Een studie toont dat moderne Europese honden toch meer bloed voeren van hondachtigen die al vóór de landbouwrevolutie in Europa gedomesticeerd werden.
Openingsfoto: Een schedel van een grijze wolf en een chihuahua.
De oudste bevestigde hond dateert van 10.900 jaar geleden, en van oudere overblijfselen wisten we niet of ze van honden of wolven kwamen. Het was evenmin duidelijk hoe de opkomst van landbouw, en migratie uit het oosten van landbouwers vergezeld van hun honden, de Europese hondenbestanden beïnvloedden. Hoe en waar honden werden gedomesticeerd, en in hoeverre hun genetisch materiaal de sporen draagt van twee genenpoelen (Europees en Aziatisch), waren nog vraagtekens.
We wisten wel dat honden, de allereerste huisdieren, al aan onze zijde renden voor we aan landbouw deden. Naar schatting zijn ze zo’n 14.000 jaar geleden gedomesticeerd vanuit de grijze wolf aan het einde van de laatste ijstijd. Dankzij een nieuwe genetische studie, gepubliceerd in Nature, begrijpen we de identiteit van Europa’s oudste honden nu beter. Een team van het Francis Crick Institute analyseerde in totaal 216 beenderresten uit heel Europa, ook uit België en Nederland. Deze hondachtigen dateerden allemaal van vóór de neolithische revolutie.
Via de hybridization capture-techniek visten de vorsers bruikbare stukken DNA uit een groot genenmengsel. Ze identificeerden een hond uit Zwitserland van 14.200 jaar oud – een van de oudste ooit gevonden. Dat wil meteen ook zeggen dat honden zich toen al in Europa hadden afgesplitst van wolven. Een vrij klein, hondachtig exemplaar uit België bleek toch een wolf, wat het belang van genetisch onderzoek onderstreept.
Maar de meest opmerkelijke bevinding was dat Europese honden van vóór de landbouwrevolutie aanzienlijk bijdroegen aan de genenpoel van latere en moderne honden in Europa. Alles wijst erop dat de eerste landbouwers uit het oosten vaak nog honden uit Europese jager-verzamelaarsgemeenschappen in hun midden opnamen toen ze ons continent binnenkwamen.