Kunnen we met een ongeziene klimaatingreep aan El Niño sleutelen en de gevolgen ervan indijken? Een groep Amerikaanse wetenschappers denkt van wel. Ze komen op de proppen met een staaltje ‘klimaatengineering’.
Beeld: Aerosolen van de Black Summer Bushfires in 2019-2020 in Australië, gezien vanuit het ISS. Credit: NASA
De afgelopen tijd was het volop in het nieuws: er ligt een ‘super-El Niño’ op de loer! Die zal wereldwijd het klimaat verstoren en ons mogelijk onderdompelen in nog warmere zomers en meer hittegolven. Tenzij we ingrijpen. Onderzoekers van het Scripps Institution of Oceanography uit San Diego die zich bezighouden met klimaatengineering hebben modellen ontworpen die tonen dat El Niño wel degelijk in de kiem gesmoord kan worden. Of toch theoretisch. Daar is heel wat voor nodig: zelf aerosolen creëren – grote pluimen van reflecterende deeltjes – die het wolkendek op zee helderder maken en dus meer zonlicht terugkaatsen naar de ruimte.
We zitten aan de knoppen
‘Deze ingreep, genaamd marine cloud brightening, is slechts één techniek om grootschalig en bewust de natuur naar onze hand te zetten’, zegt klimaatwetenschapper Daniele Visioni van de Cornell Universiteit. Als specialist in aerosol-injectie trad hij bovendien op als recensent voor dit onderzoek, gepubliceerd in Science Advances.
‘Onder klimaatengineering – en meer bepaald zonnestralingsbeheer – verstaan we elke methode om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan door de binnenkomende zonnestraling te weerkaatsen.’
Een tweede aarde hebben we niet, maar door menselijk toedoen heeft zich al eens een dergelijk ‘experiment’ voorgedaan
‘Bij mariene wolkenverheldering injecteren we aerosolen in de atmosfeer. Dat bevordert de vorming van wolken en verlengt hun levensduur. Zo kan op basis van minuscule zoutdeeltjes een reflecterende zoutnevel gecreëerd worden. In feite is dat een natuurlijk proces, dat ook onbedoeld tot stand komt door menselijk handelen. Bij mariene wolkenverheldering daarentegen zitten we bewust aan de knoppen.’
Australisch proefkonijn
Het zou handig zijn om over een tweede aarde te beschikken om de effecten daarvan te testen zonder dat er onvoorziene gevolgen zouden optreden. Klimaatingrepen kunnen namelijk gevaarlijk uitpakken en onverwachte effecten hebben.
Een tweede aarde hebben we niet, maar door menselijk toedoen heeft zich al eens een dergelijk ‘experiment’ voorgedaan waar we uit kunnen leren. Het gaat om de zware bosbranden van Australië in 2019-2020: de Black Summer Bushfires. De immense rookpluimen, vergelijkbaar met die van vulkaanuitbarstingen, vormden aerosolen op de Stille Oceaan. Ze weerkaatsten genoeg zonlicht om een jarenlange La Niña te helpen uitlokken, de koelere tegenhanger van El Niño.
De wetenschappers van San Diego hebben de Australische aerosolen als proefkonijn ingezet in hun modellen om te berekenen of we El Niño of zelfs een super-El Niño kunnen tegenhouden.
Klimaatpomp
El Niño is deel van het natuurlijke klimaatfenomeen ENSO (El Niño Southern Oscillation) dat schommelt tussen El Niño en La Niña. Tijdens een El Niño warmt een uitgestrekt deel van het oppervlaktewater in de tropische Stille Oceaan op. Die warmte wordt afgegeven aan de atmosfeer.
Bij La Niña wordt het warme water door passaatwinden naar het westen geblazen en welt diep, koud water op aan de westkust van Zuid-Amerika, dat zorgt voor een iets koeler globaal klimaat. De ENSO is dan ook dé grootste ‘klimaatpomp’ ter wereld. Door klimaatverandering is de Stille Oceaan nu beduidend warmer dan het historisch gemiddelde tijdens een aanloop van een El Niño, vandaar het etiket super-El Niño.
‘Of dit werkelijk een goed idee is, kan vanuit verschillende hoeken bekeken worden’
De onderzoekers vroegen zich af of een aerosol met verhelderende eigenschappen zoals de Australische natuurbranden het verschil zouden hebben gemaakt bij een super-El Niño. Ze plozen dat uit door hun model eerst uit te voeren met data van andere zware El Niño-jaren zoals in 2015 (die de Day Zero droogte veroorzaakte in Zuid-Afrika). Daarna testten ze het model voor een super-El Niño. De resultaten bevestigen dat zo’n ingreep inderdaad zou helpen, en hoe vroeger ze wordt toegepast bij een naderende El Niño, hoe beter.
Serieus overwegen
Dat klinkt veelbelovend, maar hoe zit dat met de praktijk? Er zijn namelijk nog nooit grote klimaatingrepen uitgevoerd. Tot nu toe bestaat grootschalige klimaatengineering enkel als hypothese, in laboratoria en in modellen. Reeds in de jaren zestig ontstonden theorieën om het klimaat te beïnvloeden. De uitbarsting van de Pinatubo in 1992 die het klimaat even afkoelde deed de interesse sterk groeien, maar pas in de laatste twintig jaar raakte het onderzoek in een stroomversnelling en wordt rekening gehouden met ethische vragen.
‘Of dit werkelijk een goed idee is, kan vanuit verschillende hoeken bekeken worden’, zegt Visioni. ‘Onderzoek vertelt ons met een zekere graad van vertrouwen wat er kan gebeuren als we het proberen. Net daarom is het zo belangrijk dat we er aandacht aan besteden. Het helpt ons echter niet met cruciale vraagstukken zoals: gaan we ervoor? Hebben we dat recht? Wie neemt de beslissing? Nemen we onze verantwoordelijkheid op voor de onzekerheden? En moeten ons evengoed niet afvragen: wat is de impact als we géén poging doen? Op die vragen kunnen we enkel als mens en niet als wetenschapper antwoorden.’
‘Voor mij is dit soort onderzoek de moeite waard als we er menselijk lijden mee kunnen verminderen. Als we aantonen dat het veilig is, vind ik dat we een klimaatingreep serieus moeten overwegen. Als we dat niet doen, zullen we nooit weten wat mogelijk is.’