Telewerken spaart tijd, stress en kilometers in de file. Maar bewegen we eigenlijk meer wanneer we thuis werken dan wanneer we naar kantoor gaan? Verrassing: Nee.
Wat een prachtige lentedag. De zon schijnt, de lente hangt in de lucht, en ergens in mijn hoofd verschijnt meteen de gedachte: wat zou het toch heerlijk zijn om even naar buiten te gaan. Gewoon een wandeling maken, even snel gaan hardlopen, of misschien een korte fietstocht. Maar nee hoor. Hier sta ik dan weer stil. Voor me een zee van rode remlichten, achter me precies hetzelfde. Duizenden auto’s schuiven centimeter per centimeter over de Antwerpse ring, alsof we samen deelnemen aan een collectief experiment in geduld. Mijn voet hangt boven de rem en mijn blik wisselt tussen de auto voor me en mijn GPS. Nog vijf minuten later thuis. Mijn gedachten beginnen af te dwalen: Als ik nu thuis werkte, had ik misschien al een wandeling gemaakt of kunnen fietsen. Alles is beter dan hier stilstaan in een auto. Dat is een gedachte die veel pendelaars herkennen.
Sinds de coronapandemie is telewerken voor veel mensen standaard geworden. In België werkt vandaag iets meer dan drie op de tien werknemers minstens een paar dagen per week van thuis uit. Minder pendelen betekent minder stress, minder files en vooral meer tijd. Wist je dat sommige werknemers door telewerken elke week meerdere uren pendeltijd uitsparen? Tijd die vroeger opging aan een treinrit of een file op de ring. Die extra tijd voelt al snel als gewonnen tijd voor je gezondheid. Veel telewerkers gebruiken die tijd inderdaad om meer te bewegen: een wandeling tijdens de lunch, hardlopen na het werk of even een HIIT-sessie tussen twee online meetings.
Langdurig zitten hangt namelijk samen met een hoger risico op onder andere hart- en vaatziekten en diabetes
Het effect op mobiliteit is bovendien groot. Telewerk vermijdt in België naar schatting ongeveer 32 miljoen kilometer woon-werkverkeer per dag, waarvan ongeveer 14 miljoen kilometer met de auto. Minder kilometers op de weg betekent minder files, al voelt dat soms anders wanneer je op de Antwerpse ring staat.
De beweging die we niet zien
Maar zodra onderzoekers beginnen meten hoeveel mensen écht bewegen tijdens een werkdag, duikt er nuance op. Op kantoor bewegen we namelijk vaker dan we denken. Je wandelt naar een collega met een vraag, naar het koffieapparaat, naar een vergaderzaal of naar de printer. Misschien neem je de trap naar een andere verdieping of wandel je naar het station. Elk van die kleine verplaatsingen lijkt onbelangrijk, maar samen leveren ze verrassend veel beweging op.
Wetenschappers noemen dat incidentele fysieke activiteit: korte, spontane bewegingen die geen sport zijn, maar wel optellen doorheen de dag. Wanneer we thuis werken verdwijnen veel van die kleine verplaatsingen. De koffie staat naast je bureau, collega’s zitten in een online meeting en de printer staat een paar meter verder. Het resultaat is dat telewerkers op een werkdag gemiddeld 3000 stappen minder zetten en tijdens de werkuren in totaal zo’n half uur langer zitten, vaak ook in langer ononderbroken periodes.
Telewerken biedt ook kansen om beweging bewust in te plannen
Dat lijkt misschien een detail, maar het heeft wel degelijk gevolgen. Langdurig zitten hangt namelijk samen met een hoger risico op onder andere hart- en vaatziekten en diabetes. Grote internationale studies tonen dat lange periodes van sedentair gedrag een onafhankelijke risicofactor vormen voor gezondheid, zelfs bij mensen die daarnaast regelmatig sporten. Een werkdag kan dus perfect een sportmoment bevatten en toch vooral een zitdag blijven.
Dat betekent niet dat telewerken ongezond is. Integendeel. Telewerken biedt ook kansen om beweging bewust in te plannen. Je kunt een wandeling maken tijdens de lunch, een telefoongesprek al wandelend voeren of simpelweg elk uur even rechtstaan. Sommige bedrijven experimenteren zelfs met wandelvergaderingen of korte bewegingspauzes tijdens de werkdag. Uiteindelijk blijkt de plek waar we werken minder belangrijk dan hoe we onze dag organiseren en hoeveel momenten van beweging we tussendoor creëren. Met andere woorden: wat we tussendoor doen, maakt het verschil.
Terwijl ik daarover nadenk, beginnen de remlichten voor me eindelijk te verdwijnen. De file komt langzaam weer op gang en auto’s rollen meter per meter vooruit over de Antwerpse ring. Misschien ben ik straks toch nog op een redelijk uur thuis. En misschien maak ik dan nog een korte wandeling, gewoon om de benen even los te maken na een lange dag zitten. Niet omdat ik vandaag niet in de file stond, maar omdat bewegen uiteindelijk minder afhangt van waar we werken… en meer van wat we tussendoor doen.