. Wanneer een populatie te klein is, kan het gebeuren dat reproductie gewoon niet meer lukt bij gebrek aan vruchtbare vrouwelijke dieren.’
Ook genetica speelt een rol, zeker in dermate kleine populaties. ‘Niet ieder dier is geschikt om te paren met eender wie. Daarbij komen externe factoren die uitwisseling tussen dierentuinen bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken, zoals de Russische invasie in Oekraïne of een epidemie als mond- en klauwzeer.’
De optie om te doden
Dierentuinen gelden als een verzekering voor als het fout gaat met populaties in het wild. Verouderende populaties brengen hun rol binnen conservatie in gedrang, net als wetenschappelijke en educatieve functies van zoos. Maar ook dieren zelf ervaren de gevolgen. Zonder jong om voor te zorgen, missen dieren een essentieel element van hun natuurlijk gedrag. Zonder jongen wordt ook de structuur van groepen sociale dieren verstoord.
Het probleem van verouderende populaties kent een oplossing, zo gaat Clauss verder. ‘Voor een duurzame en gezonde populatie, is het nodig om af en toe ook dieren te doden - zelfs gezonde individuen. Niet enkel oudere exemplaren of jonge dieren waarvoor er geen plek is, maar individuen uit elke leeftijdsgroep. Zo hou je de populatie gemiddeld jonger, wat voortplanting vergemakkelijkt en voor een grotere vruchtbaarheid zorgt.’
‘Het is aan dierentuinen zelf om het publiek uit te leggen waarom doden soms nodig is’
Zonder de optie om dieren te euthanaseren wanneer nodig, wordt het behouden van kleine populaties haast onmogelijk, besluit Clauss. ‘Dierentuinen staan vandaag erg weigerachtig om te kweken, precies omdat ze niet weten wat te doen met een eventueel teveel aan jongen. De mogelijkheid om te doden maakt de keuze voor voortplanting gemakkelijker.’
Op papier klinkt het logisch, maar in praktijk ligt dieren doden bijzonder moeilijk: zowel bij dierentuinen zelf als bij het publiek. Clauss heeft begrip voor de gevoeligheden rondom het doden van dieren. ‘Het is aan dierentuinen om het publiek uit te leggen waarom dat soms nodig is. We houden dieren om verschillende redenen. Als productiedieren, voor gezelschap,... Er heerst consensus dat dierentuinen er zijn als ultieme back-up voor populaties in het wild. Als we dat doel ernstig nemen, dienen we duurzame populaties te onderhouden, zonder dieren uit het wild te vangen. Dat kan niet zonder minstens de optie open te houden om een dier te doden als de situatie het oplegt.’