Bij heet weer krijgen we de boodschap om voldoende water te drinken. Hoe pakken vogels dat aan? Dé vogel bestaat evenwel niet. Hun behoefte aan drinkwater en zelfs wijze waarop ze drinken zijn variabel. Klimaatverandering zorgt voor extra druk.
Net zoals een kip drinkt, schept een huismus wat water in zijn bek, tilt het kopje achterover en laat het water vervolgens naar binnen lopen. Zwaluwen en gierzwaluwen scheren over een wateroppervlak en scheppen een snavel vol water terwijl ze vliegen.
Het kan ook anders. Duiven kunnen water opzuigen. Ze drinken dus niet zoals kippen, huismussen of zwaluwen. Ze hoeven hun kop niet omhoog te tillen. Dankzij gespecialiseerde spieren in hun snavel en slokdarm kunnen duiven zuigend drinken. Door hun tong als zuiger te gebruiken, creëren ze zuigkracht, waardoor ze continu kunnen drinken zonder hun kop op te tillen. Ze kunnen zelfs water opnemen uit kleine openingen. Duiven kunnen tegelijk drinken en inademen, want het zuigmechanisme interfereert niet met de werking van hun luchtwegen. Binnen de groep van de vogels produceerde evolutie een fascinerende diversiteit, ook voor drinken. De ene gevederde drinker is de andere niet.
Unieke zuiger
Er zijn niet veel vogelsoorten die vloeistoffen kunnen zuigen, maar duiven zijn toch niet de enige slurpers. Kolibries kunnen het ook. Zij zuigen nectar uit bloemen. Kolibriesoorten leven in Zuid- en Noord-Amerika. Ook in Afrika en Azië leven er vogelsoorten met een gelijkaardige levensstijl: de honingzuigers. In Australië heb je dan weer honingeters. Nectar slurpen als primaire voedselbron evolueerde binnen de vogels niet minder dan dertig keer onafhankelijk van elkaar.
Een recent verschenen studie, gepubliceerd in Current Biology, toont met behulp van museumexemplaren, opnames met hogesnelheidsvideo en vloeistofmodellering dat honingzuigers een uniek drinkmechanisme gebruiken. Ze lijken wel op kolibries, maar de manier van nectar drinken is helemaal anders. Met behulp van hun buisvormige tong transporteren honingzuigers nectar van bloemen naar hun mond door een drukverschil te creëren over de lengte van de tong, een opmerkelijke prestatie voor dieren zonder lippen of wangen. Kolibries en honingeters likken als het ware nectar op, terwijl bij de groep van honingzuigers dus een ander, uniek zuigsysteem evolueerde om hetzelfde vloeibare voedsel te benutten.
Waterbehoefte
Bij traditionele classificaties worden vogelsoorten gewoonlijk ingedeeld in drinkers en niet-drinkers. Sommige vogels zie je geregeld drinken, andere soorten nooit. Drinken is echter niet de enige manier om water in een lichaam te krijgen. Een vogel kan ook via het voedsel meer of minder vocht binnenkrijgen. Bovendien kan ook door de stofwisseling in het lichaam water geproduceerd worden. Het kan door de metabolische omzetting van vetten.
Of een vogel regelmatig drinkt of niet hangt af van meerdere factoren: de levensstijl, stofwisseling en vetgehalte, de vochtigheid van het leefgebied, de omgevingstemperatuur en warmtehuishouding van het vogellijf, maar ook van het vochtgehalte van het voedsel. Vogelsoorten die zich voeden met droge zaden, krijgen weinig water binnen. Zulke zaden bevatten amper tien procent water. Graaneters moeten daarom geregeld kunnen drinken. Insecteneters krijgen vanuit de sappige lijfjes van larven en volwassen insecten aanzienlijk meer vocht binnen. Het lijfje van ongewervelden bevat tussen vijftig en vijfentachtig procent water. Fruitetende vogels krijgen nog meer vocht binnen: tussen zeventig en negentig procent. Nectarslurpende vogelsoorten kunnen rekenen op het meeste water in hun voeding. De nectar die ze drinken bestaat voor tachtig tot zelfs vijfennegentig procent uit water. Dan wordt eten synoniem voor drinken.
Met hun buisvormige tong transporteren honingzuigers nectar naar hun mond door een drukverschil te creëren over de lengte van de tong
Vogels die hun voedsel op de grond zoeken, zijn meer geneigd om water op de bodem te gebruiken, een plas of een vijverrand. Vogels die in bomen foerageren, zoals de boomkruiper, zijn meer afhankelijk van water dat blijft staan tussen takken of in boomholten. Oude bomen bieden meer drinkwater dan jonge bomen. Die oude rakkers hebben immers meer spleten en holten waarin water blijft staan.
Een pas verschenen studie in Biological Reviews pleit ervoor om de traditionele zwart-witbenadering van drinkers en niet-drinkers onder vogels achter ons te laten. Tussen drinkers en niet-drinkers blijkt immers een hele gradiënt van tussencategorieën te bestaan afhankelijk van tal van omgevingsfactoren. Wanneer drinkplaatsen schaars zijn en er aan een drinkplaats hoge risico’s zijn om gegrepen te worden door een roofdier, zullen vogels minder vaak drinken. Of ze komen vaker in groep drinken. Meer ogen zorgen voor meer alertheid.
Drinken in veranderend klimaat en landschap
Met een snel veranderend klimaat en extremere droogte groeit de belangstelling voor de evolutionaire ecologie van drinken en wat die inzichten betekenen voor het natuurbehoud. De wateropname en het -gehalte van een vogellijf staan niet los van zijn warmteregulatie. Bij hitte kan door evaporatie van vocht door de huid of bek het lichaam afkoelen. Vogels hebben geen zweetklieren, maar de evaporatie verhoogt wel hun nodige waterbudget.
Vorig jaar suggereerde een studie in het vakblad Nature Ecology & Evolution dat de toename van extreme hittegolven tussen 1950 en 2020 leidde tot een afname van 25 tot 38 procent van de aantallen van tropische vogels. Er ontstaat niet alleen bij tropische vogels vaker een mismatch tussen hun lichaamsenergie, watervoorraad en waterbehoefte.
Van waterbakje tot tuinvijver
Naast klimaatverandering heeft ook het intensief landgebruik gevolgen voor het beschikbare water en dus voor drinkplaatsen voor vogels en andere dieren. Bovendien wordt oppervlaktewater ook regelmatig vervuild, bijvoorbeeld door pesticiden. Als vogels vaker moeten drinken bij opwarming, krijgen ze ook meer van zulke stoffen binnen.
In een tuin zetten empathische lui soms waterbakjes voor vogels. Het is sympathiek en helpt enkele courante, flexibele soorten. Uit Pools studiewerk blijkt evenwel dat een tuinvijvertje een breder gamma van vogelsoorten laaft dan waterbakjes. Een kleine tuinvijver biedt ook kansen voor andere dieren zoals libellen. Ook boeiende vliegers met behoefte aan water.