Steeds vaker bepalen bloedtesten welke behandeling vrouwen met uitgezaaide borstkanker krijgen. Maar wat als het bloed niet het hele verhaal vertelt? We ontdekten dat andere lichaamsvloeistoffen, zoals speeksel of hersenvocht, informatie over kanker dragen. Die vondst kan de manier waarop artsen kanker volgen én behandelen veranderen.
Kameleon
Wereldwijd krijgt één op de acht vrouwen tijdens haar leven borstkanker. Bij een derde van hen bereikt de ziekte uiteindelijk het ongeneeselijke, uitgezaaide stadium. De kankercellen verspreiden zich dan naar andere organen. Ze passen zich aan en ontsnappen steeds beter aan de behandelingen. De kander wordt een soort kameleon die van kleur verandert zodra er gevaar dreigt. Daardoor raken artsen op termijn hun greep kwijt; er blijven steeds minder behandelopties over.
De zogeheten ‘vloeibare biopsie’ is een test die veel gebruikt wordt om sporen van tumoren, zoals DNA-fragmenten in lichaamsvloeistoffen te onderzoeken. Deze methode is een veel minder ingrijpende manier om kanker op te volgen dan de klassieke ‘weefselbiopsie’, waarbij een stukje tumor chirurgisch wordt verwijderd voor onderzoek. Vloeibare biopsieën worden vooralsnog bijna altijd uitgevoerd met bloed. En dat biedt mogelijk geen volledig beeld.
Vloeistoffen
Ons lichaam bestaat voor zo’n zestig procent uit vloeistof, waarvan bloed slechts een klein deel vormt; zo’n zeven tot acht procent. Daarnaast zijn er talloze andere lichaamsvloeistoffen, zoals speeksel, urine, hersenvocht, het ruggenmerg en pleuravocht rond de longen. We weten nog niet of alle uitzaaiingen in gelijke mate bijdragen aan de tumorinformatie die in het bloed circuleert. Misschien bevatten andere vloeistoffen waardevolle informatie die we nu missen.
Wat vertellen de andere lichaamsvloeistoffen je nog meer?
Om te onderzoeken of bloed echt het hele verhaal vertelt, vergeleken we tumorinformatie uit metastasen met die uit verschillende lichaamsvloeistoffen van overleden patiënten met uitgezaaide borstkanker. Om te begrijpen hoe die gegevens zich tot elkaar verhouden, gebruikten de onderzoekers een techniek die fylogenteische reconstructie heet – een soort genetische stamboom. Die laat zien hoe sterk de informatie uit verschillende bronnen – zowel uit tumoren als uit lichaamsvloeistoffen – op elkaar lijkt of juist van elkaar verschilt.
Wat we ontdekten was dat de tumorinformatie in elke lichaamsvloeistof anders was. Uitzaaiingen waren niet in alle lichaamsstoffen even sterk vertegenwoordigd. Zo zagen we dat hersenuitzaaiingen beter terug te vinden waren in het hersenvocht dan in het bloed – terwijl uitzaaingen in de longen zich niet goed in eender welke vloeistof lieten zien. Maar vooral opvallend was dat bij veertig procent van de patiënten helemaal geen tumorinformatie in het bloed werd gevonden – terwijl die wél aanwezig was in andere vloeistoffen, zoals hersenvocht of pleuravocht rond de longen. Dit resultaat suggereert dat artsen die uitsluitend bloed analyseren, soms cruciale informatie kunnen missen.”
Nieuwe behandelingsopties
Deze resultaten zijn belangrijk voor de zorg. Vandaag de dag komen patiënten vaak alleen in aanmerking voor nieuwe, doelgerichte therapiëen als specifieke kankerinformatie in hun bloed wordt gevonden. Twee kankergeneesmiddelen - alpelisib en inavolisib - remmen specifieke eiwitten die kankercellen helpen groeien en overleven. Ze worden echter enkel voorgeschreven wanneer in het bloed een mutatie wordt aangetroffen in het PIK3CA-gen. Onze studie toont aan dat die mutatie soms onzichtbaar blijft in het bloed, terwijl ze wél aanwezig is in andere lichaamsvloeistoffen. Dat betekent dat sommige patiënten vandaag mogelijk geen toegang krijgen tot behandelingen die eigenlijk goed bij hun tumor passen.
UPTIDER : een uniek donatieprogramma
Dit onderzoek is gebaseerd op UPTIDER (UZ/KU Leuven Program for Tissue Donation to Enhance Research), een bijzonder postmortem weefseldonatieprogramma.Patiënten die aan uitgezaaide borstkanker zijn overleden doneren binnen dit programma kort na hun dood lichaamsvloeistoffen en weefsels aan de wetenschap. Het lichaam wordt daarna snel teruggegeven aan de familie. UPTIDER brengt specialisten uit verschillende vakgebieden samen en zorgt ervoor dat die waardevolle gegevens toegankelijk zijn voor verder onderzoek. Zo wordt het vertrouwen van patiënten en hun families omgezet in kennis die nieuwe hoop kan brengen.
Ons werk suggereert dat de toekomst van vloeibare biopsie breder moet worden gezien. Niet één vloeistof, maar een cmbinatie van verschillende bronnen kan een vollediger beeld geven van de tumor. De volgende stap is om die bevindingen te bevestigen bij levende patiënten, in klinische studies die zowel bloed als andere lichaamsvloeistoffen analyseren. In de toekomst willen we deze aanpak ook uitbreiden naar andere vormen van uitgezaaide kanker, zodat meer patiënten uitzicht krijgen op nieuwe behandelingsmogelijkheden. Ons doel is om kanker zo volledig mogelijk in kaart te brengen zonder telkens ingrijpende biopsieën. Elke vloeistof vertelt een deel van het verhaal – samen kunnen ze het hele plaatje laten zien.