Dat de Homo sapiens zich met neanderthalers en denisovamensen heeft voortgeplant, was al bekend. Nu blijkt dat er daarnaast nóg twee oudere, onbekende mensachtigen hun voetafdruk in ons DNA hebben nagelaten.
Beeld: Reconstructie van neanderthaler Krijn, de 'eerste neanderthaler van Nederland'.
Dat inzicht kwam er niet door de ontdekking van onbekend fossiel DNA, maar via een nieuwe analysetechnologie op basis van hedendaags genetisch materiaal. De methode, TRACE (TRacking Archaic Contributions via ARG Estimation), analyseert de verwantschap van genetische regio's in het menselijk genoom. Zo ontstaat er een genealogische kaart van stukjes DNA, een soort stamboom, die inzicht biedt in de ouderdom van verwantschappen tussen de stukjes.
Sommige van de verwantschappen tussen delen DNA gaan erg diep terug in de tijd, nog voor het ontstaan van de Homo sapiens. Dat wijst erop dat de oorsprong ervan ligt bij een andere soort mens. TRACE laat dus toe de genetische inbreng van uitgestorven mensachtigen op te sporen, zonder dat er materieel fossiel DNA beschikbaar is om mee te vergelijken.
Een groep Amerikaanse wetenschappers aan de universiteit van Californië slaagde er met TRACE in om DNA afkomstig van neanderthalers correct te identificeren in hedendaags genetisch materiaal. Dat lukte ook voor DNA van denisovamensen in hedendaagse populaties uit Azië en Oceanië, de enige regio's waar substantiële sporen van denisova-DNA terug te vinden zijn.
Omweg via de denisovamens
Maar veel stukken DNA die de TRACE-analyse als bijzonder oud markeerde, zijn niet terug te brengen tot neanderthalers of denisovamensen. Volgens het onderzoek hebben dus nog minstens twee andere mensachtigen hun sporen nagelaten in ons hedendaags DNA.
Een eerste verwante voorouder zou met de Homo sapiens in contact zijn gekomen voor de recente migratie uit Afrika, zo'n 50 000 jaar geleden. De sporen van deze ontmoeting zijn terug te vinden in hedendaags genetisch materiaal van mensen uit zowel Afrika als daarbuiten, iets wat niet het geval is voor neanderthalers of denisovamensen. Wel gaat het om een menssoort die ongeveer op eenzelfde moment van onze evolutionaire stamboom afsplitste als deze twee gekende verwanten, namelijk zo'n 800 000 jaar geleden.
De menselijke evolutionaire geschiedenis lijkt steeds minder op een stamboom, maar is eerder een web met complexe verbindingen
Het DNA van de andere onbekende menssoort – in het onderzoek als 'super-archaïsch' bestempeld – kwam via de denisovamens onze genoom binnen. Het gaat om een soort mensachtige ontstaan uit een genetische lijn 1,8 miljoen jaar geleden. Die zou zich 200 000 jaar geleden ergens in Europa of Azië met denisovamensen hebben voortgeplant. Die laatste bracht op zijn beurt een heel kleine fractie van dit super-archaïsch DNA bij de moderne mens binnen.
Nieuwe ziektes, nieuwe voeding
Het valt op dat de meeste van de stukken hedendaags genetisch materiaal waarvan verwantschappen een hoge ouderdom suggereren, te maken hebben met de werking van het immuunsysteem en het metabolisme. Het aanpassingsvermogen aan nieuwe ziekteverwekkers en voedsel behoort immers tot de sterkste selectiecriteria in onze evolutionaire ontwikkeling. Voortplanting met andere menssoorten bracht nieuw genetisch materiaal binnen, waarvan nuttige kenmerken behouden bleven en zich verspreidden over de generaties.
TRACE geeft geen informatie over welke verwante menssoorten sporen nalieten in ons DNA. Maar de tijdslijn van die ‘vermengingen’ valt samen met fossiel bewijs van het bestaan van een aantal groepen mensachtigen in Afrika, en met de aanwezigheid van de Homo erectus in Europa en Azië. Er zijn dus mogelijke kandidaten in de gekende fossiele vondsten. De hoop is om nog meer oude, zij het zwakke, signalen van verwante mensachtigen terug te vinden in hedendaags genetisch materiaal. Zo bekeken lijkt menselijke evolutionaire geschiedenis steeds minder op een stamboom, maar meer op een web van populaties die op een complexe manier met elkaar in verbinding staan.