De zang van zangvogels wereldwijd bestaat uit acht verschillende basispatronen. De leefomgeving bepaalt hoe die patronen worden ingezet.
Zestig procent van alle vogels wereldwijd zijn zangvogels. Hun liederen hebben lange tijd centraal gestaan in onderzoek naar de evolutie van vocalisatie. Toch wisten we nog weinig over het ontstaan van die zang zelf. Frans onderzoek brengt daar verandering in.
De wetenschappers analyseerden data afkomstig van burgerwetenschapsprojecten. Het ging om zo’n 120.000 opgenomen stukjes vogelzang van meer dan drieduizend verschillende zangvogels. Ze keken daarbij in detail naar de akoestische motieven en vonden dat het geluid van al die verschillende zangvogels terug te brengen is naar acht basismotieven. Denk aan tril- en fluitgeluiden, harmonische tonen of eerder chaotische noten. Zo'n twee derde van alle zangvogels combineert die motieven tot een complex samenspel van geluiden, andere houden het eenvoudiger.
Korte paringstijd
Dat verschil komt voort uit de leefomgeving van de vogels, zagen de onderzoekers toen ze de mate van complexiteit koppelden aan de geografische verspreiding. Zo maken zangvogels die in het regenwoud leven vaak vlakke fluittonen. In een dichtbegroeide omgeving wordt geluid immers snel gedempt en de kans is groter dat een simpele toon daar toch een andere vogel bereikt. De liederen van vogels die in een gematigder klimaat leven zijn vaak complexer. Zij hebben daar ook meer belang bij. Omdat hun paringstijd korter is, vereist hun zang een complexere informatieoverdracht.
De onderzoekers trekken hieruit ook hun conclusies over het ontstaan van vogelzang. De basis van vocale bouwstenen zou al vroeg in de evolutiegeschiedenis van de zangvogels zijn ontstaan. Toen de vogels naar andere oorden trokken, is hun zang steeds complexer en diverser geworden.
Bron: Université de Montpellier, Frankrijk