700 jaar geleden stierven heel veel mensen aan een gevaarlijke ziekte: de pest, oftewel de Zwarte Dood. Lange tijd wist niemand waar het vandaan kwam. Maar nu weten we het... dankzij oude tanden!
In het land Kirgizië, naast China, ligt een eeuwenoude begraafplaats. Daar vonden onderzoekers skeletten van mensen die rond het jaar 1338 leefden. Op sommige grafstenen stond zelfs geschreven dat mensen stierven aan een ‘pestziekte’.
Wetenschappers onderzochten de tanden van enkele mensen uit die graven. In die tanden vonden ze piepkleine stukjes oud DNA van de pestbacterie. Dat DNA bleek heel bijzonder te zijn. Het lijkt namelijk de oudste versie van de bacterie die later de grote pest in Europa veroorzaakte.
De onderzoekers denken dat de bacterie oorspronkelijk van wilde dieren kwam, waarschijnlijk marmotten. Dat zijn pluizige knaagdieren die in de bergen leven. In het Tiensjan-gebergte zou de bacterie van dieren op mensen zijn overgesprongen.
De plek waar de graven gevonden werden, lag vroeger langs een drukke handelsroute. Handelaars reisden er met stoffen, parels en andere kostbare spullen van het ene naar het andere land. Waarschijnlijk reisde de pestbacterie toen mee.
Toch weten wetenschappers nog niet alles. Hoe raakte de ziekte precies van Centraal-Azië tot in Europa? En waarom verspreidde ze zich niet even hard in andere gebieden? Onderzoekers hopen dat oude skeletten en DNA in de toekomst nog meer geheimen zullen onthullen.