Grasland is enorm veerkrachtig, zeker als we kiezen voor droogte-tolerante soorten en werken aan productief kruidenrijk grasland. Gras is nog steeds de voornaamste bron van eiwit voor melk- en vleesvee en bestrijkt twee vijfde van het landbouwland in de EU.
Deze zomer werden we allemaal met de neus op de feiten gedrukt: extreme hitte, langdurige droogte, lage waterstanden in grote rivieren, natuurbranden, ... Als je de krant opendeed, kon je er niet naast kijken: de klimaatverandering is in volle gang en we zullen ons aan een snel tempo moeten aanpassen. Dat is ook zo voor onze boeren, die steeds meer inzetten op duurzaam bodem- en waterbeheer, zodat ze ook in de toekomst nog voldoende water zullen hebben om hun gewassen te telen in drogere omstandigheden. Toch is er in al die ellende ook een lichtpuntje. Het gras in mijn tuin was in de voorbije weken dor en bruin geworden, maar na een week met regenbuien, kwamen de eerste frisgroene grassprietjes alweer tevoorschijn. Gras is dus enorm veerkrachtig!
En laat gras nu net de belangrijkste teelt zijn in de EU. Productief grasland kan homogeen zijn, maar ook bestaan uit mengsels van gras met andere soorten zoals klaver, weegbree of chicorei. Rechtstreeks begrazing door vee gebeurt, maar grasland wordt nog veel vaker gemaaid om nadien als voeder te dienen voor de dieren. De meeste graslanden stoppen snel met groeien als het droog wordt en liggen er dan verdroogd bij. Maar gras begint al vroeg in het jaar te groeien en groeit vooral snel in de lente. In geval van een droge zomer, is het meeste deel van de jaaropbrengst in de lente al geproduceerd.
In Vlaanderen kunnen we in een goed jaar ongeveer rekenen op een 12 ton droge stof (DS)/ha opbrengst voor gras en een 15 ton/ha voor maïs. Op de ILVO proefvelden in Merelbeke-Melle oogstten we dit jaar de eerste snede Engels raaigras (het standaardgras voor de veehouderij, zeg maar) op 27 april die gemiddeld 4.6 ton DS/ha opbracht. Op dat ogenblik moest de maïs op vele plaatsen nog gezaaid worden. Snijmaïs is, na gras, het meest geteelde voedergewas in Vlaanderen. Toen het begin juli droog werd, waren er al drie sneden gras geoogst en bedroeg de totale opbrengst net van het Engels raaigras op de ILVO proefvelden net geen 10 ton DS/ha. Tegen midden augustus kregen we wat neerslag. Vele maïspercelen moesten deze week noodgedwongen vroeg geoogst worden door het warme en droge weer. De opbrengsten zullen dit jaar variabel zijn en erg laag op veel plaatsen (< 10 ton DS/ha) door de extreme hitte tijdens de bloei en het korte groeiseizoen. Het gras kwam op datzelfde moment snel terug tot leven en zal wellicht nog één à twee keer gemaaid kunnen worden en nog eens 2 à 3 ton DS/ha opbrengen. We kunnen dus zeggen dat gras dit jaar meer weerbaar was tegen droogte en hitte dan maïs. Veel hangt natuurlijk af van de exacte timing van droogte en hitte en laat net dat ook steeds meer variëren door de klimaatverandering.
Om ons voor te bereiden op het veranderend klimaat, zetten veredelaars nu in op rassen Engels raaigras die nog vroeger starten met groeien. Op die manier kunnen boeren anticiperen op een droge zomer door vroeger in het jaar gras te produceren. Op de ILVO proefvelden zien we nu duidelijke verschillen in het herstel van verschillende kandidaat rassen (zie foto).
Een andere strategie om ons grasland klimaatrobuuster te maken door te kiezen voor droogtetolerante grassoorten (Rietzwenkgras, Kropaar) of het grasland te verrijken met droogtetolerante vlinderbloemigen (Rode klaver, Luzerne) en diepwortelende kruiden (Smalle weegbree, Chicorei). Vlinderbloemigen halen ook stikstof uit de lucht en fixeren het in de grond, waardoor de landbouwers op meststoffen kunnen besparen zonder in te boeten aan opbrengst. Grasland wordt bemest met zowel dierlijke als kunstmeststoffen. Op de ILVO proefvelden was de opbrengst in 2024 (ook een droog jaar) 13.1 ton DS/ha voor Engels raaigras en 16.9 ton voor Engels raaigras met rode klaver. Het Engels raaigras had 300 kg stikstof/ha nodig om deze productie te realiseren, de grasklaver slechts 100 kg stikstof/ha! Grasklaver in plaats van grasland met 1 enkele soort zorgt er dus zowel voor dat ons landschap meer weerbaar is tegen klimaatextremen. Daarboven draagt het ook bij aan klimaatmitigatie, doordat er minder kunstmeststof geproduceerd moet worden en dus minder uitstoot van CO2-equivalenten is.
Zeg dus nooit zomaar gras tegen grasland, want het blijft een van de belangrijke sleutels voor een klimaatrobuuste voederproductie en een gezond en veerkrachtig landbouwlandschap met voldoende open ruimte.
Meer weten over ILVO onderzoek naar graskruidenmengsels?
Klik dan door naar het project TGV: Tijdelijke graskruidenmengsels voor meer voederautonomie