Terug aan het werk, als jezelf: meer dan alleen een medische kwestie

Terug aan het werk, als jezelf: meer dan alleen een medische kwestie

Delen:

Een vrouw zit te wachten op haar eerste werkdag na haar genderbevestigende operatie. Ze draagt een net hemd, heeft lange lokken, is lichtjes gespannen. Ze is zo aan de beurt. De arbeidsarts roept vanuit de gang “meneer L”. Haar vingers knijpen in haar knieën. Niemand beweegt. De arts komt haar halen, maar noemt haar bij haar oude, mannelijke naam. De arts herhaalt de naam. Dan pas staat ze op. Het is stil. De arts bloost. Excuseert zich. En de consultatie begint.

Zo ontmoette ik Babette. Haar verhaal was mijn startpunt.

Ik ben arbeidsarts en ik vroeg me af: wat gebeurt er écht wanneer iemand terug aan het werk gaat tijdens of na een gendertransitie?

Vaak denken we dan spontaan aan fysieke ingrepen of veranderingen, maar gendertransitie is zoveel meer dan dat.

Geen cijfers, geen draaiboek

Toen ik aan mijn doctoraatsavontuur begon, vond ik weinig houvast. In de literatuur was nauwelijks iets terug te vinden over werkhervatting tijdens gendertransitie. Hoeveel mensen vallen uit? Hoelang blijven ze thuis? Hoe worden ze begeleid?

Gender, gender, ik hoor het je al denken, is dat niet hetzelfde als geslacht en wat is nu die transitie precies?

Gender gaat over hoe je jezelf voelt, wie je bent, en hoe je gezien wil worden in de samenleving. Een transitie kan medisch zijn maar het gaat ook om een sociale verandering: een andere naam, aanspreking, of manier van kleden. En soms ook een juridische aanpassing van je papieren.

Het is een fase waarin je extra kwetsbaar kan zijn, en net dan kan werk een plek van steun zijn… of van extra stress.

Elk traject is anders

Samen met collega’s ging ik op zoek naar antwoorden. Ik liet een vragenlijst invullen en sprak met mensen die een transitie doormaakten: jongeren en ouderen uit alle beroepslagen. Sommigen waren al terug aan het werk, anderen nog midden in hun herstel. Daarnaast voerde ik (groeps)gesprekken met arbeidsartsen, huisartsen, chirurgen en werkgevers.

Eén rode draad kwam telkens terug: Geen enkel traject en terugkeer is hetzelfde, je moet je terug thuis kunnen voelen. En daar wringt het.

Over tolerantie en het gevoel er niet bij te horen

Fleur hield een dagboek bij en schreef opgelucht dat ze zich eindelijk “gezien” voelde toen haar naam correct op haar kastje stond. Toch bleef dat gevoel broos: “Ik heb meestal tolerantie ervaren maar nooit echt acceptatie.” Dat deed haar verlangen naar “een echte nieuwe start, op een ander werk dan.”

Bij andere mensen hoorde ik gelijkaardige verhalen. Over werkplekken waar het stil bleef. Over collega’s die niets durfden zeggen. Over leidinggevenden die geen fouten wilden maken, en daardoor niets deden. Over formulieren, badge-namen, toiletten, over HR-diensten die hun best deden, maar geen plan hadden.

Niet het lichaam maar het systeem hapert

Het waren niet de operaties die het werken bemoeilijkten of tot de grootste uitval leidden, maar de sociale kant van de transitie. Zoals de coming-out op het werk, of de manier waarop collega’s en leidinggevenden reageren. Trans vrouwen vertelden vaak over seksisme op de werkvloer; non-binaire personen over infrastructuur en taal die niet op hen afgestemd was.

Wanneer een arbeidsarts zich opstelt als bondgenoot — niet als controleur — dan maakt dat een wereld van verschil

Werken is voor velen een bron van houvast. Maar net in de fase waarin ze die houvast het meest nodig hadden, viel de ondersteuning vaak weg.

Wie helpt hen weer aan boord?

Veel deelnemers gaven aan dat ze geen hulp zochten bij arbeidsartsen. Waarom? Ze kenden hen niet. Of vertrouwden hen niet. Of wisten niet waar ze terecht konden. Victor dacht “dat een arbeidsgeneesheer een oud mannetje was in een klein grijs kamertje.”

Veel mensen weten dus niet goed wat een arbeidsarts doet. Toen ik zelf over mijn job sprak tegen een vriend, kreeg ik “Ow Joy, kere ke were..” Maar dus: we waken over gezondheid en welzijn op het werk. Van zware lasten, chemische stoffen tot mentale druk. Liefst preventief en niet enkel bij pech maar ook om op het spoor te blijven.

Een andere deelnemer, zelf leidinggevende, wees op het bredere plaatje: “De arbeidsgeneeskunde wordt door werkgevers soms stiefmoederlijk behandeld. Als iets dat er moet zijn, maar waar je verder weinig mee doet.”

Geen wonder dat velen die trein missen, niemand wees hen de halte aan. Gelukkig kent de arbeidsarts het spoor, en hoe je wissels legt tussen collega’s, werkgevers en zorgverleners.

In groepsgesprekken met arbeidsartsen hoorde ik onzekerheid. “We hebben geleerd hoe je ergonomisch moet zitten, maar niet hoe je genderdiversiteit bespreekbaar maakt.”

Wat werkt dan wél?

Op de werkvloer is er een mélange aan collega’s, leidinggevenden, HR, vertrouwenspersonen, artsen, vakbondsafgevaardigden… Het is niet verwonderlijk dat veel mensen belangrijke stappen missen. Ook Fleur botste op een gebrek aan informatie mét financiële gevolgen.

Wat werkte dan wel volgens hen? Een individueel terugkeerplan, op maat van de werknemer én werkgever bleek een goed begin met afspraken over aanspreekvormen, over werkverdeling en over de timing van terugkeer. Een voorafgaand bezoek tussen werknemer en arbeidsarts creëert ruimte om verwachtingen en noden uit te spreken. Maar vooral de collega’s en leidinggevenden opleiden want “Je gaat niet alleen in transitie. Je omgeving gaat mee in transitie.”

Wanneer een arbeidsarts zich in zo’n proces zichtbaar opstelt als bondgenoot — niet als controleur (we zijn dan ook geen controleartsen) — dan maakt dat een wereld van verschil.

De Return-to-work tool: van onderzoek naar actie

Er zijn ook hoopvolle inzichten. Voor veel trans personen is de werkhervatting geen eindeloze strijd, maar een haalbaar traject mits de juiste ondersteuning. Dit is echter geen klaagzang à la ‘j’accuse..’. De verhalen die ik hoorde, bevatten ook veerkracht, humor, verbondenheid en vaak een grote trouw aan de werkplek en collega’s. Het leeuwendeel van de mensen keerde terug naar dezelfde werkgever. Niet ondanks, maar mét hun transitie. Want iemand bevestigen in hun gender, betekent geen herdefinitie maar oog hebben voor blijvend talent. Babette? Die klopt nog evengoed met die hamer hoor. Dat is een belangrijk signaal aan werkgevers en artsen: investeren in inclusie loont zoals minder afwezigheden en behoud van je productieve werknemers. En genderbevestigende zorg is geen uitzonderlijk pad, maar een aspect van goede, standaard (arbeids)gezondheidszorg.

Om dat proces structureel te versterken, ontwikkelden we een Return-to-Work-tool voor arbeidsartsen. Deze gids is geen statisch draaiboek, maar een praktisch hulpmiddel met voorbeelden van goede en minder geslaagde aanpakken.

“Gewoon mijn job doen — als mezelf.” Werk is meer dan een loon. Het is ook: Gezien worden. Gehoord en erkend worden. Niet alleen op papier, maar in kleine gebaren.

Wat we nodig hebben? Mijn Brusselse roots zeggen: Een toefje mayonaise van de arbeidsgeneeskunde — zoals op een “goei pak frieten”, verbindend, aanwezig, en net dat wat het geheel op smaak brengt. Geen overbodige saus, maar de juiste toets op het juiste moment want “trop is teveel”.

Meer lezen over dit onderzoek: zie website of volg onze socials (Facebook , Instagram). Vragen? Ik ben maar een mailtje verwijderd.

Meer weten over gender in het algemeen of genderbevestigende zorgpaden: zie het Transgender Infopunt en Çavaria.

Joy Van de Cauter dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2025. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.

Delen:

Dit is een artikel van:

Vlaamse PhD Cup

Een gezonde relatie met technologie ontstaat niet van de ene op de andere dag

We worden allemaal ouder. Maar wat als je ouder wordt in gevangenschap? Om dat te onderzoeken gaf ik zeven mannen in de gevangenis een wegwerpcamera. Wat ze op de gevoelige plaat legden, bleek allesbehalve een zwart-witverhaal.

Bijna iedereen doet het wel eens: praten met een chatbot over hoe je je voelt. Als je eenzaam bent, als je stress hebt, als je piekert over de toekomst. En dat helpt, vinden vele gebruikers. Maar schuilt er ook geen risico in als je in een chatbot een soort psycholoog ziet? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Tom Van Daele (Thomas More Hogeschool).

Een stukje chocolade bij de koffie, pralines als cadeau of troost zoeken in een chocoladereep: chocolade is voor velen meer dan zomaar iets lekkers. Maar waarom zijn we er zo dol op?

Na twee biertjes zijn we minder geneigd om iemand in nood te helpen.

‘Niet om de heftige problematiek heen draaien.’ Dat leerde klinisch psycholoog Iva Bicanic. Begin jaren negentig volgde Bicanic colleges bij Lamers-Winkelman, bijzonder hoogleraar Preventie en Hulpverlening inzake Kindermishandeling. ‘Ik wist direct: over de gevolgen van seksueel misbruik wil ik alles weten. Dit wordt mijn onderwerp.’

The Lost Highway, The Fly of The Lobster … voor liefhebbers van het genre zijn er bijzonder veel intrigerende, ongemakkelijke films te bekijken. Maar wat is de aantrekkingskracht van dat ongemak?

Dit is een artikel van: Universiteit van Vlaanderen

Wanneer ons wordt gevraagd om ons gedrag aan te passen, bijvoorbeeld om voortaan genderneutrale taal te gebruiken of om minder vlees te eten, ervaren we vaak weerstand. Daardoor kan het soms lang duren voordat een verandering geaccepteerd wordt en wil dat soms zelfs helemaal niet lukken.

Brokkelt het geloof in het Westen verder af, of krijgt het gewoon een nieuwe vorm? Vooral jongeren ontdekken het geloof op hun eigen manier, soms zelfs via sociale media en artificiële intelligentie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven