10 feiten en fabels over studeren

Is het zinvol om langer dan twee uur na elkaar te studeren? Studeer je beter 's ochtends vroeg of 's avonds laat? En wat is beter: nalezen of jezelf opvragen? Sarah Vermeersch, studentenpsychologe aan de UGent, evalueert tien populaire feiten en fabels over studeren.

Studieadviezen zijn vaak niet voor iedereen hetzelfde. De ene kan 4 uur aan één stuk studeren, de andere moet om het halfuur een korte pauze inlassen. ‘Het is belangrijk om jezelf te volgen. Ken jezelf op een realistische manier, maar onderschat of overschat jezelf niet’, zegt Sarah Vermeersch.

Je leerstof blijven herlezen is nutteloos

Feit.

‘Als je herleest, heb je het idee dat je het herkent, maar er is een groot verschil tussen kennen en herkennen. Je hebt geen idee wat je al kent en wat je nog niet kent. Als je herhaalt is het belangrijk om actief te herhalen. Bijvoorbeeld aan de hand van kernwoorden de leerstof in je eigen woorden vertellen. Het is daarbij belangrijk om je cursus niet voor je te leggen.’

‘Veel studenten beginnen onmiddellijk met lezen tijdens het studeren, maar dat is geen goede strategie. Je moet eerst oriënteren: waarover gaat de cursus? Wat moet ik kennen? Is er een rode draad? Wat is de structuur? Bekijk de tussentitels en inhoudstafel. Het is ook handig om de voorbeeldvragen te bekijken voor je start met studeren. Zo weet je wat de professor verwacht. Dan ga je pas lezen. Daarna moet je het onmiddellijk verankeren, bijvoorbeeld via kernwoorden. Als je alles hebt gestudeerd en je gaat je leerstof herhalen, begin je best eerst met de moeilijkste leerstof.’

Jezelf vragen stellen en blijven doorvragen is een goede studiemethode

Feit.

‘Vragen stellen is heel goed. Op die manier wordt je leerstof in je langetermijngeheugen opgeslagen als een netwerk. Hoe meer je dat netwerk activeert, hoe sterker je linken tussen verschillende begrippen worden. Net zoals aan de hand van kernwoorden de leerstof in je eigen woorden uitleggen. Bij deze methoden is het belangrijk om je cursus niet open te leggen. Zo weet je wat je goed kan en minder goed kan.’

In de ochtend kan je het beste studeren

Fabel.

‘Iedereen heeft zijn beste moment van de dag. Er zijn 3 categorieën: je meest productieve uren, je minder productieve uren en je nutteloze uren. Het is belangrijk dat je zelf weet wanneer je je meest productieve uren hebt. Voor sommigen is dat in de avond, voor anderen in de ochtend of namiddag. Als je beter in de avond studeert, moet je geen planning maken waarbij je om 7 uur ‘s ochtends aan je bureau gaat zitten, want dat gaat toch niet lukken.’

Na twee uur studeren, neem je best een pauze

Fabel.

‘Gemiddeld genomen kan een persoon twee uur productief zijn, maar dat is zeer afhankelijk van persoon tot persoon. Het is daarnaast veel beter om tegen jezelf te zeggen: ‘als ik die leerstof ken, neem ik een pauze.’ Je bepaalt je pauze afhankelijk van de inhoud en niet naargelang het aantal uur je gestudeerd hebt.’

‘De soort pauze is ook persoonlijk. Maar er zijn wel een aantal tips. Studeren vraagt veel van ons brein. Je lichaam wat ontlasten door te bewegen is een goede methode. Het is belangrijk om jezelf te ontladen. Bij de ene is dat iets fysieks, bij de andere iets creatiefs. Als je tijdens je pauze op sociale media zit, ga je nog steeds prikkels opdoen en zo ontlaad je je brein niet.’

‘Een tip voor de uitsteller: neem een onderbreking die op zichzelf eindigt. Als je het moeilijk vindt om opnieuw aan de slag te gaan, is het belangrijk om geen Netflix-serie op te zetten. Beslis ook al op voorhand wat je gaat doen als je pauze gedaan is.’

Onder stress presteer je beter en studeer je beter

Feit en fabel

‘Dat hangt af van je stressniveau. Een aanvaardbare vorm van stress waarbij je adrenaline en cortisol hoger is, verhoogt je focus. Je bent alerter en gaat meer opnemen. Maar als die stress te hoog is of als je schrik hebt van stress, blokkeer je.’

Handgeschreven notities zijn beter dan getypte

Feit.

‘Onderzoek wijst uit dat opschrijven ervoor zorgt dat je meer verwerkt dan dat je op een laptop typt.’

‘Als je gaat markeren, is het moment wanneer je markeert belangrijk. Heel wat studenten beginnen onmiddellijk te markeren als ze hun cursus voor de eerste keer lezen. Maar je moet markeren op het moment je de leerstof verankert en je de samenhang van de inhoud en titels begrijpt. Markeren kan een manier zijn om leerstof te onthouden. Bijvoorbeeld: als ik die kernwoorden zie, onthoud ik dat. Veel studenten markeren het woord “definitie”, maar dan weet je niet waarover het gaat.’

Samenvatten is een goede studiemethode

Fabel.

‘De inhoud van de cursus bepaalt hoe je het aanpakt. Er bestaat geen ideale strategie die voor alle cursussen gebruikt kan worden. Stel jezelf dus steeds de vraag wat die ene cursus nu net nodig heeft. Samenvatten is een methode uit het middelbaar en daar struikelen veel studenten over, want dat lukt niet. Je hebt er geen tijd voor. En als je samenvattingen maakt door klakkeloos leerstof over te nemen, is je brein er niets mee. Het kan nuttig zijn als je tijdens het samenvatten actief bezig bent met leerstof vast te zetten, te structureren en te begrijpen.’

Een nachtje doorhalen om te studeren kan geen kwaad

Feit en fabel.

‘Slaap is heel belangrijk om leerstof die je overdag hebt opgenomen, te consolideren. In je REM-slaap ga je alle indrukken van overdag rangschikken en verankeren. Ik zou het niet aanraden als het niet nodig is, maar als het echt nodig is, kan het.’

‘De dag voor het examen is het beter dat je een aantal uur slaapt. Best zo’n drie tot vier uur, maar de ene persoon gaat er makkelijker mee om dan de andere. Daarna ga je wel een klop krijgen en ga je wat rust moeten inbouwen. Een nacht doorstuderen is niet gezond, maar we kunnen wel tegen een stootje.’

Studeren met vrienden of medestudenten is goed

Feit en fabel.

‘Ja dat is zeer goed, maar het is een individuele keuze. Voor de ene werkt dit goed, voor de andere niet. De blokperiode is vaak een eenzamere periode. Dat gevoel van samenhorigheid kan stimulerend zijn, de pauzes zijn veel leuker, je kan elkaar helpen door te overhoren, leerstof uit te leggen, vragen te stellen, ... Voor de uitstellers is het handig omdat het een vorm van sociale controle is. Maar je mag er niet afhankelijk van zijn. Je moet overal kunnen studeren.’

Je neemt sneller informatie op als je jonger bent

Feit.

‘Hoe jonger je bent, hoe vlotter je informatie kan opnemen en structureren in je brein. Bij oudere mensen gaat dat wat trager. Maar: oudere mensen denken kritischer na en nemen zaken op een andere manier vast. Ze hebben betere studiestrategieën. Als ikzelf nu iets moet leren, ga ik dat veel efficiënter doen dan toen ik 18 jaar was. Niet omdat ik sneller kan leren, maar omdat ik op een andere manier omga met kennis.’