Thuiswerken verhoogt werkdruk en stress

Veel mensen werken of studeren nu al meer dan twee maanden thuis. Het ziet er niet naar uit dat we binnenkort massaal naar kantoor teruggaan. Al dat thuiswerken kan de werkdruk en stress doen stijgen: "Werk en privé lopen nu door elkaar en dat zorgt voor conflicten en vermindert het welzijn".

De Erasmus University Rotterdam (EUR) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) bevroegen een deel van hun medewerkers en studenten over hoe het ze thuis vergaat. Zowel de werk- en studiestress als de werkdruk blijkt te zijn toegenomen sinds de crisis. In totaal bekeken de universiteiten gegevens van ruim 12000 studenten en 4300 medewerkers. 

Bijna 40 procent van de Rotterdamse studenten en zestien procent van de medewerkers geeft aan dat het thuiswerken niet goed gaat. En onder de Amsterdammers ervaart bijna de helft van de medewerkers en studenten meer werkdruk dan voor de coronacrisis. Genoemde boosdoeners:  afleiding door huisgenoten, motivatie- en concentratieproblemen, extra zorgtaken, een verstoorde balans tussen werk en privé en geen goede werkplek hebben. Ook maken de studenten en medewerkers zich meer zorgen over bijvoorbeeld de gezondheid van hun naasten.   

Verstoorde werk-privébalans

Tanja van der Lippe, hoogleraar Sociologie (Universiteit Utrecht), vindt de toegenomen werkdruk en stress niet zo vreemd. Ze vermoedt dat vrijwel iedereen die thuiswerkt of -studeert er last van heeft. ‘Werk en privé lopen nu door elkaar en dat zorgt voor conflicten en vermindert het welzijn. Thuiswerken is minder leuk dan op kantoor werken en je wordt thuis evengoed afgeleid door bijvoorbeeld een vuile vaat. Wie een extra werkkamer heeft vergaat het waarschijnlijk wel iets beter, maar veel studenten of starters hebben dat niet’, legt Van der Lippe uit. 

Uit onderzoek van onder andere Van der Lippe blijkt bovendien dat als meerdere collega’s thuiswerken de werkdruk omhoog gaat en de prestatie juist naar beneden. ‘Het is moeilijker om contact te maken met collega’s en je moet jezelf nu motiveren. Dit weten we trouwens uit onderzoeken waarbij men slechts één, hooguit twee dagen thuiswerkte’, vertelt ze. 

Segmenteerders en integreerders

‘Er zijn verschillende soorten thuiswerkers’, gaat Van der Lippe verder. ‘Segmenteerders en integreerders. Segmenteerders hanteren duidelijke grenzen tussen werk en privé en zullen dus nu problemen ondervinden. Integreerders kunnen prima een mail checken tijdens de zwemles van de kinderen en vervolgens werk weer vergeten zijn. Voor de integreerders is deze crisis misschien iets minder erg, maar ook zij kunnen doorslaan door steeds tussendoor te blijven werken. Ook opvallend: vrouwen gaan meer huishoudelijke taken doen en mannen gaan juist meer werken als ze thuiszitten’, zegt Van der Lippe. 

‘Wees tevreden als je zes uur per dag productief bent. Want op kantoor ‘werk’ je misschien wel acht uur, maar daarvan besteed je misschien maar zes uur echt aan werken. Werk als het kan in een aparte ruimte, dus niet aan je eettafel, en probeer leuke dingen te blijven doen’, tipt ze nog. 

Meer onduidelijkheid, meer stress

Ook Rutger Kappe, lector Studiesucces (Hogeschool Inholland), verbaast zich niet over de toegenomen werkdruk en stress. ‘Er zijn natuurlijk tal van stressoren maar uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat onduidelijkheid, over onder meer lesstof, tentamens of deadlines, voor stress zorgt bij studenten. Die onduidelijk is sinds de coronacrisis alleen maar toegenomen. Online communiceren en onderwijs geven is doorgaans lastiger dan face-to-face’, meent Kappe. ‘Daarnaast kan ook het wegvallen van een bijbaan, door de coronacrisis, zorgen voor financiële onzekerheid en dus voor stress.’

Kappe zag de prestatiedruk onder studenten de afgelopen jaren al toenemen. ‘Die druk om te presteren leggen studenten zichzelf grotendeels op. Deels omdat zij zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen succes, deels door het maakbaarheidsideaal van hun generatie, en deels door zichzelf te spiegelen aan (succesvolle) anderen. Misschien dat studenten zich nu minder makkelijk kunnen vergelijken met anderen op het gebied van studieprestaties. Mogelijk heeft dat wel positieve effecten, maar dat moeten we nog uitzoeken.’

Kappe: ‘Er zijn allerlei manieren om met stress om te gaan. Het is nuttig om in kaart te brengen waar je precies stress door krijgt en wat je daaraan kunt doen. Is het bijvoorbeeld onduidelijk wat er van je verwacht wordt voor je volgende tentamen? Bel dan een studiegenootje op!’ Kappe hoopt dat studenten en onderwijsinstellingen uiteindelijk sterker uit de crisis komen. ‘We kunnen hierdoor beter leren omgaan met stressoren en zo een buffer voor de lange termijn ontwikkelen.’

Thermometer

Volgens Robert Zwitser (UvA), verantwoordelijk voor het onderzoek aan de UvA, zijn de resultaten vooral nuttig voor het bestuur en management van de universiteit. ‘We vroegen ons af hoe het met onze medewerkers en studenten ging’, vertelt Zwitser. ‘Daarom hebben we bewust een korte vragenlijst rondgestuurd, zodat er veel respons zou komen. Het is dus geen uitgebreide wetenschappelijke studie. Eerder een soort thermometer’, meent hij. ‘Maar het is vervelend om te zien dat de werkdruk zo is toegenomen.’

Ook Roos Schelvis, onderzoeker en HR-medewerker aan de EUR, reageert: ‘Voor de crisis was de werkdruk onder wetenschappers en studenten ook al te hoog. Maar tijdens deze crisis blijkt er nóg meer aan de hand te zijn. We gaan nu kijken hoe we mogelijke oorzaken, zoals problemen met online werken of het missen van een goede werkplek, kunnen aanpakken’, aldus Schelvis.