Natuur & Milieu

Klimaat warmt sterker op in de zomer dan in de winter, vertellen fossiele schelpen

Tijdens het Plioceen, zo’n drie miljoen jaar geleden, was de aarde gemiddeld drie graden warmer dan in de pre-industriële periode. Even warm dus als de meest waarschijnlijke opwarmingsscenario’s voorspellen voor 2100. Fossiele schelpen uit de Noordzee tonen aan dat de zomers 4,3 graden warmer waren, en de winters ‘maar’ 2,5 graden.

Dit is een artikel van:
Eos Wetenschap

Horen dat de wereld gemiddeld met drie graden zal opwarmen, doet veel mensen niet zoveel. Dat klinkt als wat meer dagen in je bikini kunnen doorbrengen en minder gladde wegen ’s winters, als je het optimistisch bekijkt. Natuurlijk zegt een gemiddelde niet zoveel over hoe het op een bepaalde plek zal zijn, welke extreme weersomstandigheden ons te wachten staan, en in welk seizoen de opwarming het grootste effect zal hebben.

Op die laatste vraag hebben Belgische, Nederlandse, Duitse en Britse onderzoekers nu een antwoord gevonden in fossiele schelpen uit de Noordzee: Zomers warmen veel meer op dan winters in een warmer klimaat. Terwijl de winters 2,5 graden warmer waren, was de temperatuur tijdens de zomer zowat 4,3 graden hoger.

‘De kans op hittegolven in de zomer zal toenemen’

De studie geeft volgens de wetenschappers een beeld van het klimaat dat we tegen 2100 in Europa kunnen verwachten als de huidige trend van klimaatverandering doorzet. Niels De Winter, onderzoeker aan de VUB: ‘Waarschijnlijk zullen er grotere temperatuurverschillen tussen de zomer en winter zijn, en de kans op hittegolven in de zomer zal toenemen.’

Zware isotopen

Schelpen van oesters, kokkels en mosselen hebben de eigenschap dat ze laagje voor laagje groter worden, naarmate het dier dat erin zit, groeit. De chemische samenstelling van de laagjes weerspiegelt dan ook de veranderende chemie van de omgeving in de loop van de tijd. De onderzoekers analyseerden in welke mate zeldzame zware isotopen van zuurstof en koolstof in de kalkmoleculen in de schelpen voorkomen.

Die zware isotopen (hetzelfde chemische element, maar met meer protonen in de kern) komen meer voor in schelpen die groeiden in kouder water. Het isotopengehalte weerspiegelt dus de temperatuur van het water wanneer een bepaald laagje van de schelp gevormd werd. Omdat de methode geen gebruik maakt van chemische elementen die afhangen van de samenstelling van het zeewater, is ze veel nauwkeuriger om de temperatuur te bepalen dan andere analyses.

Lees ook: Schelpen onthullen klimaat op mensenmaat

Door schelpen te analyseren reconstrueert Niels de Winter hoe de temperatuur miljoenen jaren geleden schommelde doorheen het jaar. Dat laat toe om de impact van klimaatverandering op temperatuursextremen beter te voorspellen.

Naar het artikel